Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Titulatuur in België (algemeen)

De titulatuur voor de aanspreking en aanschrijving (aanhef en adressering van brieven) zoals die in woordenboeken, titulatuur- en protocolgidsen beschreven staat, heeft in België nooit ingang gevonden. In het algemeen worden in België ook minder titels gebruikt dan in Nederland.

Titulatuur in Nederland (algemeen)

De ouderwetse woordenboektitulatuur wordt alleen nog gebruikt als de briefschrijver weet - of een sterk vermoeden heeft - dat de geadresseerde dat op prijs stelt. In de andere gevallen gebruikt men de gangbare formules zonder titel. Voor alle duidelijkheid zetten we een aantal gevallen op een rij.

1. Mondelinge aanspreking
      1.1 Gewone aanspreking
      1.2 Aanspreking van mensen die een bepaalde functie bekleden
      1.3 Aanspreking van mensen die een bepaalde functie bekleed hebben
      1.4 Aanspreking van een adellijk persoon
      1.5 Aanspreking van een lid van de koninklijke familie
      1.6 Aanspreking van personen met academische titels
2. Aanschrijving
      2.1 Aanhef in de brief
            2.1.1 Gewone zakelijke brieven
            2.1.2 Aanschrijving van mensen die een bepaalde functie bekleden
            2.1.3 Aanschrijving van mensen die een bepaalde functie bekleed hebben
            2.1.4 Aanschrijving van een adellijk persoon
            2.1.5 Aanschrijving van een lid van de koninklijke familie
            2.1.6 Aanschrijving van personen met een academische titel
            2.1.7 Aanschrijving van een commissie, college, werkgroep
            2.1.8 Aanschrijving in omzendbrieven
      2.2 Aanspreking in het tekstgedeelte van de brief
3. Afsluiting
      3.1 Slotformule
      3.2 Ondertekening
4. Adressering (op de envelop)
      4.1 Gewone zakelijke brieven
      4.2 Adressering van personen die een functie bekleden
      4.3 Adressering van personen die een functie bekleed hebben
      4.4 Adressering van een adellijk persoon
      4.5 Adressering van een lid van de koninklijke familie
      4.6 Adressering van personen met een academische titel


1. Mondelinge aanspreking Top

1.1 Gewone aanspreking

De gewone aanspreking als we de voornaam niet gebruiken, is mijnheer, mevrouw, juffrouw, heren, dames of dames en heren. Mijnheer en mevrouw kunnen ook gevolgd worden door de familienaam: mijnheer Dejonghe, mevrouw Denoulet.

Mejuffrouw wordt niet meer gebruikt als aanspreking. In adressen, lijsten en als aanschrijftitel komt de vorm wel nog af en toe voor.

Mejuffrouw / juffrouw

1.2 Aanspreking van mensen die een bepaalde functie bekleden

Mijnheer en mevrouw worden in België soms door de functie van de aangesprokene gevolgd: mevrouw/mijnheer de minister (de rector, de consul-generaal, de ambassadeur, de secretaris-generaal, de burgemeester, de griffier, de rechter, de voorzitter, de secretaris, de directeur, de Vlaams volksvertegenwoordiger enzovoort).

Een vrouw wordt aangesproken met de mannelijke functiebenaming, tenzij de functiebenaming gefeminiseerd is. Een aantal vrouwen stelt er in dat geval prijs op toch met de mannelijke functiebenaming aangesproken te worden, omdat die functiebenaming in een aantal gevallen al dan niet terecht geacht wordt een hogere status te hebben. Een vrouwelijke rector kan naargelang van haar voorkeur op drie manieren aangesproken worden: mevrouw de rector, mevrouw de rectrix of mevrouw de rectrice.

Ook voor geestelijken is de combinatie mijnheer + functie-aanduiding de gangbare aanspreking: mijnheer de vicaris-generaal, mijnheer de kanunnik, mijnheer de deken, mijnheer de medepastoor, mijnheer de rabbijn, mijnheer de dominee, mijnheer de imam. Een pastoor wordt echter aangesproken met de formule: mijnheer pastoor en een pater met de formule: (weleerwaarde) pater. Hogere geestelijken (aartsbisschop, bisschop, hulpbisschop) worden aangesproken met monseigneur. Voor een kardinaal gebruiken we ofwel eminentie, ofwel mijnheer de kardinaal.

