Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Bijzin

Een bijzin (ook wel afhankelijke of ondergeschikte zin) is een zin die een zinsdeel kan zijn in een zin of een onderdeel van een zinsdeel. Een algemeen kenmerk van bijzinnen is dat ze een woordvolgorde hebben waarbij de persoonsvorm achteraan staat. Als zinsdeel kunnen bijzinnen functies vervullen als onderwerp (1), lijdend voorwerp (2) enzovoort:

(1) Dat hij niet is komen opdagen, verbaast me niet.

(2) Ik heb gehoord dat hij weer terug is.

Een bijzin kan ook een bijwoordelijke bepaling zijn. We spreken dan van bijwoordelijke bijzinnen. Voorbeelden:

(3) Als je hoogtevrees hebt, ben je voor dat werk niet geschikt.

(4) Hij besloot het land te ontvluchten, toen de situatie te beklemmend werd.

Een bijzin die een onderdeel is van een zinsdeel, kan als bijvoeglijke bepaling fungeren bij een zelfstandig naamwoord of een persoonlijk voornaamwoord. We spreken dan van bijvoeglijke bijzinnen. Bijvoeglijke bijzinnen worden onderscheiden in uitbreidende en beperkende bijvoeglijke bijzinnen. Een uitbreidende bijvoeglijke bijzin (5), die door een komma wordt gescheiden van het antecedent, is een toegevoegde mededeling. Een beperkende bijzin (6), die niet door een komma wordt gescheiden van het antecedent, geeft een nadere beperking of precisering van wat het antecedent aanduidt:

(5) De eik, die al eeuwen oud is, is door de bliksem geveld. (het gaat over één eik, waarover twee dingen worden gezegd)

(6) De eik die al eeuwen oud is, is door de bliksem geveld. (het gaat over een aantal eiken, waarvan er één wordt geïdentificeerd)

Zie ook

Antecedent
Beknopte bijzin
Bepaling
Hoofdzin
Middenstuk
Voornaamwoord
Zelfstandig naamwoord