Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Negen op tien mensen / negen op de tien mensen

Vraag

Wat is correct: Negen op tien mensen eten te weinig fruit of Negen op de tien mensen eten te weinig fruit?

Antwoord

Negen op de tien mensen is zonder meer correct. Het is onduidelijk of negen op tien mensen ook als correct kan worden beschouwd.

Toelichting

Om een verhouding weer te geven wordt de combinatie telwoord + het voorzetsel op of van + het lidwoord de + telwoord + eventueel een zelfstandig naamwoord gebruikt.

(1) Acht op de tien Belgen hebben last van stress.

(2) Uit een onderzoek blijkt dat een op de vijf Scandinaviërs al eens iemand versierde in het vliegtuig.

(3) Drie op de vier huishoudens in Nederland haalden vorig jaar een kerstboom in huis.

(4) Bij buitenlandse vakanties wordt meer dan vijf van de tien keer voor de auto gekozen.

Bij de constructie met op gaat het uitsluitend om verhoudingen. De constructie met van kan ook worden gebruikt om concrete aantallen weer te geven. Vergelijk:

(5) Twee van de vijf deelnemers waren niet tevreden. (dit kan betekenen dat het om 40 procent gaat, maar ook dat er maar vijf deelnemers waren)

(6) Twee op de vijf deelnemers waren niet tevreden. (40 procent)

Soms wordt het lidwoord de weggelaten bij dergelijke woordgroepen, maar dat gebruik is voor veel taalgebruikers niet aanvaardbaar. Bij combinaties met van is het zelfs erg ongewoon om het lidwoord weg te laten. Het is dus niet duidelijk of het weglaten van het lidwoord in dergelijke constructies als correct kan worden beschouwd.

(7) Vier op vijf kleuters gaan regelmatig naar school. (status onduidelijk)

(8) In twee van drie gevallen kennen dader en slachtoffer elkaar. (status onduidelijk)

Bijzonderheid

Als de woordgroep met van of op onderwerp is, en die woordgroep een meervoudig zelfstandig naamwoord bevat (zie voorbeeld (3) en (9)), staat de persoonsvorm in het meervoud. Als de woordgroep geen zelfstandig naamwoord bevat, is een enkelvoudige persoonsvorm ook mogelijk (zie voorbeeld (10)). Na een op / van de (voorbeeld (11)) is de persoonsvorm altijd enkelvoudig.

(9) Maar liefst negen op de tien tram- en busgebruikers zijn tevreden over de dienstverlening.

(10) Vier op de tien hebben / heeft digitale tv.  

(11) Een op de drie tieners heeft al eens cannabis gebruikt.

Zie ook

Een van de een kwart miljoen / een van de kwart miljoen
Een miljoen mensen keek / keken naar de wedstrijd
Twee derde van de studenten bleken / bleek

Bronnen

VRT.Taalnet. Op (een op de tien leerlingen). Geraadpleegd op 10 augustus 2009 via http://www.vrt.be/taal/op-een-op-de-tien-leerlingen.

VRT.Taalnet. Enkelvoudige en meervoudige breuken. Geraadpleegd op 10 augustus 2009 via http://www.vrt.be/taal/enkelvoudige-en-meervoudige-breuken.

Naslagwerken

Telwoord + op (de) + telwoord

Grote Van Dale (2005)

[bij op] 5 ter uitdrukking van een vaste verhouding: één op (de) duizend
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bij op] één op de duizend
Koenen (2006)

[bij op] 10 een bepaling van verhouding: maar één op de duizend slaagt
Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 192

[bij op, wordt afgekeurd] twee – tien waren er, twee – de tien

Correct Taalgebruik (2006), p. 58

[bij de] In de zegswijze binnen 24 uur is het lidwoord de niet op zijn plaats. Het is wel correct in verbinding met onder, boven, tussen en op. (…)
- Eén op de vier kinderen is te zwaar.
Stijlboek VRT (2003), p. 182

[bij op, een ~ de tien leerlingen] Verhoudingen worden weergegeven in de vorm telwoord + op/van + lidwoord + telwoord (+ zelfstandig naamwoord). Acht van de tien Belgen; vier van de vijf keer; zeven op de tien Europeanen; een op de drie vliegtuigen. Als de woordgroep met van / op onderwerp is, staat de persoonsvorm in het meervoud, behalve na een op / van de. Acht van de tien Belgen zeggen ja tegen het voorstel; Een op de drie vliegtuigen heeft vertraging.
Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

[bij op] vz 7 verhouding één ~ de twintig mensen ~