Wat is juist: Als ik jij was, ging ik snel naar huis of Als ik jou was, ging ik snel naar huis?
Correct is: Als ik jou was, ging ik snel naar huis.
In de zin als ik jou was is was koppelwerkwoord; we hebben hier te maken met een naamwoordelijk gezegde. Het persoonlijk voornaamwoord jou is hier naamwoordelijk deel van het gezegde. In de volgende uitdrukkingen gebruiken we de voorwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord (mij, me, jou, je, hem, 'm, haar, 'r, ons, jullie, hen, hun) als naamwoordelijk deel van het gezegde:
(1) in de uitdrukking als ik... was (als ik jou was, als ik hem was enz.);
(2) in de uitdrukking hij is 'm! (in kinderspelen);
(3) als het om personen gaat en de klemtoon niet op het voornaamwoord ligt. Bijvoorbeeld:
'Is dat de bakker?' 'Ja, dat is 'm'.
'Staat je vrouw ook op de foto?' 'Ja, dat is 'r.'
In andere gevallen zijn de onderwerpsvormen (ik, jij, hij, zij, wij, jullie, zij) gebruikelijk. Bijvoorbeeld:
(4) Die blonde krullenkop op de foto, dat ben jij.
(5) Er is er een jarig, hoera, hoera, dat kun je wel zien dat is zij.
(6) De beste schaatsster van allemaal was zij.
ANS (1997) , p. 250