Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Van goede huize / van goeden huize, te goede trouw / te goeder trouw

Vraag

Wat is juist: van goede huize of van goeden huize en te goede trouw of te goeder trouw?

Antwoord

Juist zijn: van goeden huize en te goeder trouw.

Toelichting

Bijvoeglijke naamwoorden die bij een mannelijke of onzijdig zelfstandig naamwoord horen, kregen vroeger na een voorzetsel de uitgang -en. Bijvoeglijke naamwoorden die bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord horen, kregen na een voorzetsel de uitgang -er. In een aantal vaste combinaties zijn die oude naamvalsvormen gehandhaafd. We schrijven van goeden huize, omdat huis een onzijdig woord is, en te goeder trouw omdat trouw een van oorsprong vrouwelijk woord is.

Andere voorbeelden met de uitgang -en: in goeden doen, in groten getale, in koelen bloede, in levenden lijve, met voorbedachten rade, ten algemenen nutte, ten anderen male, ten eeuwigen dage, ten langen leste, van katholieken huize, van koninklijken bloede.

Andere voorbeelden met de uitgang -er: in lichterlaaie, onverrichter zake, te bestemder tijd, te gelegener tijd, te goeder ure, te goeder naam en faam, te juister tijd, te kwader ure, te kwader trouw, te rechter tijd, van ganser harte.

Soms maakt het verbogen bijvoeglijk naamwoord deel uit van een woord: gewapenderhand, goedertieren, halverwege, (van) lieverlee, tegelijkertijd, tezelfdertijd.

Zie ook

Naamvallen (algemeen)
Vaste combinaties met naamvallen (algemeen)

Bij deze / bij dezen
Op de duur / op den duur
Ten deze / te dezen
Teneergeslagen / terneergeslagen
Ter aller tijde / ten allen tijde / ten alle tijde / te alle tijde / te allen tijde
Ter plekke / ter plaatse
Toendertijd / toentertijd

Naslagwerken

ANS (1997), p. 413 of online via de E-ANS; Grote Van Dale (2005); Woordenlijst (2015); Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 198-200