Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Geachte mevrouw Jansen, / Geachte mevrouw,

Vraag

Schrijf je in de aanhef van een brief na Geachte de achternaam van de aangeschreven persoon, als die bekend is?

Antwoord

Deze vraag kan niet eenvoudig met 'ja' of 'nee' worden beantwoord, aangezien er drie verschillende conventies naast elkaar bestaan.

In Nederland schrijft de officiële etiquette voor dat mannen bij de achternaam worden aangesproken en aangeschreven (Geachte heer + achternaam), maar dat bij vrouwen de achternaam achterwege moet blijven (Geachte mevrouw).

Volgens de in België gebruikelijke conventie mag de achternaam bij de aanschrijving alleen worden genoemd als de afzender en de geadresseerde met elkaar kennisgemaakt hebben (Geachte heer/mevrouw + achternaam), maar moet in andere gevallen de achternaam achterwege blijven (Geachte heer/mevrouw).

Voor zakelijke correspondentie wordt zowel in België als in Nederland het gebruik van de achternaam aanbevolen, als die bekend is, ook als een vrouw wordt aangeschreven en ook als de afzender de geadresseerde niet persoonlijk kent (Geachte heer/mevrouw + achternaam). Er wordt wel voor gewaarschuwd dat het gebruik van de achternaam enige vertrouwelijkheid kan suggereren en daarom niet in alle gevallen (bijv. in verkoopbrieven) aan te raden is.

Toelichting

Volgens de van oudsher in Nederland geldende etiquetteregel volgt de achternaam bij de aanspreking en aanhef alleen na mijnheer/(Zeer) geachte heer en juffrouw/(Zeer) geachte mejuffrouw, maar niet na mevrouw/(Zeer) geachte mevrouw. Aangezien de aanspreekvorm (me)juffrouw in onbruik is geraakt, kan deze regel vereenvoudigd worden tot: schrijf Geachte heer [achternaam] en Geachte mevrouw [zonder meer]. Vroeger werd de aanspreekvorm mevrouw + achternaam in Nederland dan ook 'streng afgekeurd' door mensen die weten 'hoe het eigenlijk hoort'. De achtergrond hiervan was dat je door het uitspreken van de naam een zekere 'macht' zou kunnen uitoefenen op de aangesproken persoon, wat bij gehuwde vrouwen taboe was.

Volgens de Belgische conventie mag je iemand pas bij de naam noemen en aanschrijven, als je die persoon wat beter kent. Het maakt daarbij niet uit of het een man of een vrouw betreft. Iemand met wie je nog niet hebt kennisgemaakt, schrijf je dus aan met Geachte heer/mevrouw [zonder meer]; als je de betrokkene wel kent, schrijf je Geachte heer/mevrouw [achternaam]. Het noemen van de achternaam kan in België dus ook bij mannen als 'onbeleefd' gelden.

Zowel voor Nederland als voor België geldt dat niet iedereen meer van deze etiquetteregels op de hoogte is. Het is zelfs zo dat in Nederland veel mensen het onbeleefd vinden om de achternaam niet te gebruiken, als die wel bekend is. In de literatuur waarin praktische tips voor het schrijven van brieven worden gegeven, wordt daarom het gebruik van de achternaam aangeraden. Hierbij maakt men wel het voorbehoud dat sommige lezers deze persoonlijke aanspreking in bepaalde gevallen (bijv. in verkoopbrieven en andere vormen van 'direct mail') als te opdringerig kunnen opvatten. In zakelijke correspondentie van de Vlaamse overheid wordt bijna altijd de formule Geachte heer/mevrouw + achternaam gebruikt; hiermee beoogt de Vlaamse overheid haar burgers op een klantvriendelijke wijze te benaderen.

Als je de geadresseerde niet voor het hoofd wilt stoten of als je wilt laten blijken dat je op de hoogte bent van de etiquetteregels, zou je eigenlijk moeten weten welke conventie de geadresseerde hanteert. Dat is natuurlijk meestal niet mogelijk.

Indien men in plaats van deze aanspreekvormen kiest voor het gebruik van titulatuur als aanhef, wordt de achternaam daaraan nooit toegevoegd. Het is dus bijvoorbeeld Weledelgestrenge heer [zonder meer] en Edelachtbare vrouwe [zonder meer]. Dit Nederlandse gebruik is in België onbekend.

Zie ook

Adressering aan bedrijven en instellingen
Adressering aan gehuwden of samenwonenden
Geachte - Beste (als aanhef)
Geachte meneer, / Geachte mijnheer, / Geachte heer,
Geachte mevrouw / Geachte mevrouw,
Mejuffrouw - juffrouw
Mijne heren: verouderd?
Titulatuur en titels in Nederland: voorrangsregels

Bronnen

Groskamp-ten Have, A. (1990).Hoe hoort het eigenlijk? (19e dr. door M. Krans en W. Post). Haarlem: H.J.W. Becht. (pp. 72-73)
Pauw van Wieldrecht, A. (1985). Het dialect van de adel, Utrecht: HES. (p. 11)
Nootens, J., Penninckx, W. & Simonis, F. (1994). Duidelijk Nederlands in brieven, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. (p. 32)

Naslagwerken

Titulatuurgids (1995), p. 133; Taalbaak 5.2; Handboek Bedrijfscorrespondentie (1993), p. 39-40; Strategisch corresponderen (1991), p. 27

Nederlandse Taalunie