Categorie: het juiste voorzetsel
Vakantie (op / met -)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetselwoordkeuze en stijladviezen>grammatica>voorzetselwerkwoordVakantie (op / met -) Vraag Wat is correct: Morgen gaan we op vakantie of Morgen gaan we met vakantie? Antwoord Zowel op vakantie gaan als met vakantie gaan is correct. Toelichting Zowel op vakantie …
Op / aan het einde van (de maand)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordOp / aan het einde van (de maand) Vraag Wat is juist: Hij wordt op het einde van de maand vijftig jaar of Hij wordt aan het einde van de maand vijftig jaar? Antwoord Op …
Op / in de bus
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordOp / in de bus Vraag Wat is het juiste voorzetsel in de volgende zin: We zaten gisteravond helemaal alleen in de bus of We zaten gisteravond helemaal alleen op de bus? Antwoord In de …
Onverlet (laten)
adviezen>grammatica>bijvoeglijk naamwoordvoorzetseladviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetselOnverlet (laten) Vraag Is onverlet correct? Antwoord Onverlet is standaardtaal in het hele taalgebied als het ‘ongehinderd, ‘onbelemmerd’ betekent. De uitdrukking dat laat onverlet dat … in de betekenis ‘dat doet niets af aan het …
Vorm (onder / in de – van)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetselwoordkeuze en stijladviezen>grammatica>voorzetselVorm (onder / in de – van) Vraag Wat is de correcte uitdrukking: onder de vorm van of in de vorm van? Antwoord Het is onduidelijk of we onder de vorm van wel of …