In België wordt een advocaat aangesproken met meester.

1.3 Aanspreking van mensen die een bepaalde functie bekleed hebben.

Als de persoon een eretitel heeft, respecteren we dat ook in de aanspreking. Heeft die persoon geen officiële titel meer, dan gebruiken we de gewone aanspreking.

1.4 Aanspreking van een adellijk persoon

Het gebruik van de constructies als mijnheer de hertog, mijnheer de markies, mijnheer de graaf, mijnheer de burggraaf, mijnheer de baron, mijnheer de ridder, mevrouw de hertogin, mevrouw de markiezin, mevrouw de gravin, mevrouw de burggravin, mevrouw de barones in de aanspreking is zeer formeel. De gebruikelijke aanspreekvormen zijn dan ook mijnheer en mevrouw, behalve in protocollaire of zeer plechtige situaties.

1.5 Aanspreking van een lid van de koninklijke familie

In België wordt de koning aangesproken met Sire (directe aanspreking), met Uwe/Zijne Majesteit of met de Koning (indirecte aansprekingen). Ook voor de koningin kan gekozen worden voor een directe aanspreking: Mevrouw of voor indirecte aansprekingen: Uwe/Hare Majesteit of de Koningin.

Om een prinses aan te spreken, is Mevrouw gangbaar als directe aanspreking en Uwe/Hare Koninklijke Hoogheid als indirecte aanspreking. Een prins wordt met Monseigneur aangesproken (directe aanspreking) of met Uwe/Zijne Koninklijke Hoogheid (indirecte aanspreking)

Tijdens een gesprek mag men het lid van de koninklijke familie in de derde persoon aanspreken: de prins, de prinses, de koning, de koningin.

1.6 Aanspreking van personen met academische titels

In België spreekt men hoogleraren en docenten aan universiteiten en hogescholen met professor aan. Voor personen met een doctorstitel die geen hoogleraar of docent zijn, worden de gewone aanspreekvormen gebruikt. Alleen bij academische aangelegenheden worden ze als doctor aangesproken.


2. Aanschrijving Top

2.1 Aanhef in de brief

2.1.1 Gewone zakelijke brieven

In gewone zakelijke brieven zijn de formules: Geachte heer, Geachte mevrouw, Geachte heer en mevrouw gangbaar. De familienaam wordt aan de bovenstaande formule toegevoegd wanneer de briefschrijver de aangeschreven persoon kent.

In een aantal adviesboeken staat dat de aanhef Geachte kan vervallen in (aanmaningsbrieven) brieven waarin de briefschrijver zijn ongenoegen wil uiten: Meneer Peeters. Door deze aanpak zet u een negatieve toon en wordt het erg moeilijk om de communicatie positief af te sluiten.

2.1.2 Aanschrijving van mensen die een bepaalde functie bekleden

In brieven die gericht zijn aan iemand in functie kan men de functie in de aanhef vermelden na Mevrouw of Mijnheer: Mevrouw de minister, Mijnheer de kabinetschef.

Een vrouw wordt aangeschreven met de mannelijke functiebenaming, tenzij de functiebenaming gefeminiseerd is. Een aantal vrouwen stelt er in dat geval prijs op toch met de mannelijke functiebenaming aangeschreven te worden, omdat die functiebenaming in een aantal gevallen al dan niet terecht geacht wordt een hogere status te hebben. Een vrouwelijke rector kunnen we op drie manieren aanschrijven: mevrouw de rector, mevrouw de rectrix of mevrouw de rectrice.

Voor geestelijken worden meestal de constructies Mijnheer de kardinaal, Mijnheer de vicaris-generaal, Mijnheer de kanunnik, Mijnheer de deken, Mijnheer de medepastoor, en Mijnheer pastoor gebruikt. Aartsbisschoppen, bisschoppen en hulpbisschoppen worden echter uitsluitend met Monseigneur aangeschreven. Los daarvan zijn er nog formelere aanschrijftitels:

Kardinaal: Eminentie

Abt: Hoogwaardigste pater

Kanunnik: Hoogeerwaarde heer kanunnik

Deken: Zeereerwaarde heer deken

Pastoor: Zeereerwaarde heer pastoor

Medepastoor: Eerwaarde heer medepastoor

Pater: Weleerwaarde pater

In België wordt een advocaat aangeschreven met Meester: Meester Theeten.

