Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Congruentieproblemen met en (algemeen)

1. Inleiding
2. Meervoud bij nevenschikking met en
3. Zowel enkelvoud als meervoud bij nevenschikking met en
    3.1 Betekeniscriteria
    3.2 Vormcriteria
    3.3 Introduceren van nieuwe informatie
4. Uitsluitend enkelvoud bij nevenschikking met en
5. Onderwerp bevat nevenschikking met meervoudig element


1. Inleiding Top

Het onderwerp en de persoonsvorm in de zin stemmen in principe met elkaar overeen in persoon en getal: ze congrueren met elkaar.

Als het onderwerp een enkelvoud is, is de persoonsvorm dat ook.

(1) Ik ben er zeker bij als de minister langskomt.

(2a) Het onderhoud van de tuin kost veel tijd.

Als het onderwerp van de zin een meervoud is, is de persoonsvorm dat ook.

(2b) De onderhoudswerkzaamheden aan de tuin kosten veel tijd.

(3) Alle collega's zijn erbij als de bewindslieden langskomen.

Soms bestaat onduidelijkheid over de vraag of het onderwerp als een meervoud of een enkelvoud beschouwd moet worden. Daarvan is bijvoorbeeld sprake bij Uw inboedel en huis is goed verzekerd of Uw inboedel en huis zijn goed verzekerd.

In deze tekst gaat het hoofdzakelijk over dat soort zinnen: zinnen waarvan het onderwerp bestaat uit twee (of meer) enkelvoudige begrippen die met elkaar verbonden zijn door het nevenschikkend voegwoord en. Bijvoorbeeld: uw huis en inboedel of de aanleg en het onderhoud van de tuin. Vrijwel altijd is een meervoudige persoonsvorm correct, maar er zijn veel gevallen waarin naast het meervoud ook het enkelvoud mogelijk is of zelfs de voorkeur heeft.


2. Meervoud bij een nevenschikking met en Top

Als het onderwerp van de zin bestaat uit twee (of meer) nevengeschikte enkelvoudige leden met en, wordt het meestal als een meervoud beschouwd en staat ook de persoonsvorm in het meervoud.

(4) Jan en Piet zijn de hoofdpersonen in veel taalkundige voorbeeldzinnen.

(5) In het najaar kunnen de notenboom, de berk en de druif worden gesnoeid.

(6) Uw huis en uw inboedel zijn met deze verzekering goed verzekerd.

(7) In die tijd deden de koop- en de handelsman goede zaken.

(8) De prachtige omgeving en de nabijheid van het vliegveld maken dit gezellige familiehotel aantrekkelijk.

Staat de persoonsvorm in het meervoud, dan wordt het onderwerp gepresenteerd als een opsomming van verschillende elementen.

Toch is in veel gevallen ook een persoonsvorm in het enkelvoud mogelijk als het onderwerp twee of meer elementen omvat die met elkaar verbonden zijn met en.


3. Zowel enkelvoud als meervoud bij nevenschikking met en Top

Er zijn enkele categorieën nevenschikkingen waarbij vaak wordt gekozen voor een enkelvoudige persoonsvorm, al is het meervoud meestal ook mogelijk. Harde regels zijn er niet voor te geven. Welke vorm het beste past, is deels een kwestie van persoonlijke voorkeur, maar hangt ook af van de specifieke zin.

Zowel betekenisaspecten als vormaspecten kunnen de keuze voor het enkelvoud of meervoud bij een nevenschikking met en beïnvloeden. Vaak zijn beide aspecten tegelijk aan de orde. Inhoudelijk benadrukt een enkelvoudige persoonsvorm dat de nevenschikking niet opsommend van karakter is: het gaat doorgaans om combinaties die als vaste eenheid gevoeld worden, of om abstracte, niet-telbare begrippen. Vormcriteria die de keuze voor een enkelvoudige persoonsvorm versterken, zijn bijvoorbeeld de samentrekking van een woorddeel of woord. Ook bij het introduceren van nieuwe informatie (meestal met behulp van er) is het enkelvoud gebruikelijk.

3.1 Betekeniscriteria Top

Eenheid, nadruk op het geheel

Door de persoonsvorm in het enkelvoud te zetten, presenteert een schrijver het onderwerp als samenhangend, als een geheel of een vaste eenheid. Een meervoudige persoonsvorm legt meer nadruk op de afzonderlijke delen van het onderwerp en op het opsommende karakter ervan.

