Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Vrouwelijke beroepsnamen

Vraag

Mag een vrouw zichzelf coördinator noemen, of is alleen coördinatrice juist?

Antwoord

Beide vormen zijn mogelijk. Op dit gebied gelden geen vaste voorschriften; iedereen kan dus in principe zijn eigen voorkeur volgen. Er bestaan echter wel een aantal vaste gewoontes.

Toelichting

Of een vrouw zichzelf coördinatrice, dirigente of etaleuse noemt, of coördinator, dirigent of etaleur, kan zij zelf bepalen. Ook degenen die haar aanspreken of aanschrijven hebben de keus. Er bestaan vijf mogelijkheden:

(1) De beroepsnaam heeft een mannelijke en een vrouwelijke vorm. De mannelijke vorm wordt uitsluitend voor mannen gebruikt en de vrouwelijke uitsluitend voor vrouwen. Bijvoorbeeld: groenteman versus groentevrouw, boer versus boerin.

(2) De beroepsnaam heeft een mannelijke en een vrouwelijke vorm. De mannelijke vorm kan zowel voor mannen als voor vrouwen gebruikt worden; de vrouwelijke alleen voor vrouwen. Bijvoorbeeld: leraar versus lerares, redacteur versus redactrice.

(3) De beroepsnaam heeft een vorm die eigenlijk mannelijk is, maar die ook voor vrouwen wordt gebruikt omdat een vrouwelijke pendant niet bestaat of verouderd is. Bijvoorbeeld: dokter, hoogleraar, minister, burgemeester.

(4) De beroepsnaam heeft een zogenoemde sekseneutrale vorm, dat wil zeggen een vorm die niet geslachtelijk gespecificeerd is. Bijvoorbeeld: hoofd, leerkracht, verpleegkundige, leidinggevende.

(5) De beroepsnaam heeft vanouds alleen een vrouwelijke vorm, omdat het desbetreffende beroep alleen door vrouwen werd uitgeoefend. Betreden ook mannen een dergelijke beroepsgroep, dan wordt er onmiddellijk een mannelijke vorm gecreëerd. Bijvoorbeeld: vroedvrouw, ouvreuse.

Zoals uit bovenstaande voorbeelden blijkt, is het niet per se noodzakelijk of wenselijk om consequent voor een van deze categorieën te kiezen. Men kan in het ene geval (leraar versus lerares) voor twee vormen opteren, in het andere geval (professor) voor het algemene gebruik van de mannelijke vorm en in weer andere gevallen voor sekseneutrale vormen (leidinggevende).

Het streven naar gelijke behandeling van mannen en vrouwen kan ertoe leiden dat men streeft naar het vervolmaken van de mogelijkheden (1) of eventueel (2) door specifiek vrouwelijke beroepsaanduidingen te creëren: professeuse, dokteres en dergelijke. Het kan er ook toe leiden dat men categorie (4) wil vervolmaken door sekseneutrale namen te creëren: toneelspelende, geneeskundige, hoogleerkracht en dergelijke. De derde mogelijkheid is dat men categorie (3) wil uitbouwen in de hoop dat het specifiek mannelijke aan die namen op den duur niet meer gevoeld zal worden. Men kan natuurlijk ook de 'vrije' ontwikkeling binnen de naamgeving volgen.

Soms is er sprake van een duidelijk betekenisverschil tussen de mannelijke beroepsaanduiding en de vrouwelijke pendant ervan. Het klassieke voorbeeld is: secretaris versus secretaresse. Vandaar dat een vrouwelijke secretaris ook secretaris genoemd wordt en een mannelijke secretaresse: (persoonlijk) secretariaatsmedewerker. De laatste term is uiteraard ook voor vrouwen geschikt.

Soms is sprake van verschil in gevoelswaarde. Bijvoorbeeld: directeur of adviseur tegenover directrice of adviseuse. Bij directrice zal men niet gauw denken aan een multinational, maar eerder aan een school; bij adviseuse zullen de gedachten eerder uitgaan naar make-up dan naar de herstructurering van een organisatie. Daarom worden sommige vrouwelijke directeuren of adviseurs niet graag directrice of adviseuse genoemd.

Zie ook

Verwijzingsproblemen met voornaamwoorden van de derde persoon enkelvoud (algemeen)
Woordgeslacht (algemeen)

Experte / expert
Geboortenaam, meisjesnaam
Zijn / haar (de sollicitant)

Bronnen

Alphen, I. van (1983). Een vrouw een vrouw, een woord een woord. Tijdschrift voor Vrouwenstudies, 14, 307-315
De Caluwé, J. (1994). Is een vrouwelijke ingenieur een ingenieuse? Nederlands van Nu, 42 , nr. 3, 51-54
Van Langendonck, W. & Beeken, J. (1995). Vervrouwelijking van beroepsnamen? Kultuurleven. Maandblad voor cultuur en samenleving, nr. 6, 16-25
Santen, A. van (1996). Minister of ministerin. Taalschrift, 3, 30-32
Cohen, H. (1997). Ministerin, première, bodin...Vrouwelijke beroepsnamen: Zuid versus Noord? Onze Taal, 66, 10-12

Naslagwerken

Taalbaak 40.1; Gezocht: Functiebenamingen (M/V) (2001)