Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Haar / zijn (het bestuur heeft - goedkeuring uitgesproken)

Vraag

Wat is correct: het bestuur heeft zijn goedkeuring uitgesproken of het bestuur heeft haar goedkeuring uitgesproken?

Antwoord

Zeker correct is: het bestuur heeft zijn goedkeuring uitgesproken. Het is onduidelijk of de verwijzing met haar naar bestuur als correct kan worden beschouwd.

Toelichting

In de regel wordt naar vrouwelijke de-woorden verwezen met het bezittelijk voornaamwoord haar en naar mannelijke de-woorden en onzijdige woorden (het-woorden) met het bezittelijk voornaamwoord zijn. Dat geldt ook voor verzamelnamen.

(1) De regering heeft haar standpunt ingenomen. (regering is vrouwelijk)

(2) Het college van bestuur heeft in zijn laatste vergadering het nieuwe beleidsplan goedgekeurd. (college is onzijdig)

Het vrouwelijke bezittelijk voornaamwoord haar wordt ook vaak gebruikt om te verwijzen naar verzamelnamen die het-woorden (zoals bestuur, collectief, comité) of mannelijke de-woorden (zoals bond, raad) zijn. Maar voor heel wat taalgebruikers is dat gebruik niet aanvaardbaar. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of het verwijzen met haar bij zulke verzamelnamen als correct kan worden beschouwd.

(3a) Het bestuur heeft haar goedkeuring uitgesproken. (status onduidelijk, bestuur is een het-woord)

(4a) Het comité zal haar rapporten binnenkort bekendmaken. (status onduidelijk, comité is een het-woord)

(5a) De raad moet haar beslissingen verantwoorden. (status onduidelijk, raad is een mannelijk de-woord)

Verwijzingen met zijn zijn in deze gevallen zonder meer correct.

(3b) Het bestuur heeft zijn goedkeuring uitgesproken.

(4b) Het comité zal zijn rapporten binnenkort bekendmaken.

(5b) De raad moet zijn beslissingen verantwoorden.

Zie ook

Verwijzingsproblemen met voornaamwoorden van de derde persoon enkelvoud (algemeen)
Woordgeslacht (algemeen)

Haar / zijn (Pepsi heeft - winst verdubbeld)
Haar / zijn (Venetië en - gondels)
Haar / zijn (wie heeft - huiswerk niet gemaakt?)
Haar / zijn / hun (de Verenigde Staten en - bevolking)
Hem / ze / haar (de bibliotheek, hij heeft - geopend)
Zijn / haar (de sollicitant)
Zijn / haar (de stad en - inwoners)
Zijn / haar (de muis heeft - staart bezeerd)
Zijn / haar (zowel hij als zij ziet - budget krimpen)

Bronnen

Onze Taal. Verwijswoorden: haar, zijn, hem, het, zij, hij. Geraadpleegd op 3 oktober 2014 via http://www.onzetaal.nl/advies/verwijs.php.

Naslagwerken

ANS (1997), p. 283-285 of online via de E-ANS; Geschiedenis van het Nederlands (1999), p. 177-179; Taalboek Nederlands (2003), p. 180; Schrijfwijzer (2012), p. 302; Vraagbaak Nederlands (2011), p. 123