Is het van goede huize en te goede trouw of van goeden huize en te goeder trouw?
Juist zijn: van goeden huize en te goeder trouw.
Bijvoeglijke naamwoorden die bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord horen, kregen vroeger na een voorzetsel de uitgang -en. Bijvoeglijke naamwoorden die bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord horen, kregen na een voorzetsel de uitgang -er. In een aantal vaste wendingen zijn die oude vormen (naamvalsvormen) gehandhaafd..
Andere voorbeelden met de uitgang -en:
in arren moede, in goeden doen, in groten getale, in koelen bloede, in levenden lijve, met voorbedachten rade, ten algemenen nutte, ten anderen male, ten eeuwigen dage, ten langen leste, van katholieken (protestanten enz.) huize, van koninklijken bloede, van vorstelijken bloede.
Andere voorbeelden met de uitgang -er:
in lichterlaaie, onverrichter zake, te bestemder tijd/plaatse, te gelegener tijd/plaatse, te goeder ure, te goeder naam en faam, te juister tijd/plaatse, te kwader ure, te kwader trouw, te rechter tijd, ter aangehaalder plaatse, ter zelfder plaatse, van ganser harte.
Soms maakt het verbogen bijvoeglijk naamwoord deel uit van een woord: gewapenderhand, goedertieren, halverwege, (van) lieverlee, oudergewoonte, tegelijkertijd, tezelfdertijd.
NB In de naslagwerken zijn soms per geval kleine verschillen aanwezig. In het voorafgaande is gekozen voor de meest voorkomende oplossingen.
Versteende naamvalsvormen en vaste combinaties (algemeen)
Bij deze / bij dezen
Op de duur / op den duur
Ten deze / te dezen
Ter aller tijde / ten allen tijde / ten alle tijde / te alle tijde / te allen tijde
Ter plekke / ter plaatse
Toendertijd / toentertijd
Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 113; Schrijfwijzer (1995), p. 183-185; Taalbaak 9; ANS (1997), p. 413; Correct Taalgebruik (1997), p. 193-194; Prisma Stijlboek (1993), p. 237, 240