Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Die / dat (een aantal medewerkers -)

Vraag

Wat is correct: een aantal medewerkers die ik ken of een aantal medewerkers dat ik ken?

Antwoord

Zowel een aantal medewerkers dat ik ken als een aantal medewerkers die ik ken is correct.

Toelichting

Een betrekkelijk voornaamwoord komt in de regel overeen met zijn antecedent, dat is het woord of de woordgroep waarop het betrekking heeft. Dat verwijst naar het-woorden. Die verwijst naar de-woorden en naar meervoudsvormen.

(1) De jongen die daar zit, is mijn neefje.

(2) Het meisje dat daar speelt, is mijn zus.

(3) De kinderen die daar slapen, ken ik niet.

Een bijzonder geval doet zich voor bij collectiva zoals aantal en soort die door een meervoudig zelfstandig naamwoord gevolgd worden. In dergelijke gevallen kan het betrekkelijk voornaamwoord zowel terugverwijzen naar het collectivum (dat in het enkelvoud staat), als naar het zelfstandig naamwoord in het meervoud.

(4a) Heleen herkende het soort problemen dat Casper had. (dat verwijst naar soort)

(4b) Heleen herkende het soort problemen die Casper had. (die verwijst naar problemen)

(5a) Hij kent een aantal therapeuten dat zich op eetstoornissen richt.

(5b) Hij kent een aantal therapeuten die zich op eetstoornissen richten.   

(6a) De baas vroeg naar het aantal dossiers dat afgewerkt is.

(6b) De baas vroeg naar het aantal dossiers die afgewerkt zijn.

Bijzonderheid

Als het betrekkelijk voornaamwoord naar het onderwerp van de hoofdzin verwijst, komen het betrekkelijk voornaamwoord en de persoonsvorm van die zin overeen in getal. Als het betrekkelijk voornaamwoord (dat) naar het (enkelvoudige) hoeveelheidsaanduidende woord terugverwijst, is een enkelvoudige persoonsvorm gebruikelijk.

(7a) Een aantal kinderen dat stout geweest was, moest nablijven.

(8a) Het soort problemen dat hij heeft, is mij niet bekend.

In zinnen waarbij het betrekkelijk voornaamwoord (die) verwijst naar het zelfstandig naamwoord in het meervoud, wordt een meervoudige persoonsvorm gebruikt.

(7b) Een aantal kinderen die stout geweest waren, moesten nablijven.

(8b) Het soort problemen die hij heeft, zijn mij niet bekend.

Zie ook

Aantal (een - mensen waren / was)
Dat soort probleem / dat soort problemen
Dat / wat (het mooiste -)
Die / dat (elke onderwijsinstelling of bedrijf -)
Die / dat (het boek -)
Die / dat (het meisje -)
Paar (op de gang staat / staan een – schoenen)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 330-331 of online via de E-ANS, p. 1148-1149 of online; Schrijfwijzer (2005), p. 223; Taalboek Nederlands (2003), p. 185-188