Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Titulatuur in Nederland (algemeen)

Inleiding
Vorstelijke titulatuur
Adellijke titulatuur
Ambtelijke titulatuur
Militaire titulatuur
Academische titulatuur
Kerkelijke titulatuur
Burgerlijke titulatuur


1. Inleiding Top

Titulatuur is de wijze van aanschrijven (adressering en aanhef; in bepaalde gevallen ook de wijze van aanspreken) van personen waarop zij op grond van hun titel, predicaat, rang, maatschappelijke positie en dergelijke aanspraak kunnen maken. Een titel is de benaming waarop iemand op grond van zijn (adellijke) afkomst, opleiding of benoeming recht heeft. Niet alle adellijke 'titels' zijn titels in de strikte zin van het woord: jonkheer en jonkvrouw(e) zijn predicaten waarop niet-getitelde adellijke personen recht hebben.

Titulatuur en titels in Nederland: voorrangsregels

Hoewel titulatuur in het taalgebruik en de woordenboeken wel gelijk wordt gesteld aan (het geheel van) titels, maken wij hier een onderscheid tussen beide begrippen zoals dat ook in de Titulatuurgids wordt gedaan. Een titel geeft in alle gevallen recht op titulatuur, maar ook mensen zonder titel kunnen in veel gevallen op titulatuur aanspraak maken. Enkele voorbeelden: de (vorstelijke) titel prins correspondeert met de titulatuur (koninklijke) hoogheid, de (academische) graad doctor correspondeert met de titulatuur weledelzeergeleerde heer/vrouwe, het (universitaire) ambt hoogleraar correspondeert met de titulatuur hooggeleerde heer/vrouwe, de (ambtelijke) functie staatssecretaris correspondeert met de titulatuur excellentie, het (adellijke) predicaat jonkheer correspondeert met de titulatuur hoogwelgeboren heer, de (militaire) rang kolonel correspondeert met de titulatuur hoogedelgestrenge heer/vrouwe enzovoort.

Titulatuur wordt in de meeste gevallen alleen gebruikt in aanhef en adressering van brieven. Uitzonderingen hierop zijn de titulatuurformules als majesteit, (koninklijke) hoogheid, excellentie (uiteraard met weglating van zijne en hare) en edelachtbare, die ook wel als aanspreekvormen worden gebruikt.

Er bestaat in Nederland geen eenstemmigheid over de vraag of, en zo ja, in welke situaties, titulatuur moet worden gebruikt. Enerzijds is de officiële titulatuur de laatste decennia steeds meer in onbruik geraakt, anderzijds is er ook weer een hernieuwde belangstelling voor de correcte vormen gesignaleerd. Sommigen adviseren titulatuur achterwege te laten, behalve indien men aanleiding heeft zich schriftelijk tot een lid van het Koninklijk Huis te wenden (Taalbaak) of in het (uitzonderings)geval dat de geadresseerde veel waarde aan titulatuur hecht.

Zo ver willen wij niet gaan. We zouden niet willen aanraden het gebruik van titulatuur in alle situaties in ere te herstellen, maar er zijn naar onze overtuiging toch meer gevallen dan de genoemde waarin het op zijn plaats kan zijn. In privécorrespondentie en zakelijke correspondentie is titulatuur inderdaad vrijwel geheel in onbruik geraakt, afgeschaft of sterk vereenvoudigd. Ook in academische kringen worden doorgaans alleen de academische titels, maar niet meer de bijbehorende titulatuur gebruikt. Binnen hiërarchische organisaties als het ambtenarenapparaat, de rechterlijke macht, de krijgsmacht en de rooms-katholieke geestelijkheid wordt titulatuur echter nog steeds gebezigd. Het zou niet verstandig zijn het gebruik van titulatuur binnen deze organisaties te ontraden. Binnen deze organisaties zal men zelf moeten beslissen of het gebruik van titulatuur nog steeds zinvol is. Ook wanneer men zich als buitenstaander richt tot een vertegenwoordiger van een van deze instituties, kan het raadzaam zijn de passende titulatuur te bezigen.

