Is bilan correct?
Nee, bilan is geen standaardtaal. In de standaardtaal is balans het gebruikelijke woord.
In de standaardtaal gebruikt men de uitdrukking de balans opmaken om uit te drukken dat iemand terugblikt en een overzicht maakt van wat voorbij is. Balans komt daarnaast vooral voor in de handelstaal.
(1) De Vlaamse minister van Cultuur maakte de balans op van twee jaar samenwerking met Nederland.
(2) Voor de boekhouder was het een koud kunstje om de balans voor dit jaar op te stellen.
In België komt in de bovenstaande contexten ook af en toe bilan voor, voornamelijk in de uitdrukking het bilan opmaken. Dat woord en die uitdrukking zijn echter geen standaardtaal.
(3) Op het positieve bilan kleefde wel één smet. (in België, geen standaardtaal)
(4) De minister maakte in zijn toespraak een weinig fraai bilan van die operatie. (in België, geen standaardtaal)
(5) Een blik op het bilan van de onderneming was voldoende om te zien dat de schulden veel te hoog waren. (in België, geen standaardtaal)
Naast de balans opmaken kan men naargelang van het geval ook een overzicht geven, terugblikken of verslag doen van gebruiken.
Barema / weddeschaal / loonschaal / salarisschaal
Zakencijfer / omzetcijfer
Algra, N.E. & Gokkel, H.R.W. (1999). Fockema Andreae's Juridisch Woordenboek (11e dr.) Groningen: Wolters-Noordhoff. (p. 45)
| bilan | balans | |
| Grote Van Dale (2005) | (Belg.N., niet alg.) balans | 12 overzicht van bezittingen en vorderingen enerzijds en schulden anderzijds, aan het eind van een bep. tijdvak opgemaakt om de vermogenstoestand op zeker ogenblik vast te stellen; (…) |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 (Belg., niet alg.) balans | 3 overzicht in tabelvorm van de waarden van bezittingen, schulden en eigen vermogen op een bepaalde datum (…) syn. bilan |
| Verschueren (1996) | - | 2. Hand. boekhoudkundig overzicht van het vermogen op een bepaald ogenblik |
| Koenen (1999) | - | 3 (boekh) staat van bezittingen en schulden met het eigen of zuiver vermogen als sluitpost |
| Kramers (2000) | ZN handel balans; (vandaar) overzicht (van voor- en nadelen) | 4 slotrekening; eindafrekening van het grootboek; staat van bezittingen en vorderingen enerzijds en schulden anderzijds |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 47 | [wordt afgekeurd] Tegenover het Franse 'bilan' staat in het Nederlands balans, dat ook in andere situaties dan in de handelstaal gebruikt wordt. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 39 | [wordt afgekeurd] de - opmaken, de balans; overzicht (van voor- en nadelen) | - |
| Taalwijzer (1998), p. 52 | [bij balans, wordt afgekeurd] niet: bilan; vgl. Fr. Bilan | is de correcte term |
| Stijlboek VRT (2003), p.46 | [wordt afgekeurd] Algemeen Nederlands is: balans; overzicht, terugblik, verslag. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | balans, overzicht van de voor- en nadelen | - |