Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Twee en een halve maand is / zijn verstreken

Vraag

Wat is juist: Inmiddels zijn er twee en een halve maand verstreken of Inmiddels is er twee en een halve maand verstreken?

Antwoord

Beide zinnen zijn juist. Omdat de kern van het onderwerp van de zin, maand, enkelvoudig is, staat de persoonsvorm in principe in het enkelvoud: Inmiddels is er twee en een halve maand verstreken. Maar om de duur van de periode te benadrukken, kan ook voor het meervoud worden gekozen: Inmiddels zijn er twee en een halve maand verstreken.

Toelichting

De persoonsvorm van een zin congrueert normaal gesproken in getal en persoon met het onderwerp van de zin. Bestaat het onderwerp uit een woordgroep, dan komt de persoonsvorm overeen met de kern van de woordgroep, dat wil zeggen met het belangrijkste woord daarvan. In de zin uit de vraag (zin 1a) is maand de kern van het onderwerp. Dit is een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, en daar past het enkelvoudige is bij.

(1a) Inmiddels is er twee en een halve maand verstreken.

(2a) Er is nu vierenhalve week verstreken sinds het ongeluk.

(3a) Vijf en een halve minuut duurt lang als je op je eitje zit te wachten.

Om de duur van de periode te beklemtonen, kan de persoonsvorm echter ook in het meervoud worden gezet.

(1b) Inmiddels zijn er twee en een halve maand verstreken.

(2b) Er zijn nu vier en een halve week verstreken sinds het ongeluk.

(3b) Vijf en een halve minuut duren lang als je op je eitje zit te wachten.

Zie ook

Enkelvoudsvorm / meervoudsvorm bij hoeveelheidsaanduidende zelfstandige naamwoorden (algemeen)

0,1 minuten / 0,1 minuut
Half (twee maand en (een) half / twee en een halve maand)
Jaar / jaren (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Maand / maanden (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Een miljoen mensen keek / keken naar de wedstrijd)
Twee-en-een-half / tweeëneenhalf / twee en een half / tweeënhalf
Twee derde van de studenten bleken / bleek
Zo'n zeven miljoen Japanners beoefent / beoefenen kendo
Procent (tien - werkt / werken in deeltijd)

Naslagwerken

ANS (1997) 445-446 of online via de E-ANS, 1145-1147 of online; Schrijfwijzer (2012), p. 257-258