151 zoekresultaten voor
Aantal resultaten per pagina: 102050100alle

adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordOp restaurant gaan / naar een restaurant gaan Vraag Wat is de juiste combinatie: op restaurant gaan of naar een restaurant gaan? Antwoord Beide zijn juist. Naar een restaurant gaan of uit eten gaan is …

Op restaurant gaan / naar een restaurant gaan Lees meer »

adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselOp zak steken / in zijn zak steken Vraag Is (iets) op zak steken, bijvoorbeeld in de zin De eigenaar van de firma heeft de btw op zak gestoken correct? Antwoord Ja, in die betekenis is …

Op zak steken / in zijn zak steken Lees meer »

adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordPensioen (op / met -) Vraag Wat is correct: op pensioen zijn/gaan of met pensioen zijn/gaan? Antwoord Met pensioen zijn en met pensioen gaan zijn standaardtaal in het hele taalgebied. Het is onduidelijk of op …

Pensioen (op / met -) Lees meer »

adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetselwoordkeuze en stijladviezen>grammatica>voorzetselwerkwoordVakantie (op / met -) Vraag Wat is correct: Morgen gaan we op vakantie of Morgen gaan we met vakantie? Antwoord Zowel op vakantie gaan als met vakantie gaan is correct. Toelichting Zowel op vakantie …

Vakantie (op / met -) Lees meer »

adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordOp / aan het einde van (de maand) Vraag Wat is juist: Hij wordt op het einde van de maand vijftig jaar of Hij wordt aan het einde van de maand vijftig jaar? Antwoord Op …

Op / aan het einde van (de maand) Lees meer »