Wat is correct: vandalisten of vandalen?
In de standaardtaal is alleen vandalen ('vernielers') gebruikelijk. Vandalisten is geen standaardtaal.
Ons woord vandalen is afgeleid van de volkerennaam Vandalen. De Vandalen waren een uit Oost-Europa afkomstig Germaans volk dat in de vijfde eeuw door West-Europa trok en onder andere Rome plunderde. Het gedrag van vandalen noemen we vandalisme. Het daarvan afgeleide bijvoeglijk naamwoord is vandalistisch.
(1) Vorige week heeft een stelletje vandalen de glazen voordeur vernield.
(2) Het toenemende vandalisme in de stad is zorgwekkend.
(3) Het wordt tijd dat we iets doen aan de vandalistische mentaliteit van de jongeren in onze buurt.
Het sporadisch voorkomende zelfstandig naamwoord vandalist – dat mogelijkerwijs gevormd is naar analogie van woorden als communist, fascist, kapitalist – is geen standaardtaal.
(4) Toen plots de politie verscheen, namen de vandalisten de benen. (geen standaardtaal)
| vandalist | vandaal | |
| Grote Van Dale (2005) | vandaal | iem. die zich schuldig maakt aan vernielzucht, aan vandalisme |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | - | 1 iem. de zinloze vernieling aanricht (…) syn. straatschender, vernielal |
| Verschueren (1996) | - |
1. Eig. een van de *Vandalen. 2. vandaal Metf. barbaars verwoester, vernieler, inz. van kunst- en cultuurvoorwerpen |
| Koenen (1999) | - | iem die zich schuldig maakt aan vandalisme |
| Kramers (2000) | - | lid van een Germaanse volksstam die in 455 Rome plunderde en er vernielingen aanrichtte; vandaar: vandaal woesteling, vernieler |