(9) Op de voorzijde is / zijn uw naam en het daaraan gekoppelde kaartnummer vermeld.

(10) Kip en appelmoes is / zijn lekker.

Spek en eieren is lekker / spek en eieren zijn lekker

Abstracte begrippen

Het enkelvoud komt vaak voor als het onderwerp een nevenschikking is van niet-telbare woorden, bijvoorbeeld stofnamen (water, papier), verzamelnamen (fruit, bos) en (andere) abstracte begrippen (liefde, aanleg).

(11) Ik hoop dat datum en tijd u schikt / schikken.

(12) Aanleg en onderhoud van de tuin komt / komen voor rekening van de huurder.

(13) Papier en plastic slingerde / slingerden in de straten van de stad.

(14) Liefde en gezondheid is / zijn het belangrijkste in een mensenleven.

(15) De bevestiging en inzegening vindt / vinden plaats in de Sint-Annakerk.

Soms komen de leden van het onderwerp zo vaak samen voor dat ze als vaste combinatie te beschouwen zijn. Zulke combinaties hebben een specifieke betekenis gekregen, zoals doen en laten ('levenswandel') en jong en oud ('jonge en oude mensen').

(16) Jong en oud bezoekt / bezoeken de kermis in het najaar.

(17) Arm en rijk demonstreert / demonstreren mee.

(18) Zijn doen en laten wordt / worden onder de loep genomen.

3.2 Vormcriteria Top

Verzelfstandigde werkwoorden

Bij een nevenschikking van verzelfstandigde werkwoorden komt vaak een enkelvoudige persoonsvorm voor.

(19) Autorijden en fietsen is / zijn daar helaas niet mogelijk.

(20) Organiseren en netwerken maakt / maken deel uit van het takenpakket.

(21) Tandenpoetsen en haren kammen gaat / gaan bij onze kleuter nog niet vanzelf.

In sommige gevallen is een meervoud niet of minder goed mogelijk.

(22) Het aanmoedigen en goed begeleiden van de deelnemers is belangrijk voor het verkrijgen van een goed resultaat.

(23) Het downloaden en het maken van onze spellingtests is volledig gratis.

Zelfde kernwoord

Het enkelvoud komt vaak voor als het onderwerp een nevenschikking met twee keer hetzelfde kernwoord bevat.

(24) Wijn uit de Bordeaux en wijn uit Bourgondië past / passen hier goed bij.

(25) Een kind uit Europa en een kind uit Afrika groeit / groeien op met een ander toekomstperspectief.

Samentrekking van een woorddeel of woord

Bij samentrekking waarbij een woorddeel is samengetrokken, kan voor een enkelvoud gekozen worden, in het bijzonder als een eenheid van begrippen wordt uitgedrukt of als het om abstracte en niet-telbare begrippen gaat (zie de betekeniscriteria bij punt 3.1). Dat geldt ook als (tegelijkertijd) het lidwoord of voornaamwoord is samengetrokken. Een meervoudige persoonsvorm is bij zulke samentrekkingen meestal ook mogelijk.

(26a) Je eet- en slaappatroon verbetert / verbeteren als je een mindfulnesstraining hebt gedaan.

(27a) De begin- en eindtijd is / zijn variabel.

(28a) Afhankelijk van de ondergrond wordt / worden de kleur en structuur van de spray bepaald.

(29a) Dat gepoch en geblaat is / (zijn) weerzinwekkend.

(30a) Onze yoghurt en kwark wordt / worden gemaakt van melk uit de Zuid-Duitse Alpen.

(31a) Op zijn broodtrommel kleeft een etiketje waarop zijn naam en klas staat / staan.

De wet- en regelgeving worden / wordt niet toegepast

Als het lidwoord of een voornaamwoord wordt herhaald, wordt vaak weer een meervoud gebruikt. Het herhalen van het lidwoord of voornaamwoord versterkt het opsommende karakter van het onderwerp. Een enkelvoud is soms ook mogelijk, vooral bij niet-telbare begrippen of als woorden als een eenheid worden gepresenteerd (zie 3.1).

(26b) Je eet- en je slaappatroon verbetert / verbeteren als je een mindfulnesstraining hebt gedaan.

