Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Faciliëren / faciliteren

Vraag

Welk werkwoord is correct: faciliëren of faciliteren?

Antwoord

Beide werkwoorden zijn correct, maar er is sprake van een betekenisverschil: faciliteren betekent naast 'vergemakkelijken' ook 'faciliteiten verlenen', 'middelen beschikbaar stellen'. Faciliëren betekent alleen 'vergemakkelijken'.

Toelichting

Faciliteren betekent 'vergemakkelijken', en in specifiekere zin '(mede) mogelijk maken door randvoorwaarden te vervullen'. Iemand die iets faciliteert, verleent er concrete of abstracte faciliteiten (voorzieningen) voor. Wat onder faciliteiten verstaan kan worden, is heel breed: financiële steun, materialen, prijzen(geld), het gebruiken van bepaalde terreinen, gebouwen of infrastructuur, reclame, het ter beschikking stellen van mensen en kennis enzovoort.

(1a) Zijn post-hbo-opleiding wordt gefaciliteerd door zijn werkgever.

(2a) Wij faciliteren uw evenement graag met technici, geluidsset, microfoons, licht, podium, projectieschermen en achterwand.

In de betekenis 'vergemakkelijken' komt vooral in Nederland naast faciliteren ook faciliëren voor – met name in financiële kringen.

(3a) Het bezitten van een eigen huis wordt fiscaal gefaciliteerd.

(3b) Het bezitten van een eigen huis wordt fiscaal gefacilieerd. (vooral in Nederland)

Synoniemen van faciliëren en faciliteren zijn bijvoorbeeld: vergemakkelijken, faciliteiten verlenen, technische hulp aanbieden, voorzieningen beschikbaar stellen, begeleiden, ondersteunen, mogelijk maken.

(1b) Zijn post-hbo-opleiding wordt ondersteund door zijn werkgever.

(2b) Wij maken uw evenement graag mogelijk met technici, geluidsset, microfoons, licht, podium, projectieschermen en achterwand.

(2c) Wij verlenen graag de faciliteiten voor uw evenement: technici, geluidsset, microfoons, licht, podium, projectieschermen en achterwand.

Zie ook

Acquisiteren / acquireren
Authentificeren / authenticeren
Comiteren / comitteren / commiteren / committeren
Destilleren / distilleren
Prognotiseren / prognostiseren / pronostikeren / prognosticeren

Bronnen

Onze Taal. Faciliteren / faciliëren. Geraadpleegd op 2 oktober 2014 via https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/faciliteren-faciliren.

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Prisma Handwoordenboek Nederlands (2014); Koenen (2006)