Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Verlof / vakantie

Vraag

Is het gebruik van verlof correct in deze zin: Bijna alle collega's nemen verlof in juli?

Antwoord

Nee, in de standaardtaal gebruiken we vakantie in de betekenis van jaarlijkse vrije dagen die standaard aan iedereen (werknemers, schoolkinderen en studenten) worden toegekend: Bijna alle collega's nemen vakantie in juli.

Toelichting

Verlof is 'de toestemming die verleend wordt aan werknemers om een periode van het werk afwezig te blijven, al dan niet met het behoud van loon'. Militairen krijgen ook verlof om hun eenheid te verlaten. Verlof wordt vaak gebruikt als tweede deel in samenstellingen en in vaste combinaties: ziekteverlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, kraamverlof, ouderschapsverlof, educatief verlof, studieverlof, penitentiair verlof, buitengewoon verlof, onbetaald verlof.

(1) Hij kreeg vijf dagen verlof om de begrafenis van zijn vader in Turkije bij te wonen.

(2) Kan een soldaat in het vreemdelingenlegioen zijn verlof in het buitenland doorbrengen?

(3) In Denemarken hebben ouders, na achttien weken zwangerschapsverlof van de vrouw, samen nog recht op tweeëndertig weken ouderschapsverlof.

Een bijzondere vorm van verlof is vakantieverlof: de toestemming om vakantiedagen op te nemen.

(4) Voor vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen ontbreekt een bijzondere verlofregeling; de meeste werkgevers sturen erop aan dat er vakantieverlof wordt opgenomen.

(5) Vorig jaar waren er in onze school 448 meldingen van ongeoorloofd vakantieverlof: ouders halen hun kinderen steeds vaker een dag te vroeg van school om op vakantie te kunnen vertrekken.

Vakantie is 'de tijd die personen jaarlijks kunnen opnemen in de vorm van vrije dagen', en ook 'de periode waarin geen lessen worden gegeven in de scholen'. Daarnaast wordt vakantie ook gebruikt in de betekenis 'de reis naar en het verblijf elders voor zijn plezier'.

(6) Hoeveel vakantie heb jij dit jaar?

(7) We moeten goed afspreken met de collega's wie wanneer vakantie neemt. 

(8) Veel kinderen kijken nu al reikhalzend uit naar de grote vakantie.

(9) Voor het lange weekend hebben heel wat mensen een korte vakantie geboekt.

In België wordt ook vaak verlof gebruikt voor de jaarlijkse vakantiedagen. Dat gebruik is echter geen standaardtaal.

(10) We hebben dit jaar in augustus, tijdens ons verlof, een paar uitstapjes naar Nederland en Duitsland gemaakt. (in België, geen standaardtaal)

(11) De buurtwinkel is gesloten wegens jaarlijks verlof. (in België, geen standaardtaal)

(12) Na die lange reis naar Vietnam heeft hij nog maar twee verlofdagen over. (in België, geen standaardtaal)

Zie ook

Brug (de - maken)
Vakantie (op / met -)

Bronnen

Benelux Economische Unie (1977). Sociaalrechtelijk woordenboek. Brussel: Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie.

Caspel, R.D.J. van, Gokkel, H.R.W. & Klijn, C.A.W. (2008). Fockema Andreae's Juridisch woordenboek (14e dr.). Groningen: Wolters-Noordhoff.

Hendrickx, R. Vakantie / verlof. Geraadpleegd op 29 april 2010 via http://www.vrt.be/taal/vakantie-verlof.

Naslagwerken

 

verlof

vakantie

Grote Van Dale (2005)

1 vergunning, veroorloving (…) 2 vergunning om voor enige tijd naar huis te gaan, m.n. verleend aan militairen (…) 3 (bij uitbr.) (in de sociale wetgeving niet meer gebruikt) vakantie, vrijaf (…) 4 verloftijd

2 (in inrichtingen van onderwijs) elk van de periodiek terugkerende tijden waarin geen lessen worden gegeven 3 vrije tijd, m.n. vrije tijd die jaarlijks wordt toegekend aan personen in verschillende beroepen of betrekkingen, syn. rusttijd, vgl. verlof (…)

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

1 vergunning 2 toestemming om enige tijd niet te werken 3 periode dat men toestemming heeft om niet te werken

1 jaarlijks toegekende vrije tijd voor personen in verschillende beroepen en betrekkingen, voor leerlingen enz. (…) 2 vakantiereis

Verschueren (1996)

(…) 2.c. vergunning om naar huis te gaan of om weg te blijven, voor ambtenaren, kloosterlingen, missionarissen

