Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Groter dan mij / ik

Vraag

Is het hij is groter dan mij of groter dan ik?

Antwoord

Correct is: hij is groter dan ik.

Toelichting

De voegwoorden van vergelijking als (na de stellende trap) en dan (na de vergrotende trap) staan in veel gevallen voor een zelfstandig naamwoord of een persoonlijk voornaamwoord (zo dom als een ezel, het hemd is nader dan de rok). Ze worden daardoor ook wel opgevat als voorzetsels. Dit blijkt uit het gebruik van niet-onderwerpsvormen van voornaamwoorden na als of dan, ook wanneer het zinsverband onderwerpsvormen vereist.

Deze ontwikkeling, die zich overigens ook in het Engels heeft voorgedaan en daar verder is (he is taller than me is mogelijk en geaccepteerd naast he is taller than I am), is al geruime tijd gaande, maar wordt tot nog toe door taalvoorschriften tegengewerkt. In veel gevallen wordt hierbij gewezen op het feit dat het voornaamwoord na als of dan kan worden aangevuld tot een hele zin waarin het voornaamwoord het onderwerp is:

(1a) Hij is groter dan ik (ben).

(1b) Hij is groter dan mij is. (uitgesloten)

Voorwerpsvormen van voornaamwoorden na als en dan komen overigens wel voor; in sommige gevallen is beter dan mij mogelijk naast beter dan ik, maar met een heel andere betekenis:

(2a) Jij vindt hem beter dan mij.

(2b) Jij vindt hem beter dan ik.

In deze zinnen worden twee oordelen met elkaar vergeleken. In (2a) oordeelt één persoon (jij) over twee personen (hem en mij); de betekenis van deze zin is, dat 'jij hem beter vindt dan jij mij vindt'. In (2b) oordelen twee personen (ik en jij) over één persoon (hem); bedoeld wordt, dat 'jij hem beter vindt dan ik hem vind'.

Bijzonderheid

De voegwoorden als en dan kunnen beide zowel zinsdelen als zinnen verbinden. Wanneer ze zinnen met elkaar verbinden, kunnen ze natuurlijk niet als voorzetsel worden opgevat:

(3) Hij liep net zo snel weer het gebouw uit als hij het gebouw binnengekomen was.

(4) Ze bleek tot veel meer in staat te zijn dan ze zelf voor mogelijk had gehouden.

Zie ook

Dan / als (driemaal zo groot -)
Groter als / dan
Het is sterker dan ik(zelf) / mezelf
Hun / zij hebben dat gedaan
Niets anders als / dan
Voor zij / hen die ...
Zoals hem / hij

Naslagwerken

Schrijfwijzer (1995), p. 102

Een andere fout is het gebruik van de derde of vierde naamval in plaats van de eerste. Wat zet u op de open plaatsen? Ik, jij, hij, enz. of mij, jou, hem, enz.? (...) Jij bent geen haar beter dan... (ik, zij, hij). Zij vond jou geen haar beter dan... (mij).

Handboek Verzorgd Nederlands (1996) , p. 231-232

In het ABN zijn de voegwoorden als en dan eerder nevenschikkend dan onderschikkend. Net als het nevenschikkend voegwoord en kunnen als en dan onderwerpen met elkaar verbinden: (...) Hij is groter dan ik. In [deze zin] is na dan alleen de onderwerpsvorm, in dit geval ik, correct. Dat is gemakkelijk aan te tonen; we kunnen er immers de persoonsvorm ben achterplaatsen: Hij is groter dan ik ben. (...) In spreektaal hoort men vaak zinnen als *Marloes is groter dan mij. Dit is onjuist, wat we kunnen aantonen door er een persoonsvorm aan toe te voegen: *Marloes is groter dan mij is.

Basishandleiding Nederlands (1996) , p. 43

Let op: groter dan mij, jou, hem, haar, ons en hun is echt fout. Schrijf groter dan ik, jij, hij, zij, wij en zij.

Taalbaak 41.1

Dan ik/mij: ik. Dus: Hij is stressbestendiger dan ik.

Prisma Stijlboek (1993) , p. 25

Hij leert vlugger dan [mij] i.p.v. ik, want men kan de zin aanvullen:... dan ik leer. [Wat tussen rechte haken staat, is onjuist, verwerpelijk, fout.]

Voorzetselwijzer (1997) , p. 25

Hoe sterk deze regel nog steeds werkt, kan geconcludeerd worden uit fouten met als en dan, twee woorden die door veel taalgebruikers nogal eens behandeld worden als voorzetsels: (...) *hij is groter dan mij.

ANS (1997) , p. 249 of online via de E-ANS

1 De onderwerpsvormen [van de persoonlijke voornaamwoorden] worden gebruikt: [a] als onderwerp (...). Hiertoe behoort ook het gebruik na als en dan in vergelijkingen als na het voegwoord een bijzin aangevuld kan worden waarin het voornaamwoord onderwerp wordt: (...) Theo loopt niet harder dan jij. (= 'dan jij loopt') (...) 2 De niet'onderwerpsvormen worden gebruikt: [a] als voorwerp (...) Hiertoe behoort ook het gebruik na als en dan in vergelijkingen, als na het voegwoord een bijzin aangevuld kan worden waarin het voornaamwoord voorwerp wordt: Ik geef het jou liever dan haar. (= 'dan ik het haar geef')