Moet je iemand waarschuwen voor of tegen een gevaar?
Beide voorzetsels zijn mogelijk. Waarschuwen voor betekent iemand wijzen op een bestaand gevaar, waarschuwen tegen betekent iemand attent maken op een mogelijk gevaarlijk gevolg.
Met waarschuwen kunnen twee voorzetsels worden gecombineerd. Met het voorzetsel voor betekent waarschuwen 'op de hoogte brengen van of attent maken op een bestaand gevaar', zoals in de volgende voorbeelden:
(1) In de pers wordt gewaarschuwd voor de inflatie.
(2) Dat toestel waarschuwt voor mijngassen.
Gecombineerd met tegen betekent waarschuwen 'als mogelijk schadelijk afraden, attent maken op een mogelijk schadelijk of gevaarlijk gevolg'. Die betekenis komt voor in de volgende voorbeelden:
(3) De AA waarschuwt mensen tegen te veel drinken.
(4) Ik heb hem gisteren nog gewaarschuwd tegen het roken.
Een aantal taalgebruikers maken dit (subtiele) onderscheid niet meer, en gebruiken bij waarschuwen overwegend voor.
Bestaan in / uit
Bezwijken aan / onder
Dateren van / uit
Reppen van / over
Slagen in / voor
Sturen aan / naar
Vergelijken bij / met
| waarschuwen | |
| Grote Van Dale (2005) | 1 opmerkzaam maken op het gevaar of nadeel dat men uit zekere oorzaak zou kunnen ondervinden: iem. voor een gevaar waarschuwen; (...) men heeft mij voor hem gewaarschuwd (...); 2 waarschuwen tegen -, als (mogelijk) schadelijk afraden: waarschuwen tegen het roken, tegen geweld |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (1996) | 0.1 opmerkzaam maken op gevaar of nadeel (...) iemand voor een gevaar waarschuwen |
| Verschueren (1996) | 1. De aandacht vestigen, attent maken op: iemand tegen een (mogelijk) gevaar, voor een (bestaand) gevaar - I 2. meedelen dat iemand niet te vertrouwen is: ik waarschuw je voor hem |
| Grote Koenen (1986) | 1 de aandacht vestigen op; opmerkzaam maken (op enig gevaar): (...) jij moet hem voor die oplichter ~; (...) ~ tegen |
| Kramers (1996) | 1 iemand op het gevaar van iets wijzen: waarschuw hem voor de zogenaamde vriend. |
| Voorzetselwijzer (1997) | attent maken op gevaar, met voor of tegen (iets): de vakbonden waarschuwden de regering voor/tegen een nieuwe stakingsgolf of met voor (iem.): ik heb je nog zo voor hem gewaarschuwd. |
| Taal en tekst (1988) |
Waarschuwen voor is opmerkzaam maken op een (bestaand) gevaar of nadeel dat men zou kunnen ondervinden: Wij waarschuwen u voor deze mensen. Hij had ons niet voor het gevaar gewaarschuwd.
Waarschuwen tegen is als (mogelijk) schadelijk afraden: Wij waarschuwen u tegen te veel drinken. |
| Taalwijzer (1998) , p. 371 | 1) betekent zowel op de hoogte brengen als attent maken op een dreigend gevaar of nadeel (...) 2) Waarschuwen voor een (bestaand) gevaar en tegen een (mogelijk) gevaar, aldus Verschueren; Reinsma maakt evenwel geen onderscheid. |