Welke combinaties zijn correct: We waren met vier, We waren met vieren, We waren met ons gevieren, We waren met z'n vieren, We waren met ons vieren?
Standaardtaal in het hele taalgebied zijn We waren met ons vieren en We waren met z'n vieren. We waren met vier is in elk geval standaardtaal in België. Het is niet duidelijk of we met vier ook in Nederland tot de standaardtaal kunnen rekenen. Combinaties als met vieren of met ons gevieren zijn geen standaardtaal.
Ter aanduiding van een groep die uit x personen bestaat, kan in de standaardtaal in het hele taalgebied de constructie 'met + bezittelijk voornaamwoord + hoofdtelwoord in de vorm op -en' gebruikt worden.
(1) We waren met ons/z'n vieren.
(2) De kinderen gingen met hun/z'n zessen op reis.
(3) Met z'n hoevelen nemen jullie aan de wedstrijd deel?
Het bezittelijk voornaamwoord in deze constructie kan overeenstemmen met het woord waar het naar verwijst (dus ons bij verwijzing naar wij/we, hun bij verwijzing naar zij/ze of een meervoudig zelfstandig naamwoord). Bij jullie is dat echter ongebruikelijk (zie (3)). In alle gevallen kan echter ook z'n gebruikt worden.
De genoemde constructie is ook mogelijk met het woord allen.
(4) Morgen komen we met ons/z'n allen op bezoek.
Standaardtaal in België is ook de constructie 'met + hoofdtelwoord', waarbij het telwoord de vorm zonder –en heeft. Ook in Nederland wordt die constructie gebruikt, ook wel eens door standaardtaalsprekers. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die de constructie afkeurt. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of de constructie 'met + hoofdtelwoord' ook in Nederland tot de standaardtaal gerekend kan worden.
(5) Volgende week zijn we weer met tien. [standaardtaal in België] (status in Nederland onduidelijk)
De constructie 'met + hoofdtelwoord' waarbij het telwoord de vorm met –en heeft, is geen standaardtaal.
(6) Mik, Mak en Mon drinken altijd met drieën koffie. (geen standaardtaal)
Wel standaardtaal is de combinatie met de onbepaalde telwoorden veel en weinig:
(7) Ze waren met velen naar het spektakel komen kijken.
Hiernaast is met z'n velen/weinigen niet mogelijk.
In België komt verder ook af en toe de constructie 'met + bezittelijk voornaamwoord + hoofdtelwoord met ge- en -en' voor, maar deze constructie is geen standaardtaal.
(8) We waren daar toen met ons gevijven. (in België, geen standaardtaal)
De vorm van het hoofdtelwoord met ge- en -en, die mogelijk is bij de telwoorden twee tot en met acht, wordt in de standaardtaal wel gebruikt in zinnen als:
(9) Ze zijn daar gedrieën naartoe gegaan.
Met z'n / ons allen
Zijn / hun (de tweeling is gek op - nichtje)
| met vier(en) | met ons gevieren | met z'n vieren | met ons vieren | |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | - | - | [bij met] met1 zijn [achten] | - |
| Verschueren (1996) | - | - | [bij met] 4. (…) met zijn beiden | [bij met] 4. (…) - ons vijven |
| Kramers (2000) | - | - | [bij met] 8 voor telwoorden (verbogen): ~ z'n drieën | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 303 | [bij vier, wordt afgekeurd] ze waren met -, met z'n (hun) -en | - | - | - |
| Taalwijzer (1998), p. 214 | [bij met, wordt afgekeurd] niet: met twee, drie, vijf, acht | - | [bij met] Let op de constructies: met z'n tweeën, zessen enz. of: met ons tweeën, zessen; | [bij met] Let op de constructies: met z'n tweeën, zessen enz. of: met ons tweeën, zessen; |
| Stijlboek VRT (2003), p. 160 | [bij met twee / met z'n tweeën, wordt afgekeurd] Algemeen Nederlands is: met z'n tweeën. Ook met hun tweeën en met ons tweeën zijn correct. | - | [bij met twee / met z'n tweeën] Algemeen Nederlands is: met z'n tweeën. Ook met hun tweeën en met ons tweeën zijn correct. | [bij met twee / met z'n tweeën] Algemeen Nederlands is: met z'n tweeën. Ook met hun tweeën en met ons tweeën zijn correct. |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | [bij met] met twee(ën) / drie(ën) / vier(en) enz. zijn, met zijn tweeën, drieën, vieren enz. | - | - | - |
| ANS (1997), p. 293-294, 435-437 | In twee andere subtypes is het bezittelijk voornaamwoord veranderlijk. Met 'veranderlijk' wordt bedoeld dat de keus van het voornaamwoord bepaald kan worden door het antecedent, maar ook onafhankelijk daarvan altijd z'n kan zijn. [a] 'met + bezittelijk voornaamwoord + telwoord' Het telwoord heeft de speciale vorm op –en of de verkleinwoordvorm (zie 7.2.3). | In sommige combinaties krijgen de bepaalde hoofdtelwoorden de toevoeging –en. (…) in de constructie 'met + onbeklemtoond bezittelijk voornaamwoord + telwoord' (…) In alle gevallen kan z'n gebruikt worden, ongeacht de persoon en het natuurlijke geslacht. (…) opmerking – Vooral in regionaal taalgebruik (met name in België) kunnen ook wel bepaalde hoofdtelwoorden met met verbonden worden (…). Vaak wordt dan van het telwoord de gewone vorm (zonder –en) gebruikt (…). Regionaal (vooral in Belgisch Nederlands) komen in de laatste twee vermelde constructietypes ook wel vormen van het telwoord met ge- voor (…). In de standaardtaal zijn dergelijke vormen beperkt tot predicatief gebruik. |