Grammaticale functies van er (algemeen)

Grammaticale functies van er (algemeen)

1. Inleiding
2. Locatief er
3. Prepositioneel er
4. Kwantitatief er
5. Presentatief er
    5.1 Algemeen
    5.2 Het onderwerp bij presentatief er
    5.3 Aan- of afwezigheid van presentatief er
6. Samenval en combinatie van verschillende soorten er

1. Inleiding [Top]

Het woord er heeft verschillende functies in het Nederlands. Het komt voor als verwijzing naar een locatie (zie voorbeeld (1)), als deel van een voornaamwoordelijk bijwoord (zie (2)), in combinatie met een telwoord (zie (3)) of ter aankondiging van een onbepaald onderwerp (zie (4)).

(1) Ik ga morgen naar Maastricht, terwijl ik er gisteren ook al ben geweest.

(2) Mag ik die stoel gebruiken, of wilde jij er net op gaan zitten?

(3) Sara heeft vijf knikkers en Omar heeft er drie.

(4) Er kwam gisteren een verkoper aan de deur.

In deze tekst worden deze vier functies van er nader toegelicht en tot slot worden de mogelijkheden tot samenval van deze functies besproken.

2. Locatief er [Top]

Er kan naar een plaats verwijzen, oftewel een locatie, zoals in (1). Zo’n er wordt locatief er genoemd.

(1) Ik ga morgen naar Maastricht, terwijl ik er gisteren ook al ben geweest.

Locatief er is de onbeklemtoonde vorm van de bijwoorden van plaats hier of daar, die nadrukkelijker naar een plaats verwijzen. De plaats waarnaar er verwijst, is eerder genoemd of moet uit de context afgeleid worden.

Enkele andere voorbeelden van locatief er:

(5) Ik kom graag in het bos, daarom heb ik er een huisje.

(6) De redactie heeft onlangs een nieuwe corrector in dienst genomen. Nu werken er vijftien mensen.

3. Prepositioneel er [Top]

Er kan voorkomen in combinatie met een voorzetsel, oftewel een prepositie, zoals in (2). Dit gebruik wordt prepositioneel er genoemd.

(2a) Mag ik die stoel gebruiken, of wilde jij er net op gaan zitten?

Er verwijst hier terug naar iets wat eerder is genoemd, namelijk die stoel. Er en op vormen samen het voornaamwoordelijk bijwoord erop, dat in dit geval ‘op de (eerdergenoemde) stoel’ betekent.

Prepositioneel er kan ook verwijzen naar een zin of een stuk van een zin.

(7a) Ik hoop dat hij komt, want we hebben er echt op gerekend.

Er verwijst terug naar dat hij komt. De zin we hebben er echt op gerekend betekent hier dus: ‘we hebben echt gerekend op (het feit, de omstandigheid) dat hij komt’.

Als prepositioneel er direct voor het voorzetsel staat waar het bij hoort, dan wordt het daaraan vast geschreven.

(2b) Mag ik die stoel gebruiken, of wilde jij erop gaan zitten?

(7b) Ik hoop dat hij komt, want we hebben erop gerekend.

Er voor zorgen / ervoor zorgen

Vaak is prepositioneel er de onbeklemtoonde vorm van de bijwoorden hier of daar, die nadrukkelijker verwijzen.

(8a) Heb je mijn koffer gezien? Ik zoek er al de hele dag naar.

(8b) Heb je mijn koffer gezien? Ik zoek daar al de hele dag naar.

(9a) Hun standpunten en alle redeneringen eromheen waren moeilijk te volgen.

(9b) Hun standpunten en alle redeneringen hieromheen waren moeilijk te volgen.

Prepositioneel er verwijst niet altijd naar iets concreets: er zijn veel vaste combinaties waarin een voornaamwoordelijk bijwoord zit dat geen inhoudelijke betekenis (meer) heeft. Het is dan niet te vervangen door hier of daar.

(10) Iedereen moest een gedicht voordragen en ook zij moest eraan geloven. (‘zij moest het ook ondergaan’)

(11) Mooi, het zit er weer op voor vandaag. (‘het is klaar, het is gebeurd’)

Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)

4. Kwantitatief er [Top]

Er kan voorkomen met een telwoord , zoals in (3), of een andere hoeveelheidsaanduiding.

(3) Sara heeft vijf knikkers en Omar heeft er drie.

