Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Varen: vaarde / voer

Vraag

Wat is de verleden tijd van varen: vaarde of voer?

Antwoord

Standaardtaal is voer. Vaarde wordt soms wel gebruikt, maar het is geen standaardtaal.

Toelichting

Varen ('zich in een boot voortbewegen over water') is een werkwoord met een sterke vervoeging; de hoofdtijden zijn: voer(en)heeft gevaren. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld bevaren, afvaren en rondvaren.

(1a) Zij voeren regelmatig op de Noordzee.

(2a) De hefbrug werd geramd door een schip dat 12 kilometer per uur voer.

(3a) Hij voer uren rond in een zelfgemaakte kano.

Tegenwoordig komt ook de zwakke verledentijdsvorm vaarde(n) geregeld voor, zowel in België als in Nederland, maar die is geen standaardtaal.

(1b) Zij vaarden regelmatig op de Noordzee. (geen standaardtaal)

(2b) De hefbrug werd geramd door een schip dat 12 kilometer per uur vaarde. (geen standaardtaal)

(3b) Hij vaarde uren rond in een zelfgemaakte kano. (geen standaardtaal)

Ook als varen of een samengesteld werkwoord hiermee (zoals blindvaren, uitvaren of welvaren) een figuurlijke betekenis heeft, wordt het soms zwak vervoegd, maar ook dat is geen standaardtaal.

(4a) De euro voer wel bij de toegenomen vraag.

(4b) De euro vaarde wel bij de toegenomen vraag. (geen standaardtaal)

(5a) Ze voeren tegen hem uit.

(5b) Ze vaarden tegen hem uit. (geen standaardtaal)

Zie ook

Werkwoorden met een zwakke en een sterke vervoeging (algemeen)

Ervaren: ervaarde / ervoer
Klagen: kloeg / klaagde
Scheppen: schepte / schiep
Schrok af / schrikte af
Verrekken: verrokken / verrekt
Willen: wilde / wou, wilden / wou(d)en
Wuiven: woof / wuifde
Zegden / zeiden
Zweren: zwoor / zwoer / zweerde

Naslagwerken

Woordenlijst (2015); Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014); Grote Van Dale (2015); Van Dale Hedendaags Nederlands (2006); ANS (1997), p. 91 of online via de E-ANS; Onze Taal (2017); Taaltelefoon (2017); VRTtaal.net (2017)