Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Luik (het derde - van het programma)

Vraag

Is het gebruik van het zelfstandig naamwoord luik juist in de volgende zin: Het reddingsplan van onze bank bestaat uit drie luiken?

Antwoord

Ja, luik betekent hier 'onderdeel' en is in die betekenis standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is deel, onderdeel of gedeelte.

Toelichting

In België wordt het woord luik vaak gebruikt voor een onderdeel van een programma, overeenkomst, project, wet, regeling of beleid. Luik is in dat gebruik standaardtaal in België.  

(1) Tina Turner begint dit jaar aan het Europese luik van haar laatste tournee. [standaardtaal in België]

(2) De Waalse Pijl, het eerste luik van de Ardense wielerklassiekers, zal op een licht gewijzigd parcours gereden worden. [standaardtaal in België]

(3) De onderhandelingen over het communautaire luik van het regeerakkoord lopen steeds vast. [standaardtaal in België]

Voor luik in de bovenstaande betekenis zijn in de standaardtaal in het hele taalgebied de volgende synoniemen gebruikelijk: deel, gedeelte, onderdeel, hoofdstuk.

(4) Het megaproject bestaat uit drie grote onderdelen.

(5) Het tweede hoofdstuk van de wet slaat op ongepast gedrag op het werk.

(6) Ik laat het financiële gedeelte liever aan jou over.

Luik is standaardtaal in het hele taalgebied als het om een schot gaat waarmee een opening (bijvoorbeeld een gat in de vloer of een raamkozijn) gesloten kan worden, of om een paneel van een schilderij. Luik wordt in de standaardtaal ook gebruikt in samenstellingen als tweeluik en drieluik voor een meerdelig radio- of televisieprogramma, film, boek, muziekstuk, wedstrijd enzovoort.

(7) In Zuid-Europa zijn de luiken aan de ramen vaak in frisse kleurtjes geverfd.

(8) Aan het schilderij zitten nog twee zijluiken.

(9) De documentaire zal in de vorm van een tweeluik uitgezonden worden.

Bronnen

Hendrickx, R. Luik. Geraadpleegd op 31 juli 2009 via http://www.vrt.be/taal/luik.

Naslagwerken

 

luik

Grote Van Dale (2005)

6 [leenvertaling van Fr. volet] (alg.Belg.N.) onderdeel, gedeelte van een overeenkomst e.d.); - strook (van een formulier)

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

3 (Belg.) onderdeel, gedeelte van een formulier, wet, programma enz.
Koenen (2006)

(niet in deze betekenis opgenomen)

Correct Taalgebruik (2006), p. 146

Het woord luik wordt wel gebruikt voor een opening of voor het schot waarmee een opening wordt gesloten, alsook voor een paneel van een schilderij, maar niet voor een strook of een vak van een formulier, voor een deel, een onderdeel, een gedeelte, een onderverdeling, een hoofdstuk van een wet, een regeling, een beleid.

Woordenboek Correct Taalgebruik (2004), p. 326

[wordt afgekeurd] 1) het fiscale - van de begroting, deel, onderdeel, gedeelte; hoofdstuk (van een wet) 2) (v. formulier) strook, vak

Stijlboek VRT (2003), p. 275

Niet gebruiken voor: hoofdstuk, deel, onderdeel, strook.
Niet: *Over het sociale luik van het akkoord moet nog onderhandeld worden.
Wel: Over het sociale hoofdstuk van het akkoord moet nog onderhandeld worden.
Niet: *Twee luiken van de overeenkomst zijn nog niet van kracht.
Wel: Twee onderdelen van de overeenkomst zijn nog niet van kracht.
Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)
- strook, vak van een formulier
- onderdeel, deel
Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

5 BN deel van een formulier, strook
6 BN politiek onderdeel (van een programma e.d.): het economisch-sociaal ~ van de regeringsverklaring