Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Komma tussen twee werkwoordsvormen

Vraag

Komt er in een samengestelde zin een komma tussen twee werkwoordsvormen die bij de verschillende zinnen horen, zoals: Toen ze dat verteld had(,) begon iedereen te juichen.

Antwoord

Ja, tussen twee persoonsvormen komt in het algemeen een komma: Toen ze dat verteld had, begon iedereen te juichen. Alleen in heel korte zinnen kan de komma achterwege blijven: Wat je zegt ben je zelf.

Toelichting

Tussen twee persoonsvormen staat een komma om de structuur van de zin aan te geven, bijvoorbeeld het onderscheid tussen hoofdzin en bijzin. Bij het hardop (voor)lezen van de zin is op die plek vaak een korte pauze te horen.

(1) Zoals ik u aan de telefoon zei, ontvangt u morgen uw bestelling.

(2a) Toen de voorzitter weer tot zichzelf gekomen was, kon de vergadering voortgezet worden.

Ook tussen andere werkwoordsvormen die tot verschillende gezegden behoren, staat vaak een komma. Bijvoorbeeld tussen een combinatie van een voltooid deelwoord en een persoonsvorm die niet bij elkaar horen, of een infinitief en een persoonsvorm van een ander gezegde. Op die manier wordt zin (2b) op dezelfde manier behandeld als zin (2a).

(2b) Toen de voorzitter weer tot zichzelf was gekomen, kon de vergadering voortgezet worden.

(3) De plannen die op tijd zijn ingediend, komen in aanmerking.

(4) Omdat de architect niets van zich liet horen, heb ik zelf contact opgenomen.

In sommige zinnen is een komma wenselijk omdat de zin anders gemakkelijk verkeerd gelezen wordt. In (5b) maakt de komma bij eerste lezing al duidelijk dat bedacht en had niet tot hetzelfde gezegde behoren: de structuur van de zin is direct zichtbaar.

(5a) Toen Jan zijn speech bedacht had iedereen veel vertrouwen in een goede afloop.

(5b) Toen Jan zijn speech bedacht, had iedereen veel vertrouwen in een goede afloop.

In zinnen met korte en overzichtelijke samenstellende delen kan de komma gemakkelijk weggelaten worden.

(6) Wie dit leest is gek.

(7) Waar ze wonen doet er niet toe.

Zie ook

Komma bij beperkende en uitbreidende bijvoeglijke bijzinnen
Komma na een bijwoordelijke beknopte bijzin
Komma na eerste zinsdeel
Komma tussen hoofdzin en bijzin bij onderschikkende voegwoorden

Naslagwerken

Leestekens (2016), p. 31-32; Leren communiceren (2016), p. 205-206; Schrijfwijzer (2012), p. 461; Stijlboek Volkskrant (2006), p. 106-107; Stijlboek NRC Handelsblad (2000), p. 163-164; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 426-417; Trouw Schrijfboek (2006), p. 96-98, 353; Onze Taal (2017); Taaltelefoon (2017); VRTtaal.net (2017)