Deken (het / de -)

Deken (het / de -)

Vraag

Wat is correct: Als ik slaap, trek ik het deken tot aan mijn kin of Als ik slaap, trek ik de deken tot aan mijn kin?

Antwoord

Zowel het deken als de deken is correct in de betekenis ‘lap stof waarmee men zich bedekt tegen de kou’. In België wordt meestal het deken gebruikt, in Nederland bijna uitsluitend de deken.

Toelichting

Deken is van oorsprong een de-woord. In België wordt deken ook vaak als het-woord gebruikt; in Nederland is vrijwel alleen de deken gangbaar.

(1) De deken die daar op de bank ligt, heeft mijn oma voor mij gekocht.

(2) Het deken voor het wiegje is verkrijgbaar in verschillende pastelkleuren. (in België)   

Zie ook

Woordgeslacht (algemeen)

Cluster (de / het -)
Idee (de / het -)
Matras (het / de -)
Modem (de / het -)
Nuclide (de / het -)
Procent (een halve / half -)
Thuis (een goede / goed -)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 159 of online via de E-ANS online via de E-ANS; Grote Van Dale (2005); Van Dale Hedendaags Nederlands (2008); Koenen (2006); Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014); Woordenlijst (2005)

lidwoord,zelfstandig naamwoord,grammatica,woordgeslacht



tao_adv (C)
1731
j
grammatica,lidwoord,woordgebruik,woordgeslacht,zelfstandig_naamwoord
Hoofdrubriek,Woordsoort,Woord of woordcombinatie
Hoofdrubriek:grammatica,woordgebruik;Woord of woordcombinatie:woordgeslacht;Woordsoort:lidwoord,zelfstandig_naamwoord
16 December 2014
13 May 2015