Naar een enkelvoudig woord verwijzen met een meervoudig voornaamwoord (algemeen)
Naar een enkelvoudig woord verwijzen met een meervoudig voornaamwoord (algemeen)
1. Inleiding
2. Verzamelnamen
2.1 Zelfstandig naamwoorden
2.2 Eigennamen
3. ‘Rekenkundige’ formuleringen
1. Inleiding[Top]
Er zijn woorden die in vorm enkelvoudig zijn, maar die naar een meervoudig aantal personen verwijzen. Voorbeelden daarvan zijn woorden als groep, team en familie. Het zijn zogeheten verzamelnamen. Je ziet bijvoorbeeld aan de persoonsvorm dat ze grammaticaal gezien in principe enkelvoudig zijn: die persoonsvorm staat ook in het enkelvoud als zo’n verzamelnaam als onderwerp van de zin wordt gebruikt.
(1) De groep kwam elke avond bij elkaar.
(2) Het team behaalde de overwinning.
(3) Mijn familie komt uit Twente.
Ook namen van organisaties, bedrijven, clubs en dergelijke zijn naar de vorm enkelvoudig en in die zin te beschouwen als verzamelnamen. Ook hierbij staat de persoonsvorm gewoonlijk in het enkelvoud.
(4) Microsoft heeft veel winst gemaakt.
(5) Anderlecht heeft gewonnen.
Groep (een – ambtenaren gingen / ging)
Als er verderop in de zin of in een volgende zin naar zulke woorden wordt verwezen, gebeurt dat soms met een enkelvoudig persoonlijk, bezittelijk of aanwijzend voornaamwoord en soms met een meervoudig voornaamwoord. Vrijwel altijd is een enkelvoudige verwijzing correct, maar er zijn veel gevallen waarin ook het meervoud mogelijk is of zelfs de voorkeur heeft.
(6) Het team behaalde zijn derde overwinning.
(7a) Het team was dolgelukkig toen het zijn derde overwinning behaalde.
(7b) Het team was dolgelukkig toen ze hun derde overwinning behaalden.
(8) Anderlecht behaalde zijn derde overwinning.
(9a) Anderlecht was dolgelukkig toen het zijn derde overwinning behaalde.
(9b) Anderlecht was dolgelukkig toen ze hun derde overwinning behaalden.
Woorden als team en Anderlecht zijn naar de vórm weliswaar enkelvoudig, maar in betekenis hebben ze iets meervoudigs, omdat ze een meervoudig aantal mensen aanduiden. Het meervoudige voornaamwoord verwijst dan niet zozeer naar de groep als geheel, maar naar de léden van die groep: de spelers van het team, de familieleden enzovoort.
Ditzelfde verschijnsel doet zich voor bij woordgroepen met een rekenkundig element (een verhouding, breuk of percentage), zoals een op de drie mensen, een kwart van de aanwezigen, twee derde van de toeschouwers en tien procent van de ondervraagden. Ook hierbij is de persoonsvorm doorgaans enkelvoudig, maar in veel gevallen kan er wel met een meervoudig voornaamwoord naar zo’n woordgroep worden verwezen.
In deze tekst worden de verwijzingsmogelijkheden behandeld die mogelijk zijn bij zinnen waarin zo’n woord of constructie voorkomt.
2. Verzamelnamen[Top]
2.1 Zelfstandige naamwoordenTop
Verzamelnamen zijn woorden die een bepaalde groep of verzameling mensen (of dieren of zaken) aanduiden. Dat geldt voor de zelfstandige naamwoorden groep en verzameling zelf, en verder onder meer voor team, politie, familie, gemeenteraad, fractie en menigte.
Naar zulke woorden kun je in principe altijd met een enkelvoudig voornaamwoord verwijzen.
(10) Het team vierde zijn eerste overwinning uitbundig.
(11) De politie nam haar taak serieus.
(12) De rijke familie verkocht al haar landhuizen.
(13) De gemeenteraad overwoog zijn strategie aan te passen.
(14) De fractie wilde haar standpunt best wat duidelijker verwoorden.
(15) De menigte vervolgde haar weg door het centrum.