Er verwijst dan terug naar een eerder genoemd telbaar zelfstandig naamwoord, in dit geval knikkers. Omar heeft er drie wil dus zeggen: ‘Omar heeft drie knikkers’.

Kwantitatief er komt ook voor met onbepaalde telwoorden en onbepaalde voornaamwoorden, zoals enige, enkele, veel, wat, verschillende, genoeg en voldoende. Het kan ook gebruikt worden in combinatie met geen (= ‘niet één’) en diverse zelfstandignaamwoordgroepen met de betekenis ‘veel’ of ‘weinig’ (zoals een heleboel).

(12) Ze leest nooit in encyclopedieën, maar heeft er thuis wel enkele liggen.

(13) Ik heb heel veel brownies meegebracht. Het zijn er genoeg om uit te delen.

(14) Als je al je paaseitjes weggeeft, heb je er straks geen meer over.

(15) Of ik nog opmerkingen heb? Ja, ik heb er nog een heleboel.

Op de hoeveelheidsaanduiding kan nog een nabepaling volgen, zoals de bijzin na drie in (16a). De hoeveelheidsaanduiding zelf is in zo’n geval weglaatbaar, zie (16b); kwantitatief er staat dan voor een onbepaald aantal.

(16a) Ze had veel aardige collega’s, maar ze had er ook drie die ze absoluut niet mocht.

(16b) Ze had veel aardige collega’s, maar ze had er ook die ze absoluut niet mocht.

Er zijn taalgebruikers die kwantitatief er ook zonder hoeveelheidsaanduiding kunnen gebruiken in zinnen waarin er geen sprake is van een nabepaling, om een volkomen onbepaald aantal uit te drukken. Dit gebruik, geïllustreerd in (17), komt met name voor in België en soms in het zuiden van Nederland.

(17)  Gisteren heb ik brownies gekocht bij de bakker, maar vandaag ga ik er zelf bakken.

Kwantitatief er is niet vervangbaar door hier of daar (maar zie paragraaf 6).

5. Presentatief er [Top]

5.1 Algemeen [Top]

In (4) wordt er presentatief gebruikt.

(4) Er kwam gisteren een verkoper aan de deur.

Het woord er heeft in zo’n zin een ‘kaderscheppende’ functie: het verwijst – in tegenstelling tot er in de zinnen (1)-(3) – niet naar een bepaalde plaats of iets anders dat in de context relevant is, maar het draagt bij aan het structureren van de informatie. Presentatief er attendeert de lezer of toehoorder erop dat er een nog onbekend grammaticaal onderwerp aan komt; in (4) is dat een verkoper.

Er kan helemaal vooraan de zin staan, maar ook direct na de persoonsvorm, zoals in (18), als er een ander zinsdeel aan het begin van de zin staat.

(18) Gisteren kwam er een verkoper aan de deur.

Presentatief er is in principe niet vervangbaar door hier of daar (maar zie paragraaf 6).

Andere termen die in omloop zijn voor presentatief er, zijn: plaatsonderwerp, expletief er, existentieel er, repletief er en introducerend er.

5.2 Het onderwerp bij presentatief er [Top]

Presentatief er komt vrijwel altijd voor in zinnen waarin het grammaticaal onderwerp onbepaald is. Dat wil zeggen dat het onderwerp nog niet genoemd of geïntroduceerd is in de tekst of in het gesprek. Onbepaalde onderwerpen beginnen veelal met een onbepaald lidwoord (een of geen) of hebben geen lidwoord (bij meervouden zoals verkopers). Ze kunnen ook beginnen met een telwoord (bijvoorbeeld drie of veel) of een vragend voornaamwoord (bijvoorbeeld welke) – of ze zijn in hun geheel een vragend voornaamwoord (zoals wie).

(19) Gisteren kwamen er verkopers aan de deur.

(20) Gisteren kwamen er drie verkopers aan de deur.

(21) Gisteren kwamen er veel verkopers aan de deur.

(22) Welke verkopers kwamen er gisteren aan de deur?

(23) Wie kwam er gisteren aan de deur?

Presentatief er komt ook voor in passieve zinnen zonder onderwerp.

(24) Er wordt hard op de deur gebonsd.

(25) Er is veel gedanst gisteravond.

In zinnen met een bepaald onderwerp komt presentatief er in principe niet voor. Bepaalde onderwerpen worden ingeleid door een bepaald lidwoord (de, het) of een aanwijzend of bezittelijk voornaamwoord (die, deze, mijn, jouw, enz.).