2.1.3 Aanschrijving van mensen die een bepaalde functie bekleed hebben

Als de persoon uit functie een eretitel heeft, respecteren we dat ook in de aanschrijving.

2.1.4 Aanschrijving van een adellijk persoon

We hanteren de aanschrijfvormen uit het gewone sociale verkeer (Geachte heer, Geachte mevrouw) behalve in protocollaire situaties, waar we de volgende vormen gebruiken:

Mijnheer de hertog - Mevrouw de hertogin

Mijnheer de markies - Mevrouw de markiezin

Mijnheer de graaf - Mevrouw de gravin

Mijnheer de burggraaf - Mevrouw de burggravin

Mijnheer de baron - Mevrouw de barones

Mijnheer de ridder

of nog formeler: titulatuur met titel

Hooggeboren heer hertog - Hooggeboren vrouwe hertogin

Hooggeboren heer markies - Hooggeboren vrouwe markiezin

Hooggeboren heer graaf - Hooggeboren vrouwe gravin

Hooggeboren heer burggraaf - Hooggeboren vrouwe burggravin

Hoogwelgeboren heer baron - Hoogwelgeboren vrouwe barones

Hoogwelgeboren heer ridder

2.1.5 Aanschrijving van een lid van de koninklijke familie

De koning wordt aangeschreven met Sire, de koningin met Mevrouw. Voor een prins en een prinses zijn respectievelijk Monseigneur en Mevrouw gangbaar.

2.1.6 Aanschrijving van personen met een academische titel

In België worden professoren en docenten aangeschreven met geachte professor.

2.1.7 Aanschrijving van een collectief (commissie, college, werkgroep)

Een collectief wordt aangeschreven met constructies als geachte commissie, geacht college, geachte leden van de werkgroep.

2.1.8 Aanschrijving in omzendbrieven

In omzendbrieven kunnen we het best aanschrijvingen als geachte klant, geachte lezer gebruiken. De aanhef L.S. (lectori salutem) is niet meer gebruikelijk.

Bij de Vlaamse overheid wordt in de (interne) omzendbrieven geen aanspreking gebruikt. In het adresveld op de eerste bladzijde van de omzendbrief staat soms een formule: aan de leidend ambtenaar, aan de heer provinciegouverneur.

2.2 Aanspreking in het tekstgedeelte van de brief

In de doorlopende tekst van een gewone zakelijke brief spreken we de geadresseerde aan met u. Het is ongebruikelijk om de aangeschreven persoon in de derde persoon aan te spreken. Bijvoorbeeld: als het (de heer) minister belieft...

In briefwisseling met adellijke personen gebruikt men de tweede persoon: de directe aanspreking met u. Alleen wanneer men bijvoorbeeld een gunst wil afdwingen zal men de derde persoon (mijnheer de hertog) hanteren.

In briefwisseling met de Belgische koninklijke familie is de derde persoon (indirecte aanspreking) gangbaar:

Koning: de Koning, Uwe Majesteit, of Zijne Majesteit

Koningin: de Koningin, Uwe Majesteit, Hare Majesteit

Prins: Zijne/Uwe Koninklijke Hoogheid, de Prins

Prinses: Hare/Uwe Koninklijke Hoogheid, de Prinses


3. Afsluiting Top

3.1 Slotformule

In gewone zakelijke brieven sluit men af met: met vriendelijke groet(en), formeler is: hoogachtend of met hoogachting. Met de meeste hoogachting en met bijzondere hoogachting is nog formeler.

In briefwisseling met de adel zijn met de meeste hoogachting of met hoogachting de gangbare formules. De traditie dat een brief gericht aan vrouwen van adel afgesloten wordt met met de meeste eerbied is niet meer gangbaar.

In briefwisseling met de koninklijke familie gelden speciale regels:

Koning: Ik moge de Koning verzoeken de betuiging van mijn diepe eerbied te willen aanvaarden

Koningin: Ik moge de Koningin verzoeken de betuiging van mijn diepe eerbied te willen aanvaarden

Prins: Gelieve, Monseigneur, de betuiging van mijn diepe eerbied te willen aanvaarden

Prinses: Gelieve, Mevrouw, de betuiging van mijn diepe eerbied te willen aanvaarden

De bovenstaande formules zijn allemaal letterlijk vertaald uit het Frans. Deze formules worden vaak nog gebruikt. Modernere formules als met de meeste hoogachting of met de betuiging van mijn diepste eerbied zijn ook bruikbaar.

3.2 Ondertekening

In gewone zakelijke brieven zet men zijn handtekening met voornaam of voorletter en naam eronder.

Als men de brief vanuit zijn functie schrijft dan wordt ook nog de functieaanduiding vermeld onder de naam.

Personen met een eretitel kunnen die ook vermelden in de ondertekening.

Adellijke personen kunnen hun titel ook in de ondertekening gebruiken. Bijvoorbeeld: Ridder (Frederick) Ulrichts.

Frederick Ulrichts

Ridder


4. Adressering (op de envelop) Top

4.1 Gewone zakelijke brieven

In gewone zakelijke brieven zijn volgende constructies gangbaar:

De heer Filip Verdegem

Mevrouw Griet Steuperaert

De heer en mevrouw Verdegem-Steuperaert

Aan wordt tegenwoordig steeds vaker weggelaten.

4.2 Adressering van personen die een functie bekleden

Voor de adressering van personen in functie zijn er twee systemen:

1. De heer/mevrouw voornaam (of voorletter) + achternaam en onder de aanschrijftitel komt de functieaanduiding:

Mevrouw Nele Beel

Afdelingshoofd Kanselarij

2. Aan + functieaanduiding zonder aanschrijftitel:

Aan het afdelingshoofd van de Kanselarij

Voor de hogere katholieke geestelijke overheid gelden er speciale regels:

Kardinaal: Aan Zijne Hoogeerwaarde Eminentie Kardinaal ... Aartsbisschop van ...

Aartsbisschop/bisschop/hulpbisschop: Aan Zijne Excellentie Monseigneur ... Aartsbisschop/Bisschop/Hulpbisschop van ...

4.3 Adressering van personen die een functie bekleed hebben

Aan personen uit functie: als de persoon uit functie een eretitel heeft, respecteren we dat ook in de adressering.

4.4 Adressering van een adellijk persoon

Bij de aanschrijving van adellijke figuren worden in protocollaire situaties het predicaat en de titel gebruikt. Het predicaat komt voor de titel met als gevolg dat de titel geïnverseerd wordt: de hooggeboren heer Jan Markies Vanadel. Wordt er geen titulatuur (hooggeboren of hoogwelgeboren) gebruikt, dan vindt deze inversie niet plaats: Baron Kris Depecheur, Ridder Leo Glorieux. De laatste adresseringsvorm is de meest gebruikte in gewone correspondentie.

De predicaten hooggeboren en hoogwelgeboren worden alleen nog in officiële documenten gebruikt. Hertogen, markiezen, graven en burggraven krijgen het predicaat hooggeboren. Baronnen en ridders het predicaat hoogwelgeboren. In het gewone administratieve verkeer gebruikt men alleen de titel.

4.5 Adressering van een lid van de koninklijke familie:

Koning: Aan Zijne Majesteit de Koning/Aan Zijne Majesteit Koning Albert.

Koningin: Aan Hare Majesteit de Koningin/Aan Hare Majesteit Koningin Paola.

Prins: Aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins.

Prinses: Aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses.

4.6 Adressering van personen met een academische titel

Academische titels (dr., drs., ir., mr.) worden na de heer of mevrouw vermeld: De heer ir. Koenraad Gouwy. De academische titel prof. (professor) wordt steeds afgekort vermeld; dr. mag daarbij zeker niet worden weggelaten: De heer prof. dr. Verhellen.

Naslagwerken