Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Verloren (ik ben / heb het -)

Vraag

Wat is correct: Ik ben mijn muts verloren of Ik heb mijn muts verloren?

Antwoord

De beide mogelijkheden zijn correct. Verliezen kan zowel met hebben als met zijn worden vervoegd.

Toelichting

In veel naslagwerken wordt traditioneel aangeraden om het werkwoord verliezen (in de betekenis 'kwijtraken') met hebben te vervoegen als de nadruk op de gebeurtenis van het 'verliezen' ligt. Alleen als het gevolg van de gebeurtenis of handeling ('het kwijt zijn') wordt benadrukt, is naast de vervoeging met hebben ook de vervoeging met zijn mogelijk. In de praktijk voelen veel taalgebruikers dat ietwat kunstmatige onderscheid niet goed aan en wordt zowel hebben als zijn gebruikt in de combinatie iets verloren hebben / zijn. Beide mogelijkheden zijn correct. Als het niet om het verlies van een concreet object gaat (zie de voorbeelden (3) tot en met (8)) is de vervoeging met hebben voor sommigen wat gewoner.

(1)  Tijdens het salsadansen ben/heb ik gisteren een oorbel verloren.

(2)  Filip is/heeft al zijn oude dagboeken verloren.

(3)  Bij het ongeluk heeft/is hij zijn ouders verloren.

(4)  Een man in Zweden heeft/is zijn gezichtsvermogen verloren door een ontploffende smartphone.

(5)  Door de sluiting van de fabriek hebben/zijn duizenden arbeiders hun baan verloren.

(6)  Die plaat heeft/is nog maar weinig van zijn betoveringskracht verloren.

(7)  We hebben op financieel vlak moeilijke tijden gekend, maar hebben/zijn nooit de moed verloren.

(8)  Heb/ben je je tong verloren?

Zie ook

Vorming van voltooide tijden met hebben / zijn (algemeen)

Gevolgd (ik ben / heb hem -)
Gewonnen (ik ben / ik heb -)
Opgehouden (ik heb / ben -)
Vergeten (ik ben / heb het -)

Bronnen

VRT.Taalnet. Verliezen. Geraadpleegd op 7 februari 2013 via http://www.vrt.be/taal/verliezen.

Onze Taal. Verloren hebben / verloren zijn. Geraadpleegd op 7 februari 2013 via http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/verloren-hebben-verloren-zijn.

Naslagwerken

 

verliezen

Grote Van Dale (2005)

h. verloren

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

h. verloren

Koenen (2006)

h,i -loren 1 ongemerkt kwijtraken: ik heb mijn portemonnee verloren 2 kwijtraken: een oog, het gezicht ~

ANS (1997), p. 79 of online via de E-ANS

Het werkwoord verliezen wordt meestal met hebben vervoegd. Zijn komt ook als hulpwerkwoord voor, maar eerder in gesproken dan in geschreven taal. Het gebruik van zijn is niet altijd voor iedereen aanvaardbaar, maar er hoeft geen bezwaar tegen gemaakt te worden. (...) Bij de uitdrukking iemand/iets uit het oog verliezen is het gebruik van zijn gewoon.

 

Schrijfwijzer (2012), p. 248

Hebben wordt doorgaans gebruikt bij een activiteit of gebeurtenis, en zijn bij een situatie of verandering. Maar er zijn werkwoorden, met of zonder lijdend voorwerp, die beide mogelijkheden kennen, afhankelijk van de betekenis. Hier volgen de bekendste gevallen. (…)

2a Ik heb al mijn geld verloren. (in het casino)
2b Ik ben mijn portemonnee verloren. (ben hem kwijt)

Stijlboek VRT (2003), p. 255

Verliezen ('kwijtraken') wordt in een voltooide tijd meestal met hebben vervoegd. Alleen in de betekenis 'kwijt zijn' komen voltooide tijden met zijn voor, maar volgens sommigen is dat een verhaspeling van verloren hebben en kwijt zijn. Gebruik uitsluitend hebben.

Het Witte Woordenboek Nederlands (2007)

h. verloren

Prisma Handwoordenboek Nederlands (2009)

h. verloren

Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 122

Verliezen wordt vervoegd met het hulpwerkwoord hebben. Maar als de nadruk ligt op het feit dat men iets kwijt is, is ook de vervoeging met zijn mogelijk. Juist zijn:

Hij heeft al op jonge leeftijd zijn moeder verloren.
Hij heeft onderweg zijn handschoenen verloren.
Hij is onderweg zijn handschoenen verloren.
De achtervolgers hebben de auto uit het oog verloren.
De achtervolgers zijn de auto uit oog verloren.