Categorie: woordgeslacht
Die / dat (eentje -)
adviezen>grammatica>voornaamwoordwoordgeslachtDie / dat (eentje -) Vraag Schrijven we die of dat in de zin Het wordt een lang verhaal, maar wel eentje die/dat toegankelijk is voor een breed publiek? Antwoord Correct is: Het wordt een lang verhaal, maar wel eentje …
Thuis (een goede / goed -)
adviezen>grammatica>bijvoeglijk naamwoordverbuigingwoordgeslachtzelfstandig naamwoordThuis (een goede / goed -) Vraag Wat is juist: we zoeken voor deze hondjes een goed thuis of een goede thuis? Antwoord Beide mogelijkheden zijn juist. Thuis kan zowel een de-woord als een het-woord zijn, dus zowel …
Procent (een halve / half -)
adviezen>grammatica>bijvoeglijk naamwoordverbuigingwoordgeslachtzelfstandig naamwoordProcent (een halve / half -) Vraag Wat is juist: een halve procent of een half procent? Antwoord Een halve procent en een half procent zijn beide juist. Toelichting Procent is volgens de woordenboeken een het-woord. In de …
Deze keer / dit keer, deze maal / ditmaal
adviezen>woordgebruik>correctheid en betekenisadviezen>grammatica>voornaamwoordwoordgeslachtDeze keer / dit keer, deze maal / ditmaal Vraag Is het deze keer en deze maal of dit keer en ditmaal? Antwoord Het kan beide; naast ditmaal is deze maal mogelijk en naast deze keer is dit …
Zijn / haar (de stad en – inwoners)
adviezen>grammatica>lidwoordvoornaamwoordwoordgeslachtzelfstandig naamwoordZijn / haar (de stad en – inwoners) Vraag Is het woord stad mannelijk of vrouwelijk? Moet er met zijn of haar naar verwezen worden: de stad en haar inwoners of de stad en zijn inwoners? Antwoord Zowel de …