Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Al weer / alweer

Vraag

Schrijf je alweer (aaneengeschreven) of al weer (in twee woorden)?

Antwoord

In de betekenis 'opnieuw' is alweer één woord en wordt het dus aaneengeschreven. De combinatie al weer komt ook als twee losse woorden voor, vooral in de vaste uitdrukking (Hoe zit het) ook (al) weer? en minder vaak in die gevallen waarin al 'reeds' betekent.

Toelichting

Dat alweer in de betekenis 'opnieuw' (of 'nogmaals') één woord is, blijkt uit de beklemtoning: het wordt uitgesproken met een zogenoemd eenheidsaccent, met de klemtoon op de laatste lettergreep. Het eerste lid al is in de samenstelling alweer ook niet meer dan een versterking van het tweede lid weer ('opnieuw'). In vraagzinnen met alweer klinkt dikwijls irritatie door:

(1a) Ben je daar weer?

(1b) Ben je daar alweer?

Wanneer de combinatie al weer voorkomt als twee losse woorden, is de betekenis niet 'opnieuw'; het bijwoord al heeft dan nog een zelfstandige betekenis ('reeds'). De woordgroep al weer is minder gebruikelijk dan het woord alweer. Vergelijk:

(1c) Ben je daar al weer? ('Ben je nu reeds terug? (Ik had je nog niet verwacht)')

In (1c) wordt een vraag gesteld, terwijl in (1a-b) in de vorm van een vraag verbazing wordt uitgesproken over de herhaalde komst: deze zinnen zijn dan ook meer uitroepen dan vragen. Ook in de uitdrukking ook al weer heeft de combinatie al weer niet de betekenis 'opnieuw' en is het verband tussen beide woorden zo los, dat niet van een samenstelling kan worden gesproken:

(2a) Hoe heette zij ook weer?

(2b) Hoe heette zij ook al weer?

Zie ook

Andere betekenis - anders geschreven (Leidraad 6.10)

Allang / al lang
Allesbehalve / alles behalve
Alsmaar / almaar
Als ook / alsook
Evengoed / even goed
Hoever / hoe ver
Nietwaar / niet waar
Te kort / tekort, te veel / teveel, te goed / tegoed
Ten slotte / tenslotte, ten minste / tenminste, ten einde / teneinde
Zo juist / zojuist, zo maar / zomaar
Zolang / zo lang, zoveel / zo veel, zomin / zo min
Zoveel mogelijk / zo veel mogelijk

Naslagwerken

Woordenlijst (2005)

Nederlandse Taalunie