Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Ervanuit gaan / er van uitgaan / er vanuit gaan / ervan uitgaan

Vraag

Wat is juist: We gaan ervanuit dat het zal lukken, We gaan er van uit dat het zal lukken, We gaan er vanuit dat het zal lukken of We gaan ervan uit dat het zal lukken?

Antwoord

Juist is: We gaan ervan uit dat het zal lukken. Uit hoort bij het werkwoord (het is uitgaan van iets) en wordt dus niet aan ervan vast geschreven.

Toelichting

In de zin We gaan ervan uit dat het zal lukken is ervan een voornaamwoordelijk bijwoord en uitgaan een scheidbaar samengesteld werkwoord.

Het bijwoord er kan samen met een of meer voorzetsels (bijvoorbeeld in, op, aan, bij) en/of de bijwoorden af, heen, mee en toe een voornaamwoordelijk bijwoord vormen: erin, erop, eraan, erachter, erheen, ervanaf enzovoort. In de regel worden de delen van zo'n voornaamwoordelijk bijwoord aaneengeschreven als ze direct op elkaar volgen. Hetzelfde geldt voor combinaties met hier, daar of waar: hierbij, daarmee, waarover enzovoort.

(1) Ik heb ervan gehoord.

(2a) Hieraan hebben heel wat mensen meegewerkt.

Een voornaamwoordelijk bijwoord kan ook gesplitst worden.

(2b) Hier hebben veel mensen aan meegewerkt.

In veel gevallen vervangt een voornaamwoordelijk bijwoord een combinatie van een voorzetsel en een naamwoord. Zo kan ervan in zin (1) vervangen worden door bijvoorbeeld van het nieuwe restaurant en hieraan in zin (2) bijvoorbeeld door aan dit boek. Ook kan een voornaamwoordelijk bijwoord verwijzen naar een bijzin die verderop in de zin staat, zoals in We rekenen erop dat je komt (erop betekent hier 'op het feit (dat je komt)').

In de combinatie ervan uitgaan maakt uit deel uit van het werkwoord. Het kan daarom niet aan ervan vast geschreven worden. Vergelijkbare combinaties met een samengesteld werkwoord zijn: eraan toekomen, erop ingaan, ertoe overgaan, eruit afleiden, ervan afhangen, ervan afzien, erin opgaan, ertegen opzien, ervoor uitkomen. In plaats van er kan ook hier, daar of waar gebruikt worden.

(3) We zijn daarvan uitgegaan. (= uitgaan van iets, bijvoorbeeld van die veronderstelling)

(4) Hij is hierop ingegaan. (= ingaan op iets, bijvoorbeeld op hun voorstel)

(5) Je wilt niet weten hoe ik ertegen opzie. (= opzien tegen iets, bijvoorbeeld tegen een taak)

In sommige zinnen zijn de delen van het samengestelde werkwoord (en soms ook het voornaamwoordelijk bijwoord) gesplitst. Vaak is het dan niet eenvoudig te bepalen welke woorden aan elkaar geschreven moeten worden. Om zulke combinaties te analyseren, moet eerst worden vastgesteld om welk werkwoord het gaat. Een voorzetsel dat deel uitmaakt van het werkwoord, wordt in deze gevallen los geschreven.

(6) Ik hoop dat ik geslaagd ben, maar ik ga er niet van uit. (= uitgaan van iets)

(7) Je hoeft daar echt niet op in te gaan! (= ingaan op iets)

(8) We leiden hieruit af dat u niet echt geïnteresseerd bent. (= afleiden uit iets)

Met name in een zin als zin (6) schrijven veel taalgebruikers ten onrechte van + uit als één woord, omdat vanuit in sommige contexten wel aaneengeschreven wordt (bijvoorbeeld Ze kwamen vanuit het bos gelopen).

Zie ook

Aaneenschrijven van combinaties met er, daar, hier en waar (algemeen)
Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)

Er … op / erop
Er achter aan lopen / erachter aanlopen / erachteraan lopen
Ermee aanmoeten / ermee aan moeten
Ervan doorgaan / er vandoor gaan / ervandoor gaan
Er voor zorgen / ervoor zorgen
Vanwaaruit / van waaruit
Waar ... naar toe / waar ... naartoe

Naslagwerken

ANS (1997), p. 490-503 of online via de E-ANS; Grote Van Dale (2015); Woordenlijst (2015); Onze Taal (2017); Taaltelefoon (2017)