Moet je zeggen data of datums?
Dat hangt van de betekenis af. Als je het hebt over een datum op de kalender (13 januari 1999), dan spreek je in het meervoud meestal over datums. Maar data is ook mogelijk. Als je het hebt over gegevens, bijvoorbeeld in een geautomatiseerd bestand, dan spreek je over data.
Het woord datum als aanduiding voor een bepaalde dag is al erg lang ingeburgerd. Vandaar dat het Nederlandse meervoud datums al heel gewoon is.
Het gebruik van data voor gegevens is nog betrekkelijk recent. Het enkelvoud datum is in de betekenis 'gegeven' niet gangbaar. Dat verklaart waarschijnlijk dat veel mensen denken dat data enkelvoud is (de data is ontoegankelijk). Zij maken dan als meervoud: data's. Die vorm is fout, want we hebben daar te maken met een dubbel meervoud. We zeggen of schrijven ook niet musea's of centra's.
Amice / amices
Casussen / casus
Centrums / centra, museums / musea
Collegae / collega's
Quotums / quota / quota's
Scampi / scampi's
Valuta / valuta's
Vooropstellen / voorstellen (een datum - )
Woordenlijst (2005); Schrijfwijzer (1995), p. 114; Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 54; ANS (1997), p.178-179