Geachte meneer, / Geachte mijnheer, / Geachte heer,
Vraag
Wat is de beste briefaanhef: Geachte meneer, Geachte mijnheer of Geachte heer?
Antwoord
Geachte heer + de achternaam is de beste aanhef wanneer u de naam van de ontvanger kent en zeker weet dat het een man is. Wanneer u de naam van de ontvanger niet kent, maar zeker weet dat het om een man gaat, is Geachte heer een goede aanhef. In een aantal gevallen weet u niet of de ontvanger een man of een vrouw is, bijvoorbeeld als u de naam niet kent, als u alleen de initialen heeft of als de persoon een voornaam heeft waarvan u niet weet of die op een man of vrouw slaat. In die gevallen kunt u de volgende vormen van aanhef gebruiken:
- Geachte heer, geachte mevrouw
- Geachte heer
Geachte mevrouw
- Geachte heer, mevrouw
- Geachte heer of mevrouw
In deze vormen van aanhef kan ook steeds mevrouw op de eerste plaats staan. In een mondelinge aanspreking is meneer gebruikelijk. Die vorm wordt ook vaak als mijnheer geschreven. In de aanhef van een brief zijn meneer en mijnheer niet aan te raden.
Toelichting
-
Zie ook
Opmaak van een zakelijke brief in Nederland (algemeen)
Opmaak van een zakelijke brief in België (algemeen)
Adressering aan bedrijven en instellingen
Adressering aan gehuwden of samenwonenden
Adressering aan twee vrouwen of twee mannen
Dr. X en mevrouw dr. X / de heer dr. X en mevrouw dr. X
Geachte - Beste (als aanhef)
Geachte mevrouw / Geachte mevrouw,
Geachte mevrouw Jansen, / Geachte mevrouw,
Mijne heren: verouderd?
Schuine streep (slash, Duitse komma), gebruik van -
Titulatuur en titels in Nederland: voorrangsregels
Bronnen
Beex, N., Doeve, R. & Tiggeler, E. (2001). De magische media mix: E-mail brieven faxen. Den Haag: Sdu. Callewaert, D. & Caluwé, D. (2003). De Belgische briefnormen. Geraadpleegd op 18 december 2005 via http://www.vvzc.be/Briefnormen.pdf.
Naslagwerken
Communicatiewijzer (2004), p. 17-19; Handboek Bedrijfscorrespondentie (1993), p. 39; Professioneel communiceren (2004), p. 32-33; Schrijfwijzer (2005), p. 401-402; Strategisch corresponderen (1991), p. 27; Taalboek Nederlands (2003), p. 414-415