(26) Gisteren kwamen er de verkopers aan de deur. (uitgesloten)

(27) Gisteren kwamen er deze verkopers aan de deur. (uitgesloten)

(28) Gisteren kwamen er onze verkopers aan de deur. (uitgesloten)

In enkele uitzonderlijke gevallen komt presentatief er toch voor met een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld ter introductie van een opsomming, in (29), of wanneer het bepaald onderwerp zonder betekenisverandering vervangen kan worden door een onbepaald onderwerp, zoals in (30).

(29) Gisteren waren er aanwezig: de burgemeester, de wethouders en de meeste leden van de gemeenteraad.

(30) Er bestaat de kans dat we niet kunnen komen. (= ‘een kans’)

5.3 Aan- of afwezigheid van presentatief er [Top]

In tegenstelling tot de andere soorten er is het gebruik van presentatief er niet strak beregeld: het is niet altijd verplicht bij een onbepaald onderwerp. Als er niet aan het begin van de zin staat, maar achter het werkwoord, kan het vaak ook wegblijven.

(31) Wie van jullie heeft (er) zomaar melk uit de koelkast gepakt?
(32) Tot onze spijt is (er) niemand langsgekomen om te helpen.
(33) Wat is (er) nu beter tegen de kou dan een kop thee?
(34) Helaas ontbraken (er) heel wat bladzijden aan het boek.
(35) Voor het openingsconcert om 17 uur zijn (er) nog tickets beschikbaar.

Of presentatief er gebruikt wordt of niet, is deels afhankelijk van de rest van de tekst en de zin – zoals het type werkwoord, het type lijdend voorwerp en het zinsdeel aan het begin van de zin. Een voorbeeld: presentatief er is vaak afwezig als er eerder in de zin een plaatsbepaling staat.

(36) Om de hoek staan (er) mooiere bomen dan hier.

(37) In de koelkast staat (er) nog melk.

Daarnaast zijn er regionale, stilistische en individuele verschillen in de voorkeur voor de aan- of afwezigheid van er. Bijvoorbeeld: presentatief er na een bepaling (zoals in (36)-(37)) wordt vaker gebruikt in België dan in Nederland, en het komt minder vaak voor in formele contexten (zoals (38)).

(38) De vorige keer is (er) besloten dat de eigenaar afziet van een bezwaarprocedure.

6. Samenval en combinatie van verschillende soorten er [Top]

De verschillende soorten er zijn niet altijd duidelijk af te bakenen, doordat de verschillende functies in één voorkomen van er kunnen samenvallen. Zo kan er in (39a) zowel presentatief als locatief opgevat worden; in (40) is er presentatief en prepositioneel gebruikt.

(39a) Gisteren liepen we in Antwerpen. Er liepen veel mensen op straat.

(40) Als je meer wilt weten over zwarte gaten: er staat vandaag een artikel over in de krant.

Kwantitatief en presentatief er kunnen normaliter niet vervangen worden door hier of daar, maar als ze samenvallen met locatief of prepositioneel er, kan dat meestal wel. Zo kan er in (39a) vervangen worden door daar in (39b), omdat het niet alleen presentatief maar ook locatief gebruikt is.

(39b) Gisteren waren we in Antwerpen. Daar liepen veel mensen op straat.

Het is ook mogelijk dat het woord er meerdere keren voorkomt in een zin (in verschillende functies), maar daar zitten wel beperkingen aan. Er kan maximaal twee keer in één hoofd- of bijzin voorkomen, waarvan er dan één kwantitatief moet zijn. Een voorbeeld daarvan is te zien in (41a), met eerst presentatief er en daarna kwantitatief er.

(41a) Ik heb al een aantal hoofdstukken opgestuurd. Er volgen er later nog meer.

Daarnaast kan er niet tweemaal direct achter elkaar voorkomen. Zo is (41b), waarvan alleen de woordvolgorde anders is dan (41a), niet mogelijk. Wel mogelijk is (41c); de presentatieve en kwantitatieve functie van er vallen dan samen in één er.

(41b)    Ik heb al een aantal hoofdstukken opgestuurd. Later volgen er er nog meer. (uitgesloten)

(41c)    Ik heb al een aantal hoofdstukken opgestuurd. Later volgen er nog meer.

Zie ook

Aaneenschrijven van combinaties met er, daar, hier en waar (algemeen)
Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)

Er … op / erop
Er voor zorgen / ervoor zorgen

Naslagwerken

ANS: Het woord er