In (10) verwijst zijn naar het onzijdige woord team, in (11) en (12) verwijst haar naar het vrouwelijke politie en familie, en in (13) verwijst zijn naar het mannelijke woord gemeenteraad. Een verwijzing met een meervoudig woord, zoals Het team vierde hun overwinning en De menigte vervolgde hun weg, komt in zulke zinnen weinig voor.
Toch kan er in tal van situaties ook met een meervoudig voornaamwoord worden verwezen naar een verzamelnaam. Dat gebeurt vooral als er sprake is van een bijzin of een nieuwe hoofdzin (zoals in de voorbeelden(16)-(18)), of bijvoorbeeld een voorzetselbepaling (zie (19)). De verwijzing met een meervoudig woord maakt duidelijk(er) dat de handeling door meerdere personen wordt uitgevoerd. Bovendien kan zo’n verwijzing inhoudelijk logischer zijn, omdat het niet om een handeling van de groep als één geheel gaat – als collectief – maar om handelingen van de verschillende leden van die groep – als individuen.
(16a) De gemeenteraad liet weten dat hij overweegt zijn strategie aan te passen.
(16b) De gemeenteraad liet weten dat ze overwegen hun strategie aan te passen.
(17a) De fractie reageerde instemmend toen er werd gevraagd of ze haar standpunt wat duidelijker wilde verwoorden.
(17b) De fractie reageerde instemmend toen er werd gevraagd of ze hun standpunt wat duidelijker wilden verwoorden.
(18a) Voor het team was de 3-0 een grote verrassing. Het vierde zijn overwinning dan ook uitbundig.
(18b) Voor het team was de 3-0 een grote verrassing. Ze vierden hun overwinning dan ook uitbundig.
(19a) De familie moest al haar landhuizen verkopen vanwege haar faillissement.
(19b) De familie moest al hun landhuizen verkopen vanwege hun faillissement.
Haar / zijn (het bestuur heeft – goedkeuring uitgesproken)
Zijn / hun (de tweeling is gek op – nichtje)
2.2 EigennamenTop
Een specifieke categorie van zelfstandige naamwoorden zijn eigennamen. Ook eigennamen kunnen een groep of verzameling mensen aanduiden, zoals namen van clubs, bands of bedrijven. Veel van zulke namen zijn naar de vorm enkelvoudig en moeten als onzijdig worden opgevat – het is bijvoorbeeld het dominante Anderlecht, het roemruchte Oasis en het machtige Microsoft. In (20), (21) en (22) wordt dan ook zijn gebruikt om naar de eigennaam eerder in de zin te verwijzen.
(20) Anderlecht vierde zijn eerste overwinning uitbundig.
(21) Oasis speelde zijn nummers vol overtuiging tijdens het reünieconcert.
(22) Microsoft maakte zijn jaarcijfers bekend.
Haar / zijn (Pepsi heeft – winst verdubbeld)
Een verwijzing met een meervoudig woord, zoals Anderlecht vierde hun overwinning en Microsoft maakte hun jaarcijfers bekend, komt in geschreven taal in zulke zinnen weinig voor.
Toch kan er in tal van situaties ook met een meervoudig voornaamwoord worden verwezen naar een eigennaam die een groep mensen aanduidt. Dat gebeurt vooral als er sprake is van een bijzin of een nieuwe zin, of bijvoorbeeld een voorzetselbepaling, zoals in de voorbeelden hieronder. De verwijzing met een meervoudig woord maakt duidelijk(er) dat de handeling door meerdere personen wordt uitgevoerd.
(23a) Voor Anderlecht was de 3-0 een grote verrassing. Het vierde zijn overwinning dan ook uitbundig.
(23b) Voor Anderlecht was de 3-0 een grote verrassing. Ze vierden hun overwinning dan ook uitbundig.
(24a) Oasis gaf vorige week een reünieconcert met veel van zijn oude nummers.
(24b) Oasis gaf vorige week een reünieconcert met veel van hun oude nummers.
(25a) Het was voor Microsoft duidelijk dat het zijn concurrenten serieus moest nemen.
(25b) Het was voor Microsoft duidelijk dat ze hun concurrenten serieus moesten nemen.
3. ‘Rekenkundige’ formuleringen[Top]
Woordgroepen met ‘rekenkundige’ formuleringen, zoals een op de drie ondervraagden, een derde van de Belgen of tien procent van de werknemers, gelden als enkelvoudig. Als zo’n woordgroep het onderwerp van de zin is, staat de bijbehorende persoonsvorm in het enkelvoud.