Nederland kent van oudsher een tamelijk uitgewerkte en ingewikkelde titulatuur. Hieronder komen de verschillende soorten titulatuur achtereenvolgens aan de orde. We hebben ons daarbij laten leiden door de traditionele rangorde: de 'hoogste' titulatuurvormen komen het eerst aan bod. Dit heeft wel als consequentie dat de meest frequent gebruikte titulatuurformules volgen op de vorstelijke en adellijke titulatuur, die de meeste mensen zelden of nooit nodig zullen hebben. Om het gecompliceerde systeem zo overzichtelijk mogelijk te presenteren hebben we overigens voor fijnere onderscheidingen gekozen dan in de Titulatuurgids, waaraan de meeste gegevens ontleend zijn. Tenzij anders is aangegeven, volgt op de titulatuur steeds heer of mevrouw (vrouwe). Bij de rooms-katholieke en joodse geestelijkheid en de adellijke titel ridder is natuurlijk alleen heer mogelijk.


2. Vorstelijke titulatuur Top

Het staatshoofd en de overige leden van de koninklijke familie die een vorstelijke titel (prins(es)) voeren, hebben een vorstelijke titulatuur. Niet alle leden van de koninklijke familie met een vorstelijke titel behoren tot het Koninklijk Huis; anderzijds hebben niet alle leden van het Koninklijk Huis een vorstelijke titel. Het aantal titulatuurformules is beperkt; naast majesteit wordt alleen (koninklijke) hoogheid gebruikt:


Koning(in) zijne/hare majesteit
Prins van Oranje zijne koninklijke hoogheid
Prins(es) der Nederlanden zijne/hare koninklijke hoogheid
Prins(es) de Bourbon de Parme zijne/hare koninklijke hoogheid
Prins(es) van Oranje-Nassau zijne/hare hoogheid

3. Adellijke titulatuur Top

Het enige in de wet vastgelegde voorrecht van de Nederlandse adel is het voeren van een adellijk distinctief: een adellijke titel of een predicaat. Het Nederlandse adelsrecht kent de volgende adellijke titels, in hiërarchische volgorde: prins, hertog, markies, graaf, burggraaf, baron en ridder. De titel prins wordt alleen gevoerd door leden van de koninklijke familie (Oranje, Nederlanden, Oranje-Nassau en sinds kort ook de Bourbon de Parme). De Nederlandse titel hertog wordt in het geheel niet gevoerd en de titel markies door slechts één familie, die bovendien tot de Britse adel behoort. De titel burggraaf wordt alleen gevoerd door Belgische families of door Belgische takken van Nederlandse geslachten. De exclusief mannelijke titel ridder komt bij acht geslachten voor.

Afgezien van de genoemde uitzonderingen betekent het een en ander dat er in Nederland slechts drie adellijke titels worden gevoerd: graaf, baron en ridder. Het merendeel van de Nederlandse adel heeft geen titel. Alle leden van de adel die geen titel bezitten, hebben recht op het predicaat jonkheer of het vrouwelijke equivalent jonkvrouw. In de titulatuur wordt alleen onderscheid gemaakt tussen hooggeboren (graaf) en hoogwelgeboren (baron, ridder, jonkheer), wat de adellijke titulatuur al net zo overzichtelijk maakt als de vorstelijke titulatuur:


graaf/gravin

hooggeboren

baron/barones

hoogwelgeboren

ridder

hoogwelgeboren

jonkheer/jonkvrouw

hoogwelgeboren


4. Ambtelijke titulatuur Top

De ambtelijke titulatuur is zonder meer de ingewikkeldste en meest diverse categorie. Het gaat dan ook om veel verschillende functies bij heel verschillende instituties bij het binnenlands bestuur, de diplomatieke dienst, de rechterlijke macht, het onderwijs enzovoort. De militaire en de kerkelijke titulatuur behoren strikt genomen tot de ambtelijke titulatuur, maar zullen ten behoeve van het overzicht afzonderlijk worden behandeld. In het volgende schema is geprobeerd enige orde in de verscheidenheid aan te brengen:


