Komt er een komma na de aanhef in een brief?
Volgens het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) komt er een komma na de aanhef. Volgens het Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN) is er na de aanhef geen leesteken nodig, maar kan er eventueel wel een komma geplaatst worden.
Er zijn twee normen, die niet helemaal overeenstemmen: de Nederlandse NEN-norm en de Belgische BIN-norm. In de Nederlandse norm over het indelen en typen van documenten (NEN 3162) wordt er niets gezegd over het gebruik van de komma, maar in de voorbeeldbrief staat er een komma na de aanhef (Geachte dames en heren,) en na de slotformule (Hoogachtend, Met vriendelijke groet(en),). Hoewel het ook in België een gevestigd gebruik is om komma’s te plaatsen, hoeft er volgens de Belgische norm (NBN Z 01-002) geen leesteken na de aanhef en de slotformule te staan. Er kán volgens deze norm eventueel wel een komma na de aanhef geplaatst worden. Als er een komma na de aanhef staat, moet er ook een na de slotformule staan. In de voorbeeldbrieven bij de Belgische norm staat er nergens een leesteken na de aanhef en de slotformule.
Er is geen sluitende argumentatie te geven voor of tegen het gebruik van een komma na de aanhef in een brief. Voorstanders van een komma wijzen op de analogie met een aanspreking in een zin; ook dan komt er een komma na de aanspreking: Jan, kom je nog? Tegenstanders van een komma wijzen er wel eens op dat het eigenlijk vreemd is om een zin na een komma met een hoofdletter te beginnen.
Adressering aan bedrijven en instellingen
Adressering aan gehuwden of samenwonenden
Geachte - Beste (als aanhef)
Geachte meneer, / Geachte mijnheer, / Geachte heer,
Geachte mevrouw Jansen, / Geachte mevrouw,
Mijne heren: verouderd?
Titulatuur en titels in Nederland: voorrangsregels
Handboek Bedrijfscorrespondentie (1993), p. 39-40; Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 134; Alles over leestekens (1997), p. 15; Schrijfwijzer (2002), p. 356; Strategisch corresponderen (1991), p. 27-29; Taalboek Nederlands (2003), p. 414-415; Zakenbrieven in 7 talen (2003), p. 20; Professioneel communiceren (2004), p. 32-33, NBN Z 01-002 (2002), p. 14; NEN 3162