Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Overleggen: overlegd / overgelegd

Vraag

Wat is het voltooid deelwoord van overleggen: overlegd of overgelegd?

Antwoord

Dat hangt af van de betekenis van het werkwoord en de daarmee samenhangende beklemtoning: van overléggen ('overleg plegen') is het voltooid deelwoord overlégd, van óverleggen ('overhandigen', 'bezorgen') is het óvergelegd.

Toelichting

De regels voor het vormen van het voltooid deelwoord van een samengesteld werkwoord zijn de volgende.

a. Als het gaat om scheidbare werkwoorden, waar de klemtoon op het eerste lid van de samenstelling valt, staat het voorvoegsel ge- direct voor het werkwoord geplaatst, dus na het eerste lid, zoals in de volgende gevallen:

aanbranden

aangebrand

(vgl. het brandt aan)

vastmaken

vastgemaakt

(vgl. hij maakt vast)

b. Bij onscheidbare werkwoorden, waar de klemtoon niet op het eerste lid van de samenstelling valt, wordt ge- niet voorgevoegd, zoals in:

doorlópen

(hij heeft) doorlopen

(vgl. hij doorloopt de hele cyclus)

volbréngen

(hij heeft) volbracht

(vgl. hij volbrengt)

c. Bij onscheidbare werkwoorden, waar de klemtoon wel op het eerste lid van de samenstelling valt, wordt ge- voorgevoegd, zoals in:

raadplegen

geraadpleegd

(vgl. hij raadpleegt)

kortwieken

gekortwiekt

(vgl. hij kortwiekte)

Overleggen nu kan, afhankelijk van de betekenis, op twee manieren worden beklemtoond:

- met de klemtoon op over- betekent het werkwoord 'overhandigen', 'bezorgen' en is het scheidbaar (hij legde de stukken over): óverleggen heeft in dit geval een voltooid deelwoord volgens regel a: óvergelegd dus;

- met de klemtoon op -leg- betekent het werkwoord 'overleg plegen' en is het niet-scheidbaar (hij overlegde met zijn medewerkers): overléggen heeft in dit geval een voltooid deelwoord volgens regel b: overlégd.

Hetzelfde probleem als bij overleggen doet zich voor bij werkwoorden als dóórlopen ('verder lopen') - doorlópen ('snel doornemen'); óverdrijven ('voorbijdrijven', van een bui bijvoorbeeld) - overdríjven ('geen maat houden').

Zie ook

Geslaan / geslagen
Roerbakken : roergebakken / geroerbakt