minister zijne/hare excellentie
staatssecretaris zijne/hare excellentie
ambassadeur zijne/hare excellentie
gouverneur van overzeese rijksdelen zijne/hare excellentie
lid van Hoge Raad der Nederlanden edelhoogachtbare
griffier (bij de Hoge Raad) edelhoogachtbare
procureur-generaal (bij de Hoge Raad der Nederlanden) edelhoogachtbare
procureur-generaal (lid van het College van procureurs-generaal) edelgrootachtbare
lid van gerechtshof edelgrootachtbare
curator (universiteit) edelgrootachtbare
advocaat-generaal edelgrootachtbare
griffier (bij een gerechtshof) edelgrootachtbare
commissaris der (of van de) Koningin/gouverneur hoogedelgestrenge
lid van Raad van State hoogedelgestrenge
lid van Raad voor de Rechtspraak hoogedelgestrenge
lid van Algemene Rekenkamer hoogedelgestrenge
kamerlid (lid van Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal) hoogedelgestrenge
lid van Gedeputeerde Staten hoogedelgestrenge
burgemeester (grote stad) hoogedelgestrenge
ambtenaar in schaal 14 en hoger (hoofdambtenaar van referendaris t/m secretaris-generaal) hoogedelgestrenge
hoofdinspecteur der directe belastingen hoogedelgestrenge
inspecteur-generaal van politie hoogedelgestrenge
commissaris van politie (grote stad) hoogedelgestrenge
inspecteur van het hoger onderwijs hoogedelgestrenge
oud-minister hoogedelgestrenge
consul-generaal hoogedelgestrenge
gezant hoogedelgestrenge
directeur-generaal hoogedelgestrenge
directeur hoogedelgestrenge
hoogleraar hooggeleerde
rechter edelachtbare
rechter-commissaris edelachtbare
kantonrechter edelachtbare
griffier (bij een rechtbank) edelachtbare
officier van justitie edelachtbare
substituut-officier van justitie edelachtbare
college van burgemeester en wethouders edelachtbare
wethouder edelachtbare
gemeenteraadslid edelachtbare
consul weledelgestrenge
vice-consul weledelgestrenge
griffier (Centrale Raad van Beroep en ambtenarengerecht) weledelgestrenge
inspecteur van belastingen weledelgestrenge
inspecteur van het middelbaar onderwijs weledelgestrenge
lid van Provinciale Staten weledelgestrenge
burgemeester (kleine gemeente) weledelgestrenge
inspecteur van politie weledelgestrenge
commissaris van politie (kleine gemeente) weledelgestrenge
officier van politie weledelgestrenge
attaché weledelgestrenge
ambtenaar in schaal 10 t/m 13 weledelgestrenge
curator (gymnasium) weledelgestrenge
rector (middelbare school) weledelgestrenge
schoolopziener weledelgestrenge
notaris weledelgestrenge
kandidaat-notaris weledelgestrenge


5.Militaire titulatuur Top

Militaire titulatuur heeft alleen betrekking op officieren en militairen onder de rang van officier die ridder MWO (Militaire Willemsorde) zijn. Er zijn maar drie formules in gebruik; afgezien van de titulatuur excellentie, die is gereserveerd voor vlag- en opperofficieren boven de rang van schout-bij-nacht en generaal-majoor, is de keuze zelfs beperkt tussen hoogedelgestreng en weledelgestreng. Met de laatste titulatuur worden subalterne officieren aangeschreven; hoogedelgestreng zijn hoofdofficieren en vlag- en opperofficieren tot de rang van vice-admiraal en luitenant-generaal. Weliswaar is er een vrij groot aantal officiersrangen, maar de militaire titulatuur is weer heel overzichtelijk:


luitenant-admiraal (LADM) zijne excellentie
generaal (gen) zijne excellentie
vice-admiraal (VADM) zijne excellentie
luitenant-generaal (lgen) zijne excellentie
schout-bij-nacht (SBN) hoogedelgestrenge
generaal-majoor (genm) hoogedelgestrenge
Commandeur hoogedelgestrenge
brigadegeneraal (bgen) hoogedelgestrenge
Commodore hoogedelgestrenge
kapitein ter zee (KTZ) hoogedelgestrenge
kolonel (kol) hoogedelgestrenge
kapitein-luitenant ter zee (KLTZ) hoogedelgestrenge
luitenant-kolonel (overste) (lkol) hoogedelgestrenge
luitenant ter zee der eerste klasse (LTZ1) hoogedelgestrenge
majoor (maj) hoogedelgestrenge
luitenant ter zee der tweede klasse (oudste categorie) (LTZ2OC) weledelgestrenge
kapitein (kap), ritmeester (ritm) weledelgestrenge
luitenant ter zee der tweede klasse (LTZ2) weledelgestrenge
eerste luitenant (elnt) weledelgestrenge
luitenant ter zee der derde klasse (LTZ3) weledelgestrenge
tweede luitenant (tlnt) weledelgestrenge
militair beneden de rang van officier, ridder MWO weledelgestrenge


