Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Faciliëren / faciliteren

Vraag

Welk werkwoord is correct: faciliëren of faciliteren?

Antwoord

Beide werkwoorden zijn correct, maar er is sprake van een betekenisverschil: faciliëren betekent alleen 'vergemakkelijken' en faciliteren betekent naast 'vergemakkelijken' ook 'faciliteiten verlenen'.

Toelichting

In de meeste woordenboeken zijn faciliëren en faciliteren niet opgenomen, maar Van Dale (1999) en Koenen (1999) vermelden wel beide werkwoorden. Faciliëren wordt in zowel Van Dale als Koenen omschreven als 'vergemakkelijken'. Over de betekenis van faciliteren verschillen de twee woordenboeken echter van mening. Van Dale neemt als eerste betekenis van faciliteren 'faciliëren' op en als tweede betekenis 'technische hulp, voorzieningen aanbieden, beschikbaar stellen aan'. Koenen vermeldt bij faciliteren níét de betekenis 'vergemakkelijken'. Faciliteren wordt echter nog wel in die betekenis gebruikt.

Bijzonderheid

Als u de betekenis 'vergemakkelijken' bedoelt, kunt u er ook voor kiezen om in plaats van faciliëren of faciliteren het werkwoord vergemakkelijken te gebruiken. Voor veel taalgebruikers zal dat duidelijker zijn.

Zie ook

Acquisiteren / acquireren
Authentificeren / authenticeren
Comiteren / comitteren / commiteren / committeren
Destilleren / distilleren
Prognotiseren / prognostiseren / pronostikeren / prognosticeren

Naslagwerken

faciliëren

faciliteren

Woordenlijst (2005)

-

-

Spellingwijzer Onze Taal (1998)

-

-

Grote Van Dale (2005)

vergemakkelijken

1 faciliëren 2 technische hulp, voorzieningen aanbieden, beschikbaar stellen aan

Koenen (2006)

vergemakkelijken

door het vervullen van randvoorwaarden mogelijk maken; de faciliteiten verlenen voor

Verschueren (1996)

-

-

Kramers (1996)

-

-

Prisma (2001)

-

-