(27b) De begin- en de eindtijd is / zijn variabel.

(28b) Afhankelijk van de ondergrond wordt / worden de kleur en de structuur van de spray bepaald.

(29b) Dat gepoch en dat geblaat is / zijn weerzinwekkend.

(30b) Onze yoghurt en onze kwark wordt / worden gemaakt van melk uit de Zuid-Duitse Alpen.

(31b) Op zijn broodtrommel kleeft een etiketje waarop zijn naam en zijn klas staat / staan.

Ook bij samentrekking van zelfstandige naamwoorden wordt gemakkelijk voor een enkelvoudige persoonsvorm gekozen.

(32) Het eerste en het laatste geval ontbreekt / ontbreken.

(33) Duitse en Franse wijn smaakt / smaken heel verschillend.

3.3 Introduceren van nieuwe informatie Top

In zinnen waarin de delen van de opsomming als nieuwe informatie worden geïntroduceerd, wordt doorgaans een enkelvoudige persoonsvorm gebruikt. In zulke zinnen staat vaak het woordje er.

(34) Er is / zijn een man en een vrouw aan de deur geweest.

(35) In die Belgische plaats wordt / worden (er) Frans en Nederlands gesproken.

(36) Er bevindt / bevinden zich een slaapkamer en een badkamer op de tweede verdieping.

(37) Aansluitend is / zijn er een receptie en een lunch.

(38) Op zijn bord ligt / liggen (er) nog komkommer en tomaat.


4. Uitsluitend enkelvoud bij nevenschikking met en Top

In enkele gevallen is een meervoud onmogelijk of zeer ongebruikelijk in een nevenschikking van twee of meer elementen met en.

Aanwezigheid van ‘elk’ of ‘ieder’

Als het onderwerp een nevenschikking is met en waarin het woord elk of ieder wordt herhaald, dan staat de persoonsvorm in het enkelvoud.

(39) Elke kilometer en elke euro telt.

(40) Niet iedere man en iedere vrouw houdt van chocola.

Aanwezigheid van ‘iemand’ of ‘niemand’

Als het onderwerp een nevenschikking is met en waarin het woord iemand of niemand wordt herhaald, dan staat de persoonsvorm in het enkelvoud.

(41) Iemand die sterk is en iemand die goed kan kaartlezen, is voor deze opdracht absoluut nodig.

(42) Niemand van ons en niemand van hen wil dat.

Nevenschikking van bijzinnen

Als het onderwerp bestaat uit een nevenschikking van bijzinnen, gebruiken we ook altijd een enkelvoudige persoonsvorm.

(43) Hoe de patiënt zijn ziekte zelf ervaart en hoe hij die beschrijft, is van groot belang.

(44) Dat ze gescheiden is en (dat ze) een kind uit haar vorige huwelijk heeft, schrikt hem niet af.


5. Onderwerp bevat nevenschikking met meervoudig element Top

Als een van de met en nevengeschikte delen zelf een meervoud is, staat de persoonsvorm in het meervoud.

(45a) Hier hebben de school en andere instellingen een belangrijke taak.

(46a) De medische faculteiten en de inspectie voor de gezondheid wijzen op de goede resultaten van de behandeling.

Burgemeester en wethouders (B en W) heeft / hebben besloten

In de praktijk past de persoonsvorm zich soms aan aan het enkelvoudige element dat het dichtstbij staat, maar dat is niet voor iedereen aanvaardbaar.

(45b) Hier heeft de school en andere instellingen een belangrijke taak. (twijfelachtig)

(46b) De medische faculteiten en de inspectie voor de gezondheid wijst op de goede resultaten van de behandeling. (twijfelachtig)

Zie ook

Jan of Piet hebben / heeft dat gedaan
Jan of ik heeft / heb / hebben dat gezegd
Ik of jullie ga / gaan
Spek en eieren is lekker / spek en eieren zijn lekker
De wet- en regelgeving worden / wordt niet toegepast

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1139-1150 of online via de E-ANS; p. 1459-1462 of online; p. 1462-1465 of online; p. 1465-1467 of online; p. 1473-1479 of online; Schrijfwijzer (2012), p. 254; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 154-155; Taal-top-100 (2017), p. 134; VRTtaal.net