Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Fysisch / fysiek

Vraag

Betekenen fysisch en fysiek hetzelfde?

Antwoord

Nee, fysisch betekent 'betrekking hebbend op de natuur' of 'natuurkundig', fysiek betekent 'betrekking hebbend op de stoffelijke natuur' of 'betrekking hebbend op de natuurlijke gesteldheid (van het lichaam)', 'lichamelijk'.

Toelichting

De bijvoeglijke naamwoorden fysisch en fysiek hebben weliswaar een gemeenschappelijke (Griekse) oorsprong, maar ze hebben in de standaardtaal een verschillende betekenis.

Fysisch heeft betrekking op de natuur in natuurwetenschappelijke zin en houdt dus onder meer verband met de natuurkunde of fysica.

(1) De zwaartekracht is een fysisch verschijnsel.

(2) Ze studeert fysische geografie.

(3) Die artsen zijn voorstander van het toepassen van fysische therapie. (dat wil zeggen met natuurlijke middelen in plaats van met medicijnen)

Het bijvoeglijk naamwoord fysiek heeft betrekking op de natuur in stoffelijke zin of op de lichamelijkheid.

(4) De politie moest bij de ontruiming van het pand fysiek geweld gebruiken. ('lichamelijk')

(5) Zijn fysieke krachten waren de laatste jaren sterker achteruitgegaan dan zijn geestelijke krachten.

(6) Via elektronische weg kunnen allerlei naslagwerken geraadpleegd worden zonder dat die fysiek aanwezig zijn op de werkplek.

In België wordt fysisch af en toe gebruikt in contexten waarin fysiek op zijn plaats is. Dat gebruik van fysisch wordt door veel mensen niet als correct beschouwd.

(7) Ze gingen op reis met een groep fysisch gehandicapten. (in België, geen standaardtaal)

(8) Het geld bevindt zich fysisch nog steeds bij de bank. (in België, geen standaardtaal)

Zie ook

Psychische / psychologische stoornis

Naslagwerken

 

fysisch

fysiek

Grote Van Dale (2005)

3 (Belg.N., niet alg.) fysiek

2 lichamelijk

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

3 (…) (Belg., niet alg.) lichamelijk, fysiek

2 lichamelijk

Verschueren (1996)

1. van, volgens, berustend op, betreffende de natuur, fysiek (I), vaak in tegenstelling tot psychisch (…) 2. natuurkundig, natuurwetenschappelijk

I. 1. van, betreffende de stoffelijke natuur (…) 2. lichamelijk

Koenen (2006)

betrekking hebbend op de (stoffelijke) natuur, overeenkomend met de natuur; natuurkundig

de stoffelijke natuur, het lichaam betreffend; lichamelijk

Kramers (2000)

betrekking hebbende op de natuur of de natuurverschijnselen

1 de natuur betreffend; natuurkundig (…) 2 lichamelijk

Correct Taalgebruik (2006), p. 82                        

[bij fysiek / fysisch] Let op het onderscheid tussen fysiek, d.w.z. wat het lichamelijke betreft, en fysisch, wat betrekking heeft op de natuurkunde.

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 88

[wordt afgekeurd] lichamelijk, fysiek; - gehandicapt, lichamelijk gehandicapt; - verval, lichamelijk verval; -e conditie, lichamelijke, fysieke conditie; (computer) – geheugen, fysiek geheugen; -e opslag (van gegevens), fysieke opslag. - wel: de -e geografie, de -e geneeskunde

[in deze betekenis niet opgenomen]

Taalwijzer (1998), p. 128

[bij fysiek] Het in Vlaanderen vaak gebruikte fysisch (= natuurkundig) behoort in deze context niet tot de standaardtaal.

is het gebruikelijke adj. in de betekenis van het lichaam betreffend, lichamelijk. Het in Vlaanderen vaak gebruikte fysisch (= natuurkundig) behoort in deze context niet tot de standaardtaal.

Stijlboek VRT (2003), p. 92

[bij fysiek / fysisch] Fysisch betekent: natuurkundig, met betrekking tot de natuur(kunde).

[bij fysiek / fysisch] Fysiek betekent: lichamelijk.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

in België vaak voor: fysiek

-