Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Burgemeester en wethouders (B en W) heeft / hebben besloten

Vraag

Wat is correct: Burgemeester en wethouders heeft besloten of Burgemeester en wethouders hebben besloten? En geldt voor de afgekorte vorm B en W hetzelfde?

Antwoord

In combinatie met burgemeester en wethouders is de meervoudige persoonsvorm correct: Burgemeester en wethouders hebben besloten. In combinatie met de afkorting B en W is zowel het meervoud als het enkelvoud correct: B en W heeft/hebben besloten.

Toelichting

De vaste combinatie burgemeester en wethouders duidt op één instelling, het college van burgemeester en wethouders, oftewel 'het dagelijks bestuur van een gemeente in Nederland'. Maar de combinatie is naar de vorm een meervoud: het is een nevenschikking van twee aparte persoonsaanduidingen. Als burgemeester en wethouders het onderwerp in de zin is, hoort bij de combinatie dus, net als bijvoorbeeld bij Katrien en haar kinderen en Sinterklaas en zijn pieten, een meervoudige persoonsvorm.

(1a) Burgemeester en wethouders hebben ingestemd met de plannen.

(2a) Burgemeester en wethouders hebben voorgesteld met de sportverenigingen te gaan overleggen.

Bij de afkorting B en W verdwijnt de gedachte aan de twee persoonsaanduidingen iets meer naar de achtergrond, waardoor ook een enkelvoudige persoonsvorm kan worden gebruikt.

(1b) B en W hebben ingestemd met de plannen.

(1c) B en W heeft ingestemd met de plannen.

(2b) B en W hebben voorgesteld met de sportverenigingen te gaan overleggen.

(2c) B en W heeft voorgesteld met de sportverenigingen te gaan overleggen.

Zie ook

Congruentieproblemen met en (algemeen)

Burgemeester en wethouders, burgemeester en schepenen (hoofdletters?)
De wet- en regelgeving worden / wordt niet toegepast
Een of meer deelnemers is / zijn uitgeschakeld
Pietersen c.s hebben / heeft
Spek en eieren is lekker / spek en eieren zijn lekker
Verenigde Naties (VN) heeft / hebben
Zowel de wethouders als de burgemeester is / zijn tegen het voorstel

Bronnen

Onze Taal (2014). Vraag en antwoord. Onze Taal, 83, nr. 10, 268.

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1144 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (2012), p. 255-256