(26) Een op de tien ondervraagden vulde de lijst niet volledig in.
(27) Een derde van de Belgen heeft een tuin.
(28) Tien procent van de werknemers overweegt ontslag te nemen.
Procent (tien – werkt / werken in deeltijd)
Vier op de tien werknemers is / zijn
Twee derde van de studenten bleken / bleek
Naar zo’n woordgroep kan dan ook verwezen worden met een enkelvoudig voornaamwoord (hij, zij/ze, die, zijn, haar of diens).
(29) Voor een op de vijf moeders is haar telefoon een onmisbaar hulpmiddel.
(30) Een op de drie ondervraagden gebruikt iets te vaak diens telefoon.
(31) Een derde van de Belgen zit in de zomer vaak in zijn tuin.
(32) We hebben duizenden vrouwen bevraagd. Voor de helft is haar tuin in de zomer een favoriete plek.
(33) Voor twintig procent van de mbo’ers is zijn inkomen niet voldoende.
(34) Vijftien procent van de mannen gaf toe dat hij weleens de verjaardag van zijn partner vergeten was.
Ook een verwijzing met een meervoudig voornaamwoord (zij/ze of hun) is mogelijk. Meervoudige verwijzing komt vooral voor als het voornaamwoord in een nieuwe (bij)zin staat.
(35) Voor een op de vijf moeders geldt dat ze vinden dat hun telefoon een onmisbaar hulpmiddel is.
(36) Een op de drie ondervraagden zegt dat ze iets te vaak hun telefoon gebruiken.
(37) Een derde van de Belgen zegt dat ze in de zomer vaak in hun tuin zitten.
(38) We hebben duizenden vrouwen bevraagd. Voor de helft geldt dat hun tuin in de zomer een favoriete plek is.
(39) Voor twintig procent van de mbo’ers geldt dat ze vinden dat hun inkomen niet voldoende is.
(40) Tien procent van de werknemers liet weten dat ze het liefst hun baan zouden opzeggen.
Verwijzen met een meervoud maakt duidelijk(er) dat er een mededeling wordt gedaan over meerdere mensen. Het is bovendien handig bij verwijzing naar groepen die uit mensen van één gender bestaat, zoals het geval is (of kan zijn) bij Belgen, ondervraagden, mbo’ers en werknemers. Een nadeel van een zin als (41a) is immers dat het kan lijken of het alleen om mannelijke werknemers gaat, terwijl dat niet het geval hoeft te zijn. Een alternatieve formulering als (41b) is genderbewust, maar kan omslachtig overkomen. Een formulering met alleen genderneutrale verwijswoorden, zoals die en diens (zie (41c)), is wel mogelijk, al is die nog niet erg gebruikelijk. De formulering in (40) heeft de nadelen van de a- en c-variant niet en komt bovendien veel voor.
(41a) Tien procent van de werknemers liet weten dat hij het liefst zijn baan zou opzeggen.
(41b) Tien procent van de werknemers liet weten dat hij/zij/die het liefst zijn/haar/diens baan zou opzeggen.
(41c) Tien procent van de werknemers liet weten dat die het liefst diens baan zou opzeggen.
Taal en gender: verwijswoorden voor vrouwen, mannen en non-binaire personen (algemeen)
Verwijzingsproblemen met voornaamwoorden van de derde persoon enkelvoud (algemeen)
Hij / zij / die (een leerling)
Diens / zijn
Zie ook
Taal en gender: verwijswoorden voor vrouwen, mannen en non-binaire personen (algemeen)
Verwijzingsproblemen met voornaamwoorden van de derde persoon enkelvoud (algemeen)
Een miljoen mensen keek / keken naar de wedstrijd
Groep (een – ambtenaren gingen / ging)
Haar / zijn (het bestuur heeft – goedkeuring uitgesproken)
Haar / zijn (Pepsi heeft – winst verdubbeld)
Procent (tien – werkt / werken in deeltijd)
Twee derde van de studenten bleken / bleek
Vier op de tien werknemers is / zijn
Zijn / hun (de tweeling is gek op – nichtje)
