Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Echter aan het begin van de zin

Vraag

Mag echter worden gebruikt als eerste woord van de zin?

Antwoord

Ja. Op echter volgt in dat geval een pauze, in geschreven taal weergegeven door een komma.

Toelichting

De Schrijfwijzer maakt geen bezwaar tegen een zin als Echter, het komt zelden voor. In de zin die op echter volgt, treedt geen inversie op: Echter komt het zelden voor is uitgesloten. De plaatsing van echter aan het begin van een zin is niet voor iedereen aanvaardbaar; dit gebruik wordt ook wel beschouwd als een anglicisme (However,...). In de jongste druk van de ANS wordt hiertegen geen bezwaar meer gemaakt.

Zie ook

En en maar aan het begin van de zin
Maar en echter in één zin

Naslagwerken

Schrijfwijzer (1995), p. 101

a Echter komt het zelden voor. b Echter, het komt zelden voor. Alleen a is fout. (...) Als de zin begint met een woord zoals Echter of Integendeel, komt eerst het onderwerp en dan het werkwoord zoals in b.

Taalbaak 119

Zet echter bij voorkeur na de persoonsvorm: 1 Hij koopt echter nooit een boek. 2 Dit bedrijf heeft het milenniumprobleem echter al opgelost. Zoals u ziet, kan echter zowel direct na de persoonsvorm staan (zin 1) als verderop in de zin (zin 2), bijvoorbeeld na een lijdend voorwerp. Twijfelt u, zet echter dan liefst zo ver mogelijk naar rechts in de zin. Dat levert meestal de best lopende zinnen op. () Echter mág (gevolgd door een komma) ook aan het begin van de zin staan, maar aan te raden is dat niet. De komma veroorzaakt namelijk een storende pauze, waardoor de zin niet soepel loopt.

ANS (1997) , p. 463, 1278, 1394

Een aantal voegwoordelijke bijwoorden kan ook aan het begin van de zin voorkomen en wel in de aanloop (dus buiten de 'eigenlijke' zin). Zo'n bijwoord is intonatief van de rest van de zin gescheiden door een korte pauze, meestal aangegeven door een komma. (...) Deze mogelijkheid bestaat verder nog bij (...) echter (...) Sommige andere voegwoordelijke bijwoorden, zoals echter en immers, kunnen niet alleen op de eerste zinsplaats gebruikt worden (...); ze moeten ofwel in het middenstuk ofwel in de aanloop staan (...): Echter heeft hij zijn woord niet gehouden. (...) Echter, hij heeft zijn woord niet gehouden.

Nederlandse Taalunie