Het vrij zijn van dienst in een werkkring of betrekking, rusttijd, inz. 1. periode waarin geen lessen worden gegeven op de scholen (…) jaarlijkse vrije periode voor personen in verschillende beroepen of betrekkingen

Koenen (2006)

vergunning om iets te doen, bijv. naar huis te gaan, vrij zijn van dienst

1 periode waarin geen lessen worden gegeven (…) 2 jaarlijks aan werknemers toegekende vrije tijd: ~ nemen 3 reis naar en verblijf elders voor zijn plezier (tijdens de vakantie (1,2): met, op ~ gaan

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 296

[wordt afgekeurd] vakantie; betaald -, doorbetaalde vakantie (wel: toestemming van de werkgever om met behoud van loon de arbeid voor enige tijd te onderbreken); het groot, grote -, de grote vakantie, de zomervakantie (…)

wel: ziekte-, zwangerschaps-, bevallings-, kraam-, ouderschaps-; educatief -; vakantie-; studie-; buitengewoon -; (groot) – (van militairen)

-

 

Correct Taalgebruik (2006), p. 282

[bij verlof ] Let op het verschil tussen verlof en vakantie. Vakantie is de periode waarin de scholen vrij hebben of waarin men enige tijd het gewone werk onderbreekt.

- De jaarlijkse vakantie is een heerlijke tijd.

Verlof daarentegen is de toestemming om afwezig te blijven van het werk of van de school. Dat blijkt uit de samenstellingen ziekteverlof, educatief verlof, zwangerschapsverlof, studieverlof. Ook vakantieverlof is mogelijk: toestemming om met vakantie te gaan.

Militairen krijgen verlof om hun eenheid te verlaten.

[bij verlof] (…)Vakantie is de periode waarin de scholen vrij hebben of waarin men enige tijd het gewone werk onderbreekt.

 

Taalwijzer (2000), p. 348

Niet te verwarren met *vakantie of *congé; het Sociaalrechtelijk woordenboek geeft de volgende lange maar duidelijke definitie: 'de toestemming van de werkgever aan de werknemer, c.q. van de overheid aan de ambtenaar, om al dan niet met het behoud van loon of wedde de arbeid gedurende kortere of langere tijd anders dan wegens vakantie te onderbreken…' Ook in militair jargon is de gebruikelijke term verlof.

1) Niet te verwarren met *verlof; het Sociaalrechtelijk woordenboek geeft de volgende lange maar duidelijke definitie: 'de buiten de normale dagelijkse en wekelijkse rusttijden en niet op een feestdag vallende wettelijk of contractueel geregelde onderbreking van de arbeid, bestemd voor het genieten van rust en ontspanning, met behoud van loon of onder genot van een loonvervangende uitkering. De duur van de vakantie wordt gewoonlijk uitgedrukt in een aantal werkdagen en de totale aanspraak in een aantal werkdagen per vakantiedienstjaar …'

Stijlboek VRT (2003), p. 256

[bij verlof / vakantie] Verlof betekent: de toestemming om afwezig te blijven van het werk of van de school (ziekteverlof, zwangerschapsverlof, militair verlof, ouderschapsverlof, vaderschapsverlof).

De periode waarin scholen vrij hebben of waarin we niet gaan werken, is de vakantie.

[bij verlof / vakantie] Verlof betekent: de toestemming om afwezig te blijven van het werk of van de school (ziekteverlof, zwangerschapsverlof, militair verlof, ouderschapsverlof, vaderschapsverlof).

De periode waarin scholen vrij hebben of waarin we niet gaan werken, is de vakantie.

 

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

vakantie

-

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

3 vergunning om tijdelijk geen dienst te doen – betaald ~ vrije periode die wordt doorbetaald (…)

5 BN vakantie, vakantietijd (…) in ~ zijn mil met verlof zijn; met vakantie zijn; een snipperdag nemen

1 rusttijd, vrijaf van school of werk, verlof, opschorting van werkzaamheden 2 vakantiereis – op, met ~gaan

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

1 vergunning, toestemming (…) 3 vergunning om tijdelijk geen dienst te doen ▪ betaald ~ vrije periode die wordt doorbetaald ▪ BN politiek ~ toestemming om een politiek mandaat te vervullen ▪ BN, spreektaal ~ zonder wedde loopbaanonderbreking 4 verloftijd  ▪ met (BN in) ~zijn met vakantie zijn, een snipperdag hebben (…) 5 BN ook, spreektaal, vero vakantie, vakantietijd: ▪ het groot of grote ~ de zomervakantie

1 rusttijd, vrijaf van school of werk, verlof, opschorting van werkzaamheden 2 vakantiereis ▪ op, met ~gaan gedurende enige tijd ter ontspanning naar een bep. plaats gaan