6. Academische titulatuur Top

De academische titulatuur is niet erg uitgebreid, aangezien het aantal academische titels (of graden) beperkt is tot vier. Professor is geen titel, maar de functieaanduiding en aanspreekvorm die hoort bij het ambt van hoogleraar (zie hierboven onder ambtelijke titulatuur). De (niet-beschermde) buitenlandse titel Master of Business Administration is gelijkgesteld aan doctorandus (de afkorting MBA staat achter de naam). Wie een ingenieursdiploma heeft behaald aan een instelling voor hoger beroepsonderwijs (tegenwoordig hbo, vroeger hts of hogere landbouwschool) mag de titel ing. voeren; de aanspreekvorm is de heer of mevrouw.

doctor (dr.) weledelzeergeleerde
meester (in de rechten) (mr.) weledelgestrenge
ingenieur (ir.) weledelgestrenge
doctorandus (drs.) weledelgeleerde

7. Kerkelijke titulatuur Top

Van de verschillende kerkgenootschappen in Nederland is de rooms-katholieke Kerk zonder enige twijfel de meest hiërarchisch georganiseerde. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de titulatuur binnen de r.-k. Kerk uitgebreider is dan bijvoorbeeld binnen de verschillende protestantse kerkgenootschappen, hetgeen moge blijken uit de volgende overzichten:

rooms-katholieke titulatuur:


paus zijne heiligheid
kardinaal zijne eminentie
aartsbisschop zijne hoogwaardige excellentie
bisschop zijne hoogwaardige excellentie monseigneur
nuntius zijne hoogwaardige excellentie monseigneur
pronuntius zijne hoogwaardige excellentie monseigneur
monseigneur hoogwaardige heer monseigneur
protonotarius hoogwaardige heer monseigneur
ereprelaat hoogwaardige heer monseigneur
kapelaan van zijne heiligheid hoogwaardige heer monseigneur
vicaris-generaal hoogwaardige heer monseigneur
vicaris-generaal (regulier) hoogwaardige pater
bisschoppelijk vicaris hoogeerwaarde
deken hoogeerwaarde
abt hoogeerwaarde
prior hoogeerwaarde
provinciaal hoogeerwaarde
kanunnik hoogeerwaarde
plebaan hoogeerwaarde
officiaal hoogeerwaarde
president (groot-seminarie) hoogeerwaarde
professor (groot-seminarie) zeereerwaarde hooggeleerde
professor (klein-seminarie) zeereerwaarde (zeergeleerde)
pastoor/rector zeereerwaarde
rector (seminarie) zeereerwaarde
overste van een klooster zeereerwaarde
moeder-overste zeereerwaarde moeder
kapelaan weleerwaarde
diaken weleerwaarde
pater weleerwaarde pater
broeder (frater) eerwaarde broeder (frater)
religieuze eerwaarde zuster

protestantse titulatuur:


lid van synode hoogeerwaarde
predikant (doctor) weleerwaarde zeergeleerde
predikant (doctorandus) weleerwaarde

titulatuur joodse gemeente:

opperrabbijn weleerwaarde zeergeleerde
rabbinale assessor, rabbijn weleerwaarde

8. Burgerlijke titulatuur Top

Wie geen aanspraak kan maken op een van de hierboven behandelde soorten titulatuur, heeft recht op zogenoemde 'burgerlijke titulatuur'. Deze bestaat enerzijds uit het ontbreken van titulatuur (de heer, mevrouw en mejuffrouw) en anderzijds uit de formules weledelgeboren en weledele. Deze formules zijn geheel in onbruik geraakt en het gebruik ervan is dan ook beslist af te raden. Aangezien de aanspreekvorm (me)juffrouw evenzeer in onbruik is geraakt en in verreweg de meeste gevallen niet meer op prijs wordt gesteld, blijven wat de burgerlijke titulatuur betreft de aanduidingen de heer en mevrouw (zonder meer) over.

