Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Jezelf / je zelf

Vraag

Welke zin is correct: Ben je zelf al in Barcelona geweest of Ben jezelf al in Barcelona geweest?

Antwoord

In deze zin worden je en zelf niet aaneengeschreven.

Toelichting

Het aanwijzend voornaamwoord zelf kan gebruikt worden als een soort bepaling van gesteldheid bij zelfstandige naamwoorden en persoonlijke voornaamwoorden (die doorgaans als onderwerp fungeren). Zelf beklemtoont de persoon of de zaak waarnaar het verwijst. De betekenis is 'in eigen persoon' of 'de zaak op zich'. Zelf kan onmiddellijk op het zelfstandig naamwoord of het persoonlijk voornaamwoord volgen, maar het kan ook op een andere plaats in de zin staan.

(1a) De kinderen zelf wilden ook graag in de achtbaan.

(1b) De kinderen wilden zelf ook graag in de achtbaan.

(2a) Hijzelf zou nooit de eerste stap gezet hebben.

(2b) Hij zou zelf nooit de eerst stap gezet hebben.

(3a) Het huis zelf is al honderd jaar oud, maar de meubels zijn gloednieuw.

(3b) Het huis is zelf al honderd jaar oud, maar de meubels zijn gloednieuw.

Voor het aaneenschrijven van een persoonlijk voornaamwoord en zelf moet rekening gehouden worden met de klemtoon. Bij extra klemtoon op zelf, wordt het niet aan het voornaamwoord vast geschreven, in andere gevallen wel. In de praktijk wordt zelf meestal aan de volle vormen van het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij, zij, wij) vast geschreven, maar het kan er ook los van staan (bij extra klemtoon). Na een gereduceerde vorm van het persoonlijk voornaamwoord (je, ze, we) wordt zelf altijd los geschreven. Zelf heeft in dat laatste geval immers altijd extra klemtoon in de uitspraak, en voor zelf kan er een korte pauze komen. Na jullie en u, twee voornaamwoorden die maar één vorm hebben, wordt zelf ook altijd los geschreven.

(4a) Vind jijzelf ook niet dat tennis een moeilijke sport is?

(4b) Vind jij zélf ook niet dat tennis een moeilijke sport is?

(5) Hoewel we zelf niet zo van zoetigheden houden, hebben we voor de gasten frambozentaart gemaakt.

(6) Bent u zelf al eens in die schouwburg geweest?

(7) Ik stel voor dat jullie zelf bepalen wat jullie prioriteiten zijn.

Zelf kan ook na een wederkerend voornaamwoord gebruikt worden. Het wordt dan aan het wederkerend voornaamwoord vast geschreven.

(8a) Ik heb mijzelf al een kopje koffie ingeschonken.

(8b) Ik heb mezelf al een kopje koffie ingeschonken.

(9) Dat moet u in de eerste plaats voor uzelf uitmaken.

(10) Ze heeft zichzelf gisteren op de televisie gezien.

Vergelijk ook het betekenisverschil in de zinnen (11a) en (11b). In (11a) is zich het wederkerend voornaamwoord en slaat zelf op het onderwerp hij. Dat zich en zelf hier niet bij elkaar horen, blijkt ook uit het feit dat deze woorden scheidbaar zijn door een ander woord (gisteren). In (11b) is zichzelf in zijn geheel een wederkerend voornaamwoord.

(11a) Hij heeft zich (gisteren) zelf ingeschreven voor die cursus. ('eigenhandig, hij en niemand anders')

(11b) Hij heeft zichzelf ingeschreven voor de cursus. ('hemzelf')

Zie ook

Het spreekt voor zich / voor zichzelf / vanzelf
Zichzelf / uzelf
Zich / u (U hebt - vergist)
Zich / u (U vergist -)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 261 of online via de E-ANS, p. 271 of online, p. 313 of online; Taalboek Nederlands (2003), p. 182