Is het vergeleken bij of vergeleken met?
Vergeleken bij en vergeleken met zijn allebei mogelijk, maar vergeleken met is het meest gebruikelijk.
Bij vergeleken is met het gebruikelijke voorzetsel. Daarnaast komt ook wel vergeleken bij voor. Voorbeelden:
(1) Vergeleken met vorig jaar is de winst gestegen.
(2) De omzet nam niet noemenswaardig toe, vergeleken bij vorig jaar.
Het werkwoord vergelijken wordt uitsluitend met het voorzetsel met gecombineerd. Het gebruik van het voorzetsel bij is alleen mogelijk bij het voltooid deelwoord vergeleken.
Gebaat mee / bij
Gelukwensen bij / met
Gepaard gaan aan / met
Vergelijken bij / met
| vergeleken | |
Voorzetselwijzer (1997), p. 309 |
vergeleken bij of met (iem., iets), bij het maken van een vergelijking |
|
vergeleken met of bij |
|
|
Bij het verleden deelwoord vergeleken is het gebruikelijke voorzetsel met of bij. |
|
|
ABN-gids (1996), p. 335 |
vergelijken met; alleen bij het vd een enkele keer bij, maar vooral ook met: vergeleken met (minder bij) |