Titulatuur alfabetisch gerangschikt

aartsbisschop

zijne hoogwaardige excellentie

abdis

eerwaarde zuster

abt

hoogeerwaarde

admiraal

zijne excellentie

advocaat

weledelgestrenge

advocaat-generaal

edelgrootachtbare

ambassadeur

zijne excellentie

ambtenaar in schaal 10 t/m 13

weledelgestrenge

ambtenaar in schaal 14 en hoger (hoofdambtenaar van referendaris t/m secretaris-generaal)

hoogedelgestrenge

apotheker

zie: arts

arts (doctorandus)

weledelgeleerde

arts (doctor)

weledelzeergeleerde

attaché

weledelgestrenge

baron(es)

hoogwelgeboren

bisschop

zijne hoogwaardige excellentie

broeder (frater)

eerwaarde broeder (frater)

burgemeester (grote stad)

hoogedelgestrenge

burgemeester (kleine gemeente)

weledelgestrenge

burgemeester en wethouders

edelachtbare

commandeur

hoogedelgestrenge

commissaris van de Koningin

zijne/hare excellentie

commissaris van politie (grote stad)

hoogedelgestrenge

commissaris van politie (kleine gemeente)

weledelgestrenge

consul

weledelgestrenge

consul-generaal

hoogedelgestrenge

curator (gymnasium)

weledelgestrenge

curator (universiteit)

edelgrootachtbare

deken

hoogeerwaarde

directeur (ministerie en belastingen)

hoogedelgestrenge

directeur-generaal (ministerie en belastingen)

hoogedelgestrenge

doctor

weledelzeergeleerde

doctorandus

weledelgeleerde

eerste luitenant

weledelgestrenge

gemeenteraadslid

edelachtbare

generaal ('vier sterren')

zijne/hare excellentie

generaal-majoor

hoogedelgestrenge

gezant

hoogedelgestrenge

gouverneur van overzeese rijksdelen

zijne/hare excellentie

graaf/gravin

hooggeboren

griffier (bij de Hoge Raad)

edelhoogachtbare

griffier (bij een gerechtshof)

edelgrootachtbare

griffier (bij een rechtbank)

edelachtbare

griffier van de Centrale Raad van Beroep en ambtenarengerecht

weledelgestrenge

grootofficier van het Koninklijk Huis

zijne/hare excellentie

hoofdinspecteur der directe belastingen

hoogedelgestrenge

hoofdofficier (KM, KL, KLu en KMar)

hoogedelgestrenge

hoogleraar

hooggeleerde

ingenieur (ir.)

weledelgestrenge

inspecteur (politie, belastingen, middelbaar onderwijs)

weledelgestrenge

inspecteur van het hoger onderwijs

hoogedelgestrenge

inspecteur-generaal van politie

hoogedelgestrenge

jonkheer/jonkvrouw

hoogwelgeboren

kamerlid (lid van Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal)

hoogedelgestrenge

kandidaat-notaris

weledelgestrenge

kantonrechter

edelachtbare

kanunnik

hoogeerwaarde

kapelaan

weleerwaarde

kapitein (KL, KLu en KMar)

weledelgestrenge

kapitein ter zee

hoogedelgestrenge

kapitein-luitenant ter zee

hoogedelgestrenge

kardinaal

zijne eminentie

kolonel

hoogedelgestrenge

koning(in)

zijne/hare majesteit

kroonprins(es)

zijne/hare koninklijke hoogheid

lid van Hoge Raad der Nederlanden

edelhoogachtbare

luitenant ter zee der eerste klasse

hoogedelgestrenge

luitenant ter zee der tweede klasse

weledelgestrenge

luitenant ter zee der derde klasse

weledelgestrenge

luitenant-admiraal

zijne/hare excellentie

luitenant-generaal

zijne/hare excellentie

luitenant-kolonel

hoogedelgestrenge

majoor

hoogedelgestrenge

master of business administration

weledelgeleerde + MBA (achter de naam)

meester in de rechten

weledelgestrenge

minister

zijne/hare excellentie

monseigneur

hoogwaardige

notaris

weledelgestrenge

officier van justitie

edelachtbare

officier van politie

weledelgestrenge

opperrabbijn

weleerwaarde zeergeleerde

oud-minister

hoogedelgestrenge

pastoor

zeereerwaarde

pater

weleerwaarde pater

predikant (doctorandus)

weleerwaarde

predikant (doctor)

weleerwaarde zeergeleerde

prins(es)

zijne/hare (koninklijke) hoogheid

procureur-generaal

edelgrootachtbare

professor

hooggeleerde

rabbijn

weleerwaarde

rechter

edelachtbare

rechter-commissaris

edelachtbare

rector (seminarie)

