Komt het aanhalingsteken voor of na een uitroepteken of vraagteken?
Zet het aanhalingsteken altijd helemaal aan het eind van de (geciteerde) zin, dus na uitroepteken of vraagteken. Alleen als de citaatinleidende zin zelf een vraag of uitroep is, dan komt het vraagteken of uitroepteken helemaal aan het einde van de (samengestelde) zin, na het aanhalingsteken.
Er zijn twee mogelijkheden, afhankelijk van de plaats van het citaat in de zin.
1. Het citaat staat aan het einde van een samengestelde zin
Zet het afsluitende aanhalingsteken na vraagteken of uitroepteken als u een zin tot het einde toe citeert. De geciteerde zin wordt besloten met een vraagteken of uitroepteken; daarna volgen aanhalingstekens om duidelijk te maken dat de zin tot een citaat behoort. Voorbeelden:
(1) De auteur stelt de vraag: 'Wordt binnen de gezondheidszorg niet te veel geëxperimenteerd met het patiëntgebonden budget?'
(2) De voorzitter zei: 'Ik laat niet over mij lopen!'
(3) Zei hij: 'Is dat geen klinkklare onzin?'
In deze gevallen wordt dus geen punt gezet om de hele samengestelde zin af te sluiten: na de combinaties ?' en !' volgt nooit een punt. Ook de combinatie ?'?, die in zin (3) denkbaar zou zijn, komt niet voor.
Het kan voorkomen dat de citaatinleidende zin zelf een vraag of een uitroep is. In zo'n geval komt een vraagteken of een uitroepteken achter de hele samengestelde zin. Dus:
(4) Ik heb geen zin in dat voortdurende: 'Waarom mag dat niet?'!
(5) Riep hij: 'Je kunt wel ophoepelen!'?
2. Het citaat staat aan het begin van de samengestelde zin
Als een samengestelde zin begint met een citaat, geldt dezelfde regel: eerst sluit het vraag- of uitroepteken het citaat af, dan volgt het aanhalingsteken. Daarna komt een komma voor de citaatuitluidende zin.
Voorbeelden:
(6) 'Is dat geen klinkklare onzin?', vroeg hij.
(7) 'Dat is klinkklare onzin!', riep hij.
Aanhalingstekens en cursivering bij titels
Volgorde komma - aanhalingsteken
Volgorde punt - aanhalingsteken
De Volkskrant Stijlboek (1998). Gessel, H. van e.a. (Red.). 's-Gravenhage: Sdu (cd-rom)
Van der Horst, P.J. (1990). Leestekenwijzer. Praktische handleiding voor het gebruik van leestekens en andere tekens. 's-Gravenhage: Sdu.
Digitaalbaak (2000); Redactiewijzer (1997), p.134 - 136
| Volgorde van leestekens bij het citeren van uitroepen of vragen binnen uitroepende of vragende zinnen | |
| Schrijfwijzer (1995), p. 210-211 |
Bij het citaat aan het einde van de zin komt eerst het zinseindeteken en dan het aanhalingsteken. [Voorbeelden:] Hij riep: "Dat is toch niet waar!" Zei hij: "Is dat waar?" [...] de combinaties .". en ?". en !". komen niet voor. In de laatste zin komt geen extra vraagteken omdat de combinatie ?"? niet voorkomt. Deze regel kent één uitzondering. Als de citaatinleidende zin een vraag of een uitroep is, komt er een vraagteken of uitroepteken achter de hele zin. De zinseindepunt van het citaat blijft dan staan. Dus de combinaties ."? en ?"! en !"? komen wel voor. [Voorbeelden:] Zei hij: "Dat is waar."? Hou je mond, man met dat eeuwige: "Is dat waar?"! Zei hij: "Hou je mond, man!"? |
| Stijlwijzer (1996), p. 100, p.219 |
Geen volgordeadviezen |
| Taalboek Nederlands (1997), p. 357-358 |
Men gebruikt slechts één zinsbegrenzend leesteken voor of na het laatste aanhalingsteken. De punt wijkt daarbij voor het vraagteken en het uitroepteken voor het vraagteken. De punt vervalt in beginaanhalingen en middenaanhalingen, maarhet vraagteken of uitroepteken blijft. [Voorbeelden:] Waarom vroeg Nelleke: "Mag ik"? Riep Nelleke: "Hoera, ik mag"? |
| Alles over leestekens (1997), p. 104-105 |
Een vuistregel is: gebruik niet meer dan twee leestekens na elkaar, tenzij er sprake is van twee uitroeptekens of twee vraagtekens. Mogelijk zijn dus: ?'? / !'! / ?'! / !'? [...] Er komen wél twee vraagtekens in: Vroeg het meisje echt: 'Heb ik nu gewonnen?'? Het gaat immers om tweemaal een vraag. Wat we over het vraagteken zeiden, geldt ook voor het uitroepteken: Hij zei: 'Je moet heus niet denken dat ik gek ben!' Ik heb toch gezegd: 'Ik wil niet!'! Zowel een uitroepteken als een vraagteken komt voor in: Zei hij: 'Denk maar niet dat ik gek ben!'? |