Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Adressering aan gehuwden of samenwonenden

Vraag

Hoe adresseer ik een brief aan een echtpaar of aan samenwonenden?

Antwoord

Adresseer uw brief zo volledig mogelijk. Vermeld het geslacht en de naam van beide geadresseerden.

Toelichting

Adressering aan gehuwden heeft vaak de volgende vorm:

De heer W. Jansen en mevrouw G. Jansen-de Graaf

Ankerplaats 12

1232 AB  HOORN

U kunt ook gebruikmaken van een verkorte vorm:

De heer en mevrouw Jansen-de Graaf

Ankerplaats 12

1232 AB  HOORN

We raden aan om in zakelijke correspondentie zo volledig mogelijk te zijn bij de adressering. Toch is ook de volgende verkorte aanduiding wel mogelijk, als de vrouw de achternaam van haar man draagt:

De heer en mevrouw Dupont

Mechelerlei 456

3001 HEVERLEE

Als u de titels van (een van) de echtgenoten wilt vermelden, noem dan beide namen. Vermeld de titel bij de naam:

De heer drs. W. Dupont en mevrouw mr. G. Dupont-De Smedt

Mechelerlei 456

3001 HEVERLEE

Neem geen aanduidingen als de volgende op in de adressering:

De heer prof. dr. Erkelens en echtgenote

Vermeld in plaats daarvan beide namen:

De heer prof. dr. F. Erkelens en mevrouw C. Erkelens-de Boer

Als het niet om zakelijke correspondentie gaat, kunt u ook als volgt adresseren:

Familie Jansen

Ankerplaats 12

1232 AB  HOORN

Deze adressering is ook aan eventuele kinderen of andere gezinsleden gericht.

Als u uw brief richt aan samenwonenden (of aan echtgenoten die niet dezelfde achternaam dragen), noemt u beide namen:

De heer A. de Vries en mevrouw E. de Boer

Scharrenstraat 23

9876 ZX  IJMUIDEN

Bijzonderheid

Soms wordt de heer of mevrouw afgekort tot dhr. of mw. De voorkeur gaat echter uit naar de niet-afgekorte versie.

Zie ook

Geachte meneer, / Geachte mijnheer, / Geachte heer,
Geachte mevrouw / Geachte mevrouw,
Geachte mevrouw Jansen, / Geachte mevrouw,
Dr. X en mevrouw dr. X / de heer dr. X en mevrouw dr. X
Adressering aan bedrijven en instellingen

Naslagwerken

Handboek Bedrijfscorrespondentie (1993), p. 36-37

Nederlandse Taalunie