zeereerwaarde

rector (middelbare school)

weledelgestrenge

referendaris

hoogedelgestrenge

registeraccountant

RA (achter de naam)

religieuze

eerwaarde zuster

ridder

hoogwelgeboren

ritmeester (cavalerie; gelijk aan kapitein)

weledelgestrenge

schoolopziener

weledelgestrenge

secretaris-generaal

hoogedelgestrenge

staatssecretaris

zijne/hare excellentie

substituut-officier van justitie

edelachtbare

synode (lid van -)

hoogeerwaarde

tandarts

zie: arts

tweede luitenant

weledelgestrenge

vice-admiraal

zijne/hare excellentie

vice-consul

weledelgestrenge

wethouder

edelachtbare

zuster (religieuze)

eerwaarde zuster


Titulatuur alfabetisch gerangschikt naar formules

edelachtbare

college van burgemeester en wethouders, gemeenteraadslid, griffier (bij een rechtbank), kantonrechter, (substituut-)officier van justitie, rechter, rechter-commissaris, wethouder

edelgrootachtbare

advocaat-generaal, curator (universiteit), griffier (bij een gerechtshof), lid van gerechtshof, procureur-generaal (lid van het College van procureurs-generaal)

edelhoogachtbare

griffier (bij de Hoge Raad der Nederlanden), lid van Hoge Raad der Nederlanden, procureur-generaal (bij de Hoge Raad der Nederlanden)

eerwaarde

broeder (frater), zuster (religieuze)

eminentie (zijne -)

kardinaal

excellentie (zijne/hare -)

admiraal, ambassadeur, generaal (vier sterren), gouverneur, grootofficier van het Koninklijk Huis, luitenant-admiraal, luitenant-generaal, minister, staatssecretaris, vice-admiraal

hoogedelgestrenge

lid van Algemene Rekenkamer, ambtenaar in schaal 14 en hoger (hoofdambtenaar van referendaris t/m secretaris-generaal), burgemeester (grote stad), commandeur, commissaris van de Koningin, commissaris van politie (grote stad), consul-generaal, directeur(-generaal) (ministerie, belastingen), lid van Gedeputeerde Staten, generaal-majoor, gezant, hoofdinspecteur der directe belastingen, hoofdofficier (KM, KL, KLu en KMar), inspecteur van het hoger onderwijs, inspecteur-generaal van politie, kamerlid (lid van Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal), kapitein ter zee, kapitein-luitenant ter zee, kolonel, luitenant ter zee der eerste klasse, oud-minister, lid van Raad van State

hoogeerwaarde

abt, deken, kanunnik, lid van synode

hooggeboren

graaf/gravin

hooggeleerde

hoogleraar (professor)

hoogheid (zijne/hare -)

prins

hoogwaardige

monseigneur

hoogwaardige excellentie

aartsbisschop, bisschop

hoogwelgeboren

baron(es), jonkheer/jonkvrouw, ridder

koninklijke hoogheid (zijne/hare -)

(kroon-)prins(es)

majesteit (zijne/hare -)

koning(in)

weledelgeboren

weledelgeleerde

doctorandus, master of business administration (MBA)

weledelgestrenge

advocaat, ambtenaar in schaal 10 t/m 13, attaché, burgemeester (kleine gemeente), commissaris van politie (kleine gemeente), (vice-)consul, curator (gymnasium), eerste luitenant, griffier van Centrale Raad van Beroep en ambtenarengerecht, ingenieur (ir.), inspecteur (politie, belastingen, middelbaar onderwijs), (kandidaat-)notaris, kapitein (KL, KLu en KMar), luitenant ter zee der tweede en derde klasse, luitenant-kolonel, majoor, meester in de rechten, officier van politie, lid van Provinciale Staten, rector (middelbare school), schoolopziener

weledelzeergeleerde

doctor

weleerwaarde

kapelaan, predikant (drs.), rabbijn

weleerwaarde zeergeleerde

opperrabbijn, predikant (dr.)

zeereerwaarde

pastoor, rector (seminarie)

Naslagwerken

Titulatuurgids (1995); Grote Van Dale (2005), p. XXXI-XXXVI; Taalbaak 39; Handboek Bedrijfscorrespondentie (1993) , p. 37, 731-736; Schrijfwijzer (1995) , p. 39, 145; ABN-gids (1996) , p. 101-102