Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Uitwijden / uitweiden

Vraag

Is het uitwijden of uitweiden, in de betekenis 'uitvoerig spreken'?

Antwoord

In de betekenis 'uitvoerig spreken' wordt uitweiden met een korte ei gespeld. Daarnaast komt in de betekenis 'wijder worden, wijder maken' het minder gebruikelijk werkwoord uitwijden voor.

Toelichting

Over de etymologie en spelling van uitweiden is heel wat te doen geweest. Uitweiden betekent oorspronkelijk 'afgrazen', 'uit de wei gaan om wijd en zijd voedsel te zoeken' en vandaar 'afdwalen'. Door de associatie met wijd (wijdlopig) is de betekenis 'uitvoerig spreken (door van het eigenlijke onderwerp af te dwalen)' in gebruik gekomen. Daarnaast komt het werkwoord ook overgankelijk voor in de betekenis 'de ingewanden van een geschoten dier verwijderen'.

Bijzonderheid

Ook het werkwoord uitwijden kan zowel overgankelijk als onovergankelijk zijn. In onovergankelijk gebruik is de betekenis 'wijder worden' (de straat wijdt tussen hoge huizen uit); in overgankelijk gebruik 'wijder maken' (door er zo aan te trekken wijd je de trui uit).

Zie ook

Ei of ij? (leidraad 2.9)

Brei / brij
Gevlei / gevlij (in het - komen)
Leidt / lijdt (het - geen twijfel)
Peiler / pijler
Pijl / peil (geen - op te trekken)
Pubertijd / puberteit
Stampei / stampij
Uitdeinen / uitdijen
Vleien / vlijen
Wijds / weids
Wijfelen / weifelen

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005); Schrijfwijzer (1995) , p. 191; Basishandleiding Nederlands (1996) , p. 74; Prisma Stijlboek (1993) , p. 248; Taalwijzer (1998) , p. 335; WNT; Woordenlijst (2005)