Een deelwoord (of: participium) is een vormcategorie van het werkwoord. Deelwoorden worden onderscheiden in tegenwoordige (bijv. levend) en voltooide deelwoorden (bijv. geleefd). Ze komen voor als deel van het gezegde, maar worden ook gebruikt als bijvoeglijke naamwoorden. Voorbeelden:
(1) Hij is met vlag en wimpel voor zijn examen geslaagd. (voltooid deelwoord; deel van samengestelde werkwoordstijd)
(2) Hij nam met zijn secretaresse de lopende zaken door. (tegenwoordig deelwoord; gebruikt als bijvoeglijk naamwoord)
Bijvoeglijk naamwoord
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Werkwoord
Werkwoordstijden