Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Maximum / maximaal

Vraag

Wat is correct: Je mag er maximaal dertig rijden of Je mag er maximum dertig rijden?

Antwoord

Je mag er maximaal dertig rijden in standaardtaal in het hele taalgebied. Je mag er maximum dertig rijden is standaardtaal in België.

Toelichting

De woorden maximaal en minimaal kunnen in de standaardtaal als bijvoeglijk naamwoord én als bijwoord gebruikt worden. Maximaal betekent 'het maximum uitmakend, grootst mogelijk'; 'hoogstens'. Minimaal betekent 'het minimum uitmakend', 'kleinst mogelijk'; 'minstens, op zijn minst'.

(1) Wij rekenen uit wat uw maximale leenbedrag is. (maximaal = bijvoeglijk naamwoord)

(2) In de bebouwde kom mag je maximaal vijftig rijden. (maximaal = bijwoord)

(3) De temperatuur bedraagt maximaal 45°C. (maximaal = bijwoord)

(4) Het minimale bedrag dat wordt uitgekeerd bedraagt 500 euro. (minimaal = bijvoeglijk naamwoord)

(5) De opvang van asielzoekers moet minimaal bestaan uit onderdak, voedsel, kleding en toegang tot gezondheidszorg. (minimaal = bijwoord)

In België worden ook de woorden maximum en minimum als bijwoord gebruikt. Hoewel dat gebruik in veel adviesboeken wordt afgekeurd, is het standaardtaal in België.

(6) Er mogen maximum twee huisdieren gehouden worden. (maximum = bijwoord) [standaardtaal in België]

(7) De temperatuur bedraagt minimum 45°C. (minimum = bijwoord) [standaardtaal in België]

Standaardtaal in het hele taalgebied is het gebruik van de zelfstandige naamwoorden maximum en minimum, zoals in:

(8) Bill haalt altijd het maximum uit onderhandelingen. (maximum = zelfstandig naamwoord)

(9) Drie weken vakantie is wel het minimum. (minimum = zelfstandig naamwoord)

Zie ook

Maximum capaciteit / maximumcapaciteit

Bronnen

VRT.Taalnet. Maximum. Geraadpleegd op 7 juli 2009 via http://www.vrt.be/taal/maximum-0.

Naslagwerken

maximaal

maximum

Grote Van Dale (2005)

bijv. naamw. (…) het maximum bereikend antoniem: minimaal

het; (…) de hoogste waarde die een veranderlijke grootheid bereikt of kan bereiken

bijw. (alg. Belg.N.) met een maximum van, syn. maximaal, hoogstens, antoniem: minimum

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bn.] 1 het maximum bereikend

[het (…)] 1 de hoogste waarde, het grootste, het meeste

Verschueren (1996)

bn. (…) en bw. (…) het maximum bereikend, uitmakend, de hoogste mogelijke of ten hoogste

o. (…) hoogste waarde die een veranderlijke grootheid bereikt heeft of kan bereiken

Koenen (2006)

bn. bw. grootst mogelijk; het maximum bereikend

I o (…) hoogste waarde of stand ve zaak; het grootste, het hoogste, het meeste (…) II bn hoogste, maximaal

Kramers (2000)

1 bn het maximum uitmakend, grootste, hoogste (…) 2 bijw ten hoogste

I (het (…)) het hoogste, de grootste waarde van een veranderlijke grootheid; de hoogste prijs; II bn ZN grootste mogelijk; hoogste, maximaal (…); III bijw ZN hoogstens, maximaal

Taalwijzer (1998), p. 210-211

Niet te verwarren met *maximum; maximaal is een adj. of bijw. Hetzelfde geldt uiteraard voor minimaal

1) Niet te verwarren met *maximaal; maximum kan subst. zijn (idem voor minimum)

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 164

-

[wordt afgekeurd] (adj. en bijw.) je mag – drie platen lenen; maximaal; het maximum aantal boeken, maximale. – WEL: het maximumaantal (in een samenst.).

Stijlboek VRT (2003), p. 157

-

Maximum is een zelfstandig naamwoord. Er kunnen samenstellingen mee gemaakt worden: maximumsnelheid, maximumprijs. Als bijvoeglijk naamwoord gebruiken we: maximaal, grootst mogelijk, hoogste. Als bijwoord gebruiken we: hoogstens, maximaal.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003), p. 189

-

in België ook gebruikt als bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
- maximaal, hoogstens