Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Maand / maanden (enkelvoud of meervoud na telwoord?)

Vraag

Wat is correct: Het onderzoek duurt al drie maand of Het onderzoek duurt al drie maanden?

Antwoord

In de standaardtaal wordt hier de meervoudsvorm maanden gebruikt.

Toelichting

Tijdsaanduidende zelfstandige naamwoorden krijgen in combinatie met een bepaald telwoord (vanaf twee), hoeveel, zoveel of een paar in de regel de meervoudsvorm, bijvoorbeeld zeven seconden, vijftien minuten, hoeveel dagen, een paar weken, drie decennia.

(1) Hoeveel weken ben je in Egypte geweest?

(2) Ze was maar een paar seconden te laat en zag de trein nog vertrekken.

Voor het zelfstandig naamwoord maand geldt hetzelfde. In België komt maand in de genoemde combinatie ook in de enkelvoudsvorm voor. Deze enkelvoudsvorm behoort dan niet tot de standaardtaal. 

(3) Ze zijn nu al drie maanden aan het werk.

(4) Het aanbod is slechts een paar maand geldig, dus je moet je haasten. (in België, geen standaardtaal)

(5) Hoeveel maand is ze nu al zwanger? (in België, geen standaardtaal)

Uitzonderingen op de algemene regel vormen de zelfstandige naamwoorden kwartier, uur en jaar. Die hebben in de genoemde combinaties gewoonlijk de enkelvoudsvorm.

(6) Het aanbod is maar een paar uur geldig, dus je moet snel zijn.

(7) Hoeveel jaar is dat al geleden?

(8) We hebben drie kwartier op de tram gewacht.

In alle gevallen wordt na anderhalf en na combinaties van een telwoord met half alleen maar de enkelvoudsvorm gebruikt, dus bijvoorbeeld anderhalve week, anderhalf decennium, drie en een halve minuut, acht en een halve maand.

Zie ook

Enkelvoudsvorm / meervoudsvorm bij hoeveelheidsaanduidende zelfstandige naamwoorden (algemeen)

0,1 minuten / 0,1 minuut
Anderhalf jaar (in de / het afgelopen -)
Een tiental centimeters / een tiental centimeter
Hectare / hectaren (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Jaar / jaren (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Twee-en-een-half / tweeëneenhalf / twee en een half / tweeënhalf
Twee en een halve maand is / zijn verstreken
Vijf lichtjaren / vijf lichtjaar

Naslagwerken

maand / maanden
Correct Taalgebruik (2006), p. 146

In het meervoud altijd: maanden, behalve wanneer het telwoord verbonden is met 'half'.

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 160

[bij maand, wordt afgekeurd] dat duurt twee -, twee -en; twee - vakantie, twee -en vakantie;

Taalwijzer (1998), p. 207

Na een bepaald telwoord staat maand altijd in het mv. (zoals dag, minuut, seconde).

Stijlboek VRT (2003), p. 152

[bij maand] Algemeen Nederlands zijn: één maand, twee maanden, een paar maanden. Alleen de tijdsaanduidingen die op -r eindigen (kwartier, uur, jaar), blijven in het enkelvoud na een bepaald hoofdtelwoord (behalve na beide) en na hoeveel, zoveel en een paar.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

- twee/drie/ een paar maand, twee/drie/ een paar maanden

ANS (1997), p. 439 of online via de E-ANS

2 Tijdsaanduidende substantieven daarentegen staan in combinatie met een bepaald hoofdtelwoord, hoeveel, zoveel (en tig) evenals een paar in het meervoud, behalve de substantieven jaar, uur en kwartier. Voorbeelden:

vijf/hoeveel/zoveel/een paar seconden, minuten, dagen,  weken, maanden, decennia, eeuwen

maar:

zes/hoeveel/zoveel/een paar jaar, uur, kwartier.

In regionaal taalgebruik (met name in België voorkomend) wordt in de genoemde combinaties ook wel het enkelvoud maand gebruikt in plaats van het meervoud maanden:

(1) Mijn neefje is nu precies vier maand oud. (regionaal)

Taalboek Nederlands (2003), p. 120

De woorden maal en keer en sommige substantieven die een hoeveelheid aanduiden – een maat, een gewicht, een munt, een tijd – worden na een bepaald hoofdtelwoord (behalve na beide), een paar en na zoveel, hoeveel in het enkelvoud gebruikt. Tussen het hoofdtelwoord en het substantief mag nog een rangtelwoord, een halve of een kwart staan. (…)

De woorden seconde, minuut, dag, week, maand, eeuw en graad hebben die mogelijkheid evenwel niet. Ze woren steeds in het meervoud gebruikt, behalve na een, anderhalf en na een hoofdtelwoord gevolgd door een rangtelwoord, een halve of een kwart (…)