Zijn getrouwd / getrouwd zijn

Zijn getrouwd / getrouwd zijn

Vraag

Wat is correct: Volgende maand vieren we dat we vijf jaar zijn getrouwd of Volgende maand vieren we dat we vijf jaar getrouwd zijn?

Antwoord

De zin Volgende maand vieren we dat we vijf jaar getrouwd zijn is in elk geval correct. Het is ook de gebruikelijkste volgorde. De volgorde Volgende maand vieren we dat we vijf jaar zijn getrouwd is ook vrij algemeen geaccepteerd. Die volgorde komt meer voor in Nederland dan in België.

Toelichting

In een bijzin is de onderlinge volgorde van een voltooid deelwoord en het bijbehorende hulpwerkwoord vrij als er sprake is van een werkwoordelijk gezegde. Een werkwoordelijk gezegde drukt een handeling of gebeurtenis uit, veelal in combinatie met een door-bepaling of een bijwoordelijke bepaling van tijd die uitdrukt wanneer iets gebeurd is.

(1a) Ik hoop dat er snel een nieuw kabinet wordt beëdigd.

(1b) Ik hoop dat er snel een nieuw kabinet beëdigd wordt.

(2a) Gisteren vierden we dat we een jaar geleden zijn getrouwd.

(2b) Gisteren vierden we dat we een jaar geleden getrouwd zijn.

(3a) Uit onderzoek blijkt dat het geweer door hem niet goed was gericht.

(3b) Uit onderzoek blijkt dat het geweer door hem niet goed gericht was.

(4a) Ze is een nakomertje dat vroeger door haar ouders vreselijk is verwend.

(4b) Ze is een nakomertje dat vroeger door haar ouders vreselijk verwend is.

Bij een naamwoordelijk gezegde met een bijvoeglijk naamwoord en een koppelwerkwoord is maar één volgorde mogelijk: het werkwoord staat achteraan. Een naamwoordelijk gezegde drukt geen handeling uit maar een toestand, bijvoorbeeld een eigenschap of hoedanigheid.

(5a) Schrijf een tekst die voor iedereen begrijpelijk is.

(5b) Schrijf een tekst die voor iedereen is begrijpelijk. (uitgesloten)

Ook sommige voltooide deelwoorden kunnen dienstdoen als bijvoeglijk naamwoord in een naamwoordelijk gezegde. In dat geval is er dan gewoonlijk ook maar één volgorde mogelijk, zoals in (5a). In zin (6)-(8) fungeren bekend, verward en gericht als bijvoeglijke naamwoorden en niet als voltooid deelwoord van respectievelijk bekennen, verwarren en richten. Zo drukt in (6a) bekend een eigenschap uit van uitslag.

(6a) Het lijkt erop dat de uitslag morgen bekend wordt. (bekend = ‘openbaar’)

(6b) Het lijkt erop dat de uitslag morgen wordt bekend. (uitgesloten)

(7a) Omdat de man verward was, moesten de omstanders voorzichtig zijn. (verward = ‘in de war’)

(7b) Omdat de man was verward, moesten de omstanders voorzichtig zijn. (uitgesloten)

(8a) Of de actie gericht was, moet nog blijken. (gericht = ‘met een bepaalde intentie’)

(8b) Of de actie was gericht, moet nog blijken. (uitgesloten)

Bij sommige zinnen zijn beide volgordes correct, omdat er twee interpretaties mogelijk zijn: als werkwoordelijk gezegde (waarin zijn een hulpwerkwoord van tijd is of van de lijdende vorm) en als naamwoordelijk gezegde (waarin zijn een koppelwerkwoord is). Bij de interpretatie als naamwoordelijk gezegde liggen de volgordes in (9a) en (10a) voor de hand – vergelijk met de voorbeelden (6a), (7a) en (8a). Bij de interpretatie als werkwoordelijk gezegde zijn beide volgordes goed – vergelijk met de voorbeelden (1)-(4).

(9a) Wij werken uitsluitend met vertalers die beëdigd zijn.

(9b) Wij werken uitsluitend met vertalers die zijn beëdigd.

(10a) Die voetballers kunnen nauwelijks tegen tegenslag, omdat ze allemaal zo verwend zijn.

(10b) Die voetballers kunnen nauwelijks tegen tegenslag, omdat ze allemaal zo zijn verwend.

De grens tussen werkwoord (voltooid deelwoord) en bijvoeglijk naamwoord – en daarmee tussen werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde – is niet altijd zonder meer duidelijk. Hoe meer het oorspronkelijke voltooid deelwoord een specifieke betekenis als bijvoeglijk naamwoord krijgt, des te minder acceptabel is de ‘werkwoordelijke’ b-volgorde. Zo kunnen getrouwd en overleden zowel een werkwoord als een bijvoeglijk naamwoord zijn. In bijvoorbeeld het al vijf jaar getrouwde stel is getrouwd een bijvoeglijk naamwoord: het drukt een toestand of eigenschap uit. Het feit dat zinnen als (11b) en (12b) (met de ‘naamwoordelijke’ betekenis maar de ‘werkwoordelijke’ volgorde) vaak voorkomen, wijst er echter op dat veel taalgebruikers dit onderscheid in de praktijk niet goed aanvoelen.

(11a) Volgende maand vieren we dat we al vijf jaar getrouwd zijn.

(11b) Volgende maand vieren we dat we al vijf jaar zijn getrouwd.

(12a) Ik hoorde dat veel bewoners al jaren overleden zijn.

(12b) Ik hoorde dat veel bewoners al jaren zijn overleden.

Sommige bijvoeglijke naamwoorden zien eruit als voltooide deelwoorden, maar zijn het niet (meer), zoals gebaat, behept en verstoken. In die gevallen is het strikt genomen alleen juist om het werkwoord in de bijzin achteraan te plaatsen. In de praktijk komt de omgekeerde volgorde echter ook voor, zeker in Nederland. In België is deze volgorde minder gewoon.

(13a) Ik denk dat het bedrijf daar niet bij gebaat is.

(13b) Ik denk dat het bedrijf daar niet bij is gebaat.

(14a) Als je behept bent met een bestaan waarin de dagen op elkaar lijken, worden de seizoenen opeens belangrijk.

(14b) Als je bent behept met een bestaan waarin de dagen op elkaar lijken, worden de seizoenen opeens belangrijk.

(15a) Ze moeten voorkomen dat tienduizenden vluchtelingen verstoken zijn van noodhulp.

(15b) Ze moeten voorkomen dat tienduizenden vluchtelingen zijn verstoken van noodhulp. (

Zie ook

Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van twee werkwoorden (algemeen)
Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van drie of meer werkwoorden (algemeen)

Naslagwerken

ANS: Een adjectivische constituent, Deelwoorden en adjectieven, Het voltooid deelwoord, Eindgroepen met twee werkwoorden; Taal-top-100 (2017), p.122-123.