Categorie: woordgebruik
Pensioen (op / met -)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordPensioen (op / met -) Vraag Wat is correct: op pensioen zijn/gaan of met pensioen zijn/gaan? Antwoord Met pensioen zijn en met pensioen gaan zijn standaardtaal in het hele taalgebied. Het is onduidelijk of op …
Vakantie (op / met -)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetselwoordkeuze en stijladviezen>grammatica>voorzetselwerkwoordVakantie (op / met -) Vraag Wat is correct: Morgen gaan we op vakantie of Morgen gaan we met vakantie? Antwoord Zowel op vakantie gaan als met vakantie gaan is correct. Toelichting Zowel op vakantie …
Op internet / op het internet
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenisadviezen>grammatica>lidwoordOp internet / op het internet Vraag Wat is correct: U vindt ons ook op internet / U vindt ons ook op het internet? Antwoord De beide zinnen zijn correct. Het gebruik van het lidwoord het is hier …
Op / aan het einde van (de maand)
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenishet juiste voorzetseladviezen>grammatica>voorzetselzelfstandig naamwoordOp / aan het einde van (de maand) Vraag Wat is juist: Hij wordt op het einde van de maand vijftig jaar of Hij wordt aan het einde van de maand vijftig jaar? Antwoord Op …
Op de duur / op den duur
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenisadviezen>grammatica>lidwoordnaamvallenOp de duur / op den duur Vraag Wat is de juiste vorm: op de duur of op den duur? Antwoord Beide vormen zijn correct. Op den duur is een combinatie met een oude naamval; op de duur …
