Directeur / directrice

Directeur / directrice

Vraag

Hoe noem je een vrouw met een directiefunctie: directeur of directrice?

Antwoord

Beide vormen zijn mogelijk. Als het om een specifieke vrouw gaat, verdient het aanbeveling om de vorm te gebruiken waarmee ze zichzelf aanduidt, als dat achterhaald kan worden. Als dat niet mogelijk is, kan zowel directrice als directeur gebruikt worden. Op dit gebied gelden geen vaste voorschriften. Wel kleven er voor- en nadelen aan het gebruik van beide vormen.

Toelichting

Voor een vrouw die een bepaalde functie uitoefent, is in het Nederlands vaak zowel een grammaticaal vrouwelijke benaming (bijvoorbeeld directrice, neurologe, journaliste, lerares, verpleegster) als een grammaticaal mannelijke benaming (bijvoorbeeld directeur, neuroloog, journalist) als een genderoverkoepelende benaming (bijvoorbeeld leerkracht, verpleegkundige) mogelijk.

Sommige vrouwelijke benamingen kunnen in principe wel gevormd worden, maar worden in de praktijk (voorlopig) weinig of niet gebruikt, bijvoorbeeld ingenieure, loodgietster, hooglerares. Er zijn ook vrouwelijke benamingen die (wat) verouderd zijn, zoals dokteres. Zulke benamingen kunnen op den duur (opnieuw) ingeburgerd raken, als ze vaak genoeg worden gebruikt.

Het gebruik van vrouwelijke benamingen hangt samen met meerdere factoren, onder andere de sector en het beoogde doel. In de sport- en cultuursector bijvoorbeeld worden vaak vrouwelijke benamingen gebruikt (bijvoorbeeld actrice, balletdanseres, zangeres, shorttrackster, zwemster). Gender heeft in die sectoren een specifieke rol, bijvoorbeeld omdat er aparte wedstrijden of theaterrollen voor vrouwen en mannen zijn. Ook als het gaat om traditioneel vrouwelijke beroepen worden vaak vrouwelijke benamingen gebruikt om naar vrouwen te verwijzen (bijvoorbeeld schoonheidsspecialiste, kleuterleidster, stewardess).

Vrouwelijke benamingen zoals politieagente of neurologe kunnen ook bewust gebruikt worden om traditioneel mannelijke beroepen voor vrouwen aantrekkelijker te maken of om zichtbaar te maken dat vrouwen in alle functies werkzaam kunnen zijn. Een ander voordeel van het gebruik van zulke vrouwelijke benamingen is dat het voor de lezers meteen duidelijk is dat het om een vrouw gaat. Bij een tekst over een politieagent of een neuroloog daarentegen zijn lezers geneigd om zich daar een man bij voor te stellen.

Een beperkt aantal vrouwelijke benamingen, zoals directrice, worden door sommigen als minder prestigieus ervaren dan de corresponderende mannelijke benaming. Dergelijke connotaties komen voort uit verouderde opvattingen over genderrollen, maar zijn ook aan verandering onderhevig: vrouwelijke benamingen kunnen aan prestige winnen naarmate ze vaker gebruikt worden.

Het is af te raden om een grammaticaal mannelijke benaming te gebruiken in combinatie met het bijvoeglijk naamwoord vrouwelijke, bijvoorbeeld vrouwelijke schrijver, zeker als er een ingeburgerde vrouwelijke benaming bestaat (schrijfster). Zulke formuleringen hebben als nadeel dat ze het idee versterken dat de mannelijke benaming in principe altijd een man aanduidt, tenzij het tegendeel vermeld wordt. Vrouwen vormen dan de uitzondering, mannen de norm.

Bijzonderheid

Om een non-binaire persoon aan te duiden, zijn er verschillende mogelijkheden. Ook hier is het aanbevolen om de benaming te gebruiken die de persoon in kwestie gebruikt om zichzelf aan te duiden. Dat kan een genderoverkoepelende benaming zijn, maar ook een grammaticaal vrouwelijke of mannelijke benaming. Als de voorkeur van de persoon in kwestie niet bekend is, kan het best een genderoverkoepelende benaming worden gebruikt.

Zie ook

Taal en gender: beroeps-, functie- en rolbenamingen (algemeen)

Experte / expert
Geboortenaam / meisjesnaam / achternaam / naam
Kuisvrouw / poetsvrouw / werkster / schoonmaakster / schoonmaker / poetshulp / schoonmaakhulp
Taal en gender: functietitels in personeelsadvertenties

Bronnen

  • Alphen, I.C. van (1996). Beroepsnamen en beroepskeuzen v/m. Een sociolinguïstische analyse van de beroepskeuzen van 15-jarige meisjes en jongens in Nederland. In: M. Leegwater-Van der Linden (red.), Taal en beeldvorming; over vrouwen en mannen, Zoetermeer: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, 42-54.
  • De Cocq, E., & Redl, T. (2021). Neurologe of liever neuroloog? Het effect van vrouwelijke functiebenamingen op de geloofwaardigheid van medisch specialisten. Tijdschrift Voor Taalbeheersing, 43(1), 35–63.
  • Kloek, E. (2018), 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, p. 11.
  • Gerritsen, M. (2002). Towards a more gender-fair usage in Netherlands Dutch. In M.
  • Hellinger & H. Bußmann (Eds.), Gender across languages. The linguistic representation of women and men, 81–108.
  • Mortelmans, T. (2008). Zij is een power-feminist: Nog eens functie- en rolbenamingen in het Nederlands vanuit contrastief perspectief. Tijdschrift Voor Genderstudies, (11)1, 7–19.
  • Pous, I. de (2020), Vanaf nu een ‘redactrice’. Zoektocht naar een passende functienaam. Onze Taal, 89(10), 4-7.
  • Vervecken, D., B. Hannover & I. Wolter (2013). Changing (S)expectations: How gender fair job descriptions impact children’s perceptions and interest regarding traditionally male occupations, Journal of Vocational Behavior, 82(3), 208-220.
  • Vervecken, D. & B. Hannover (2015). Yes I can! Effects of gender fair job descriptions on children’s perceptions of job status, job difficulty, and vocational self-efficacy. Social Psychology, 46(2), 76–92.

Naslagwerken

Gezocht: Functiebenamingen (M/V) (2001)

afleidingen,correctheid en betekenis,woordkeuze en stijl,zelfstandig naamwoord,grammatica,woordgebruik


tao_adv (C)
886
j
afleiding,correctheid,functienamen,gepastheid,persoonsnamen,woordgebruik,zelfstandig_naamwoord
Woordvorm,Woord of woordcombinatie,Subrubriek,Hoofdrubriek,Woordsoort
Hoofdrubriek:woordgebruik;Subrubriek:functienamen,persoonsnamen;Woord of woordcombinatie:correctheid,gepastheid;Woordsoort:zelfstandig_naamwoord;Woordvorm:afleiding
01 January 2004
06 August 2019