Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Terug / opnieuw, nogmaals, (al)weer

Vraag

Is terug in de betekenis 'weer, opnieuw', zoals in Morgen zijn we terug bereikbaar correct?

Antwoord

Het is onduidelijk of we terug in die betekenis al dan niet tot de standaardtaal in België kunnen rekenen. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn in elk geval (al)weer, opnieuw en nogmaals.

Toelichting

Het bijwoord terug wordt vooral in België veelvuldig gebruikt, ook door veel standaardtaalsprekers, in de betekenis 'weer, opnieuw'. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die het woord in die betekenis afkeurt. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of terug in die betekenis tot de standaardtaal in België gerekend kan worden.

(1) Ze is terug ziek. (in België, status onduidelijk)

(2) Volgend jaar vindt het congres terug in Gent plaats. (in België, status onduidelijk)

(3) De stad moet terug worden opgebouwd. (in België, status onduidelijk)

(4) Het voorstel is terug afgewezen. (in België, status onduidelijk)

Standaardtaal in het hele taalgebied zijn weer of alweer, opnieuw en nogmaals.

(5) Hij heeft weer een dt-fout geschreven.

(6)  Hij was het alweer vergeten.

(7) Volgend jaar vindt het festival opnieuw in de eerste week van september plaats.

(8) Ze heeft hem er nogmaals op gewezen dat een dergelijke fout helemaal niet erg is.

In plaats van een combinatie van terug met een werkwoord (zoals terug openen of terug ontdekken) is in een aantal gevallen in de standaardtaal een werkwoord met het voorvoegsel her- gebruikelijk.

(9) Na een ingrijpende verbouwing wordt het museum eind januari heropend.

(10) Toen ze de zolder hebben opgeruimd, heeft haar moeder de Beatles herontdekt.

Sommige her-werkwoorden zijn echter vrijwel alleen in België gebruikelijk.

(11) Pas toen ze zich omdraaide, besefte ze dat ze helemaal moest herbeginnen. [standaardtaal in België]

Zie ook

Herkrijgen, herbeginnen
Hernemen
Hervallen
Nooit weer / nooit meer
Overnieuw / opnieuw
Weeral / alweer / weer / opnieuw

Bronnen

Taalbeheersing in de praktijk (1989), nr. 1, 7.

Naslagwerken

 

terug weer
Grote Van Dale (2005) 7 (gew.) weer, wederom, opnieuw II (bw.) 1 nog eens, bij herhaling, syn. opnieuw, nogmaals
Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) 4 (Belg., niet alg.) weer, opnieuw [bw.] 1 opnieuw
Verschueren (1996) 5. Z.N. weer, opnieuw 2. Metf. opnieuw
Koenen (2006) [in deze betekenis niet opgenomen] 2 opnieuw
Kramers (2000) 5 ZN, schrijftaal opnieuw, weer 2 opnieuw
Correct Taalgebruik (2006), p. 249 Het woord terug wordt dikwijls verkeerd gebruikt wanneer het niet om een beweging maar om een herhaling gaat. Dan gebruiken we in het Nederlands woorden als weer, alweer, nogmaals, opnieuw. Nederlandse werkwoorden die overeenkomen met Franse werkwoorden die met het voorvoegsel re- beginnen (bv. recommencer, reconstruire, réorganiser) hebben vaak betrekking op een herhaling en beginnen dan in de regel niet met terug. [sic] (…) -
Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 271 [wordt afgekeurd] 1) (herhaling) (al)weer, opnieuw; - ziek zijn, (al)weer, opnieuw ziek zijn; 2) (sportt.) – uit blessure, hersteld van een blessure. -
Taalwijzer (1998), p. 318, 374 Niet te verwarren met *weer of *opnieuw; terug drukt een beweging uit, een 'terug' naar een punt van vertrek of uitgang. Niet te verwarren met *terug; weer geeft een herhaling te kennen, net als *opnieuw.
Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) in België ook: